Aangepast zoeken
Maximaal koivijverplezier voor een minimale prijs



 

  Wie wel een vijver heeft, maar (nog) geen koivijver, vindt waarschijnlijk dat zo'n tuinplas met kleurige Japanse sierkarpers een vermogen kost. Of toch minstens een investering vergt, die ver boven het op te hoesten budget uittorent. Dit is of de reden waarom het bij een 'gewone' siervijver blijft of er bestaat geen belangstelling voor de koihobby.

Het is waar: een koivijver kost (vaak veel) meer dan een waterplas met een mooie beplanting, eventueel verlevendigd met wat windes en andere visjes. Wie koi houdt, maakt daar meestal een hobby van. Een liefhebberij die zelfs kan uitmonden in een passie. En dan gaat het echt in de papieren lopen. Voor een filter, dat voldoet aan de eisen, die aan een goed functionerende koivijver gesteld moeten worden, ben je al gauw minstens duizend euro's kwijt, een uv-straler kost een paar honderdjes en dan zwijgen we nog over bijvoorbeeld een ozongenerator.
Maar het kan ook bescheidener. En toch zowel verantwoord als leuk.

Welke folie?
Laten we eens beginnen met de folie. Rubber is een uitstekend materiaal. Met de vereiste zorgvuldigheid kun je het zelf verlijmen. De top in folie is wel polyethyleen (2 mm). Dat is niet alleen duur in aanschaf, maar het moet door een deskundige worden verwerkt. Bij elkaar tikt dat stevig door en past dus niet in het plaatje van een vijver voor een minimale prijs. Overigens: waar je bij de aanleg ook op bezuinigt, doe dit beslist niet te sterk op de folie.
Een veel toegepaste folie is pvc van 1 mm dik. Dit materiaal is lastiger te verlijmen dan rubber en het is ook niet gemakkelijk 'mooi te leggen'. Bij het werken met pvc moet ook veel meer aandacht worden besteed aan de vijverput. Scherpe steentjes, glas, metaal, wortels van bepaalde planten e.d. kunnen lekken veroorzaken. Dit geldt des te sterker voor pvc van 0.8 mm.
Het vaak gehoorde advies om eerst als ondergrond voor de folie oud tapijt in de kuil te leggen is twijfelachtig. Het zit vaak vol met allerlei (onzichtbare) rotzooi, die op den duur ook lekkage tot gevolg heeft.

 

Wat een vijver onnodig duur maakt, is een slechte voorbereiding. Heel wat koiliefhebbers konden pas de kroon op hun werk zetten, nadat ze het wel vier of vijf keer hadden moeten overdoen. Helemaal opnieuw beginnen is een kostbare zaak. Doe het dus in één keer goed. Dat heeft vooral met planning te maken. Begin niet meteen te graven, maar neem ruimschoots de tijd om een plan te maken. Waar komt de vijver? Waar wordt het filter gesitueerd? Als die twee zo dicht mogelijk bij elkaar worden geplaatst, bespaar je op buizen en slangen en treedt er minder verlies van pompvermogen op. Dit houdt tevens in dat wellicht met een pomp van minder vermogen kan worden volstaan. En dat bespaart dus op aankoopkosten en stroomverbruik.
Energie is duur en daarom is het noodzakelijk een professionele pomp te kopen, die zonder mankeren vierentwintig uur per dag het filter kan voeden. Andere oplossingen zijn misschien wel goedkoper, maar zijn in stroomverbruik veel duurder. Sommige mensen kiezen bijvoorbeeld voor een dompelpomp. Die is echter niet op langdurig, zeker niet op continu gebruik berekend. Maar voor incidenteel werk zoals het leegpompen van een kelder. Een dompelpomp slijt sneller... en laat de elektriciteitsmeter sneller draaien.

Over stroomkosten gesproken: het is toch wel goed te weten wat een koivijver van gemiddeld formaat aan energie kost. Absoluut noodzakelijk zijn een pomp en een luchtpompje (voor de beluchting). Uitgaande van een vijver met een inhoud van 10.000 liter is een pomp met een vermogen van 45 Watt (5000 liter per uur) nodig en een luchtpomp van 85 Watt. Samen verbruiken ze per 10 uur 1,3 kW.

Filter in verwarmde ruimte
De plaats waar het filter wordt opgesteld, kan besparing opleveren.
UV-lamp
Als je het bijvoorbeeld in een bijkeuken of andere verwarmde ruimte zet is, dat een groot voordeel. Daardoor kun je namelijk het vijverwater in de winter op een zodanige temperatuur houden dat de vijver niet bevriest... en heb je geen peperdure, stroomvretende vijververwarming nodig. Ware koifreaks, die er geen probleem mee hebben de portemonnee wijd open te trekken, malen daar misschien niet om. Maar wie de kosten in de hand wil houden, komt met een filter in een verwarmde ruimte ook een heel eind.
Weliswaar kost dat wat geld aan buizen (vanaf pomp naar filter op afstand), maar dat is te overzien. En als je die tijdens de aanleg met leidingisolatiemateriaal omwikkelt (kost ook niet veel), beperk je het warmteverlies vanaf filter tot vijver nog een heel stuk.
In extreem strenge winters - maar die schijnen te zijn uitgeroeid - zal de hier geschetste voorziening niet afdoende zijn. Houd echter afdekmateriaal achter de hand om de vijver te kunnen afdekken, bijvoorbeeld met noppenfolie of schuimplastic platen.

Filter kopen of zelf maken?
Mijn eerste filter heb ik zelf in elkaar geknutseld. Van een huisvuilcontainer, zo'n Kliko. Het water wordt door het deksel ingelaten via een van zoveel mogelijk gaatjes voorziene pvc-buis, zodat het inkomende water zo goed mogelijk over het oppervlak van het filtermedium wordt verspreid. Op ongeveer 20 cm vanaf de bodem stroomt het water via een pvc-buis weer naar buiten. Direct op de bodem een afvoer met afsluiter, zodat het zich daar ophopende vuil gemakkelijk kan worden verwijderd. In de Kliko stapelde ik met filtersubstraat gevulde manden. Op dit spul moet je nooit bezuinigen, want daar draait alles om. Op de bovenste mand legde ik filtermatten, die het grove vuil opvingen.
Het op die manier ontstane druppelfilter werkte uitstekend. Het probleem was alleen dat de gaatjes, waaruit het water op de filtermatten druppelde, regelmatig verstopt raakten met grof vuil. Maar gebruikersgemak staat bij bezuiniging nu eenmaal al gauw op de tocht.
In principe is een filter niet meer dan een bak met filtermedium waar het water doorheen stroomt. Bij het zelf bouwen van een filter moet je de volgende voorwaarden goed in de gaten houden:
•    Het water mag nergens stilstaan en moet goed over het filtermedium worden verspreid.
•    Grof vuil moet worden opgevangen, voordat het water bij het filtermedium komt.
•    Waar water kan bezinken, moet een afsluitbare afvoer worden gemonteerd.
•    Bezuinig alleen op de behuizing, nooit op het medium.

Met dat zelfgebouwde filter maakte ik een vijver schoon met een inhoud van zo'n 5.000 liter, waarin niet al te veel koi zwommen. Toen een vooraanstaande Amerikaanse koihobbyist het zag, complimenteerde hij me: 'It does the job!' Inderdaad, het werkte prima.
Pas toen ik mijn vijfde vijver aanlegde (de koihobby en de kennis daarover stonden, toen ik begon, in Nederland nog in de kinderschoenen) en ik duurdere vissen aanschafte, heb ik een filter gekocht.

Geduld en nog wat
Bij een koivijver, die gebaseerd is op een bescheiden budget, past natuurlijk geen 80 cm grote Grand Champion. Maar aan sierkarpers van aanzienlijk geringer formaat, 'onberoemd' en voorzien van een aanvaardbaar prijskaartje kun je ook heel veel plezier beleven.

 

Wat zijn nu eigenlijk de factoren die de prijs van deze vissen bepalen of beïnvloeden? In de eerste plaats het land van herkomst. Er zijn koi die per doos worden verkocht. Andere worden door de handelaar per stuk bij de kweker uitgezocht (hand picked) en er zijn er ook die zo hoog geprijsd zijn, dat niemand of slechts een enkeling ze zal kunnen of willen kopen. De kweker verwacht van zulke vissen een stralende wedstrijdtoekomst.
Bij de meeste in Nederland en België aangeboden koi speelt de toekomst nog geen rol. Men gaat uit van de grootte en de kwaliteit op het moment van de aankoop. Kleine visjes zijn daarom, naar kwaliteitsmaatstaf gerekend, goedkoper dan de grotere. De koi wordt dus eerder duurder als hij in lengte en gewicht toeneemt dan door toeneming in kwaliteit. Aanschaf van jaarlingen is dus een betaalbare start. Naarmate de vissen groter worden, winnen ze aan waarde. Ik ken hobbyisten die zoveel mogelijk jaarlingen in hun vijver uitzetten met de bedoeling er - als ze groter gegroeid zijn - een paar te verkopen. Die tactiek volgen ze net zolang tot het gewenste aantal vissen in hun vijver zwemt. Ik ken zelfs iemand die op deze manier zijn hele koihobby heeft bekostigd!

Het opkweken van kleine koi kan het spannendste deel van de hobby zijn. Het vergt behalve het nodige inzicht bij de aankoop ook een flinke dosis geduld. En wat geluk natuurlijk. Het succes dat je met de vissen behaalt, staat of valt met de kwaliteit van het vijverwater. Als die permanent goed blijft, blijven de vissen gezond en hoef je dus ook geen geld uit te geven aan medicijnen. Anders gezegd: je loopt dan ook weinig kans dat er veel geld aan dode vis uit de vijver moet worden gevist.

Natuurlijke besparing
Een belangrijke kostenbesparing is bijna gratis verkrijgbaar. De natuur heeft de wereld voorzien van zichzelf uitbreidende waterverbeteraars: waterplanten. Door een zogeheten helofytenfilter aan te leggen krijg je waterzuivering in optima forma voor een heel klein prijsje. Hoe dat werkt? Graaf een kuil met een diepte van éé meter (inhoud aanpassen aan het formaat van de vijver) en leg daar folie in. Ter hoogte van het wateroppervlak maak je een doorvoer naar de koivijver. Onderin leg je een drainagebuis, waarin een slang is aangebracht die is aangesloten op de uitlaat van het gewone filter. Je stort de kuil afwisselend vol met laagjes zand en kiezel. Zet daar riet in. Rietwortels zijn hol en brengen dus lucht in het van water verzadigde zand. Rond de wortels ontstaat aërobe filtering. Wat verder van de wortels vandaan is de bodem arm aan zuurstof en daar ontstaat anaërobe filtering.
De bacteriën doen in de grond hun werk. Het riet slaat de vrijgekomen voedingsstoffen op (biomassa) en wanneer je het riet in het najaar snoeit, voer je voedingsstoffen af. Het is een natuurlijke, goedkope en heel efficiënte manier van filteren.

Via beperking naar winst
Ten slotte nog dit: ook door beperking is winst te behalen. De totale 'bevissing' van de vijver wordt niet bepaald door het aantal vissen, maar door de lengten van de vissen bij elkaar op te tellen. De totale vislengte bepaalt de 'zwaarte' die de zuiveringsinstallatie zal moeten hebben. Daarom is het beter te kiezen voor een kleine hoeveelheid vissen van goede kwaliteit: je kunt beter vier koi optimaal verzorgen dan concessies doen bij een aantal van twintig.
Voer moet van hoogwaardige kwaliteit zijn. Goedkoop spul geeft een grotere druk op de waterkwaliteit. Als je voor twintig vissen eten moet kopen, rijzen de kosten van al dat voer al gauw de pan uit. Bovendien moet het filter dan een vele malen grotere capaciteit hebben. Dus reken maar uit...


 

Artikelen en illustraties
in NEÊRLANDs Tuin
zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag daarom geheel, gedeeltelijk
of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming.