Aangepast zoeken
Phoenix canariensis, de Canarische dadelpalm



 

  De Canarische dadelpalm behoort tot een geslacht met meer dan vijftien van elkaar verschillende soorten. De palm wordt gebruikt voor laanbeplanting in Griekenland, Turkije en andere landen ten zuiden van de Middellandse Zee.
Een Canarische dadelpalm met verse, niet te eten dadels
Typerend zijn de eikelachtige vruchten en de fraaie stam.

De Canarische dadelpalm is bij ons een geliefde kamerplant. Deze palm kan zeker in de zomer buiten staan. Oudere exemplaren kunnen mits ze in de winter worden beschermd buiten blijven. De meeste soorten komen van nature voor in de tropen en subtropen. De echte dadelpalm (Phoenix dactylifera) is inheems in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De Canarische dadelpalm komt, zoals de naam al zegt, voor op de Canarische eilanden. De vruchten van deze palm zijn niet te eten; die van de echte dadelpalm wel.

Bloem, blad en stam
Een dadelpalm bloeit met bloemen in hangende tuilen. Het zijn kleine bloemen, die weinig opvallen. Voor vruchtzetting zijn palmen van verschillend geslacht nodig; de dadelpalm is tweehuizig. Bloemtuilen komen aan lange stelen, die tussen de bladen in de kroon ontspruiten. Na de vruchtzetting vormen zich lange en dikke trossen met gelige dadels. De bladen staan op stevige stengels in kransen aan de top van de boom.
De stam van een dadelpalm is bezet met resten van voormalige stengels
Stengels met bladen kunnen enkele meters lang worden. De stengels zijn aan de top licht naar beneden gebogen, iets wat heel karakteristiek voor de dadelpalm is. De bladen zelf voelen hard aan. Aan de basis van de stengel staan scherpe stekels.

Een dadelpalm kan wel tot dertig meter hoog worden, terwijl de kroonomvang tien meter kan bedragen. De stam kan tot één meter dik worden. De stam is bezet met de oude aanhechtingen van bladen. Elke oude aanhechting verspringt rondom de stam en vormt daarmee een karakteristiek patroon voor de stam. De dadelpalm heeft als laanbeplanting de ruimte nodig. De Canarische dadelpalm wordt minder hoog; vijftien meter maximaal.

Verzorging
Een dadelpalm groeit op matig humeuze grond. De grond moet overtollig water snel kunnen doorlaten. Een plaats in de volle zon is het beste, op een plaats in de halfschaduw groeit de dadel wat minder goed. De dadelpalm kan redelijk goed tegen felle wind. Dat maakt hem aantrekkelijk voor een plaats in de tuin. Vergeet niet de dadelpalm in de late herfst goed in te pakken of - als hij nog niet zo hoog is geworden - binnen te zetten om te overwinteren. Overwinter de palm dan in een temperatuur niet lager dan 16 °C.


 

Artikelen en illustraties
in NEÊRLANDs Tuin
zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag daarom geheel, gedeeltelijk
of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming.