|
|
|
Op het veld, in de tuin en ook in hun blootje: slakken kunnen een ware
plaag zijn. Door aangevreten bladeren en stengels verraden ze hun
aanwezigheid. Een enkele soort laat een zilvergrijs spoor na op tegels en
andere verhardingen. Hun dagelijks leven lijkt een mysterie? Een tipje
daarvan lichten we hier op. Aan de hand van de bekendste slakken: de
tuin-, de veld- en de naaktslak. En mocht u last hebben van een invasie -
door natte zomers voelen ze zich héééérlijk:
we eindigen met een remedie.
Een beetje anatomie
Van alle in Nederland voorkomende slakken is de tuinslak wel de bekendste.
De tuinslak, veldslak en naaktslak behoren alle tot de familie van de
Gastropoda, dat zoveel betekent als 'over de buik bewegend' (gaster =
buik,maag; poda = voet). Ze behoren tot de orde van de Stylommatophora of
landlongslakken. De tuinslak, de wijngaardslak, de veldslak en de naaktslak
behoren op hun beurt weer tot de onderfamilie van de Pulmonata en dat
verklaart het woord long (pulmon = long).
 |
1. Mantel
2. Anale opening
3. Afgescheiden schelp in de mantel
4. Sluitspier
5. Voet (voor voortbeweging)
6. Darm
7. Mond
8. Voelhorens |
Van alle slakkensoorten leeft maar een beperkt deel op het land; de meeste
leven in het water. Ook niet alle slakken hebben een typische
spiraalvormige schelp. Wanneer een schelp het omhulsel vormt van deze
weekdieren, dan kan die heel verschillend van tekening en kleur zijn. Soms
ook heeft de schelp scherpe stekels of vertoont ronde bobbels. Ook niet
alle schelpen hebben dezelfde vorm: er zijn torenvormige, grof kegelvormige,
afgeplatte en ronde schelpen. De schelp is - populair gezien - het huisje,
waarin het dier leeft. Het heeft als doel om het weke en weerloze dier te
beschermen tegen vijanden en al te felle zonneschijn.
De schelp is opgebouwd uit drie lagen: de buitenste laag (periostractum)
bestaat uit een chitineachtige stof die afgedekt is met parelmoer, de
tweede laag is opgebouwd uit kleine kalkprisma's die loodrecht op het
oppervlak staan. De derde laag bestaat uit een afwisselende reeks
van kalkprisma's en chitine. De opening in de schelp, waardoor het lichaam
van de slak naar buiten steekt, heet de mondrand (peristoom) (peri =
buiten; stoma = opening). De slak kan deze opening afsluiten met een
slijmerige stof (epifragma), die behoorlijk hard kan worden.
Slakken kenmerken zich door een goed ontwikkelde voet en de kop. In de
voet bevindt zich een huidplooi, de mond, die in verbinding staat met de
buitenwereld. De mond staat ook in verbinding met de darm en die eindigt
uiteindelijk in de anale opening. Achter de mond zit een soort rasptong
(radula), die uit een reeks hoornen tandjes bestaat. De tandjes staan in
drie rijen naast elkaar. Het eerste deel van de slokdarm is
verwijd en wordt krop genoemd. In de maag is een grote, dikke klier
(hepato-pancreas) aanwezig, die een stof afscheidt om het voedsel te
verteren.
De voet is een langgerekte spiermassa en voorzien van een voetzool. De
voetzool sleept over de grond. De voortbeweging vindt plaats door een
afwisselend samentrekken en ontspannen van de spiermassa in de voet,
waarbij het middendeel (mesopodium) het leeuwenaandeel verzorgt. Op de kop
van een slak staan de twee typerende 'voelhorens'. De ogen liggen aan het
buiteneinde van die voelhorens. In de mantelholte van de schelp bevindt
zich het hart, de ingewandszak, het ademhalingsorgaan, het reukorgaan, het
voortplantings- en uitscheidingsorgaan.
Frisse en schaduwrijke plaatsen
Bijna alle slakken leven vrij en een klein aantal parasitair. In volwassen
stadium kleven de landslakken zich aan de bodem vast door een stof die ze
afscheiden van hun schelp. Slakken ontvluchten altijd de felle zonnestralen
en zoeken frisse, koele plaatsen op. Het schelpvormige omhulsel helpt ze
te beschermen tegen uitdroging. Vochtige plaatsen zijn dan ook favoriet
als schuilplaats. Na een regenbui is het opvallend dat ze de beschutte
plaatsen snel verlaten; immers, alles is vochtig geworden. Tegen de winter,
wanneer het kouder wordt, zoeken de slakken een geschikt plaatsje onder
 |
| De tuinslak: een veel geziene, maar ongenode gast |
bladeren of in de grond om te kunnen overwinteren. Ze sluiten de
schelpopening af met het epifragma. In feite kunnen slakken een heel lange
tijd koude weerstaan zonder daar te nadelige schade van te ondervinden.
Tuin- en naaktslakken
De lekkerste slak is ongetwijfeld de wijngaardslak (Helix pomiata),
de vervelendste zijn de tuinslak (Cepaea nemoralis) en de veldslak
(Helix nemoralis) en de vraatzuchtigste is de akkeraardslak
(Limax agrestis), die bovendien ook nog eens naakt is.
De tuinslak is overwegend bruin met gele of crème strepen of
 |
|
De naaktslak: de vraatzuchtigste |
spikkels op de schelp. Beide soorten leven of op de grond of op planten.
Hun hoofdvoedsel bestaat uit verkauwde gronddeeltjes die worden aangevuld
met sappen van planten.
De naaktslak heeft geen schelp maar soms een verhoornd middendeel op de
rug. Echt vraatzuchtig wordt grote schade toegebracht aan allerlei
groeiende gewassen.
De veldslak is de meest voorkomende slak in Nederland. De schelp is niet
groter dan 3 cm, gedraaid en met gele, roze en bruine lengtestrepen getooid.
Remedie
Hoeveel slakken u in uw tuin hebt of krijgt, kan nog wel eens van jaar tot
 |
|
De veldslak: een weinig opvallende scharrelaar |
jaar verschillen. Dit heeft te maken met temperatuur en vocht en vooral de
combinatie van die twee op een voor de slak gunstig moment. In droge zomers
is het aantal slakken beduidend minder dan in vochtige en warme zomers.
Bij het optreden van grote aantallen speelt de beschikbaarheid van voedsel
een grote rol: planten moeten het dan extra ontgelden. Desondanks zijn er
planten in de tuin waarop slakken zich so-wie-so graag ophouden om zich er
te goed aan te doen. Onder andere Hosta, Ligularia, Iberis, sla
enzovoort worden steevast bezocht.
Bestrijding
De bestrijding van slakken is geen eenvoudige zaak. Denk je de plaag onder
de knie te hebben, dan kunnen ze plotseling weer, en in grote aantallen,
verschijnen. Voortdurende waakzaamheid is zonder meer geboden. Natuurlijke
vijanden hebben slakken ook wel zoals de egel, kraaien en eksters. Waar
die beesten zich echter ophouden en wanneer het hun behaagt om de tuin
eens te ontdoen van die lastige slakken, is een vraag die zoveel tijd
vergt om een antwoord op te bedenken, dat het aantal slakken zich in die
tijd wel verdrievoudigd heeft.
Een huis-, tuin- en keukenmiddeltje is letterlijk 'zout op slakken leggen'.
Maar dat is alleen van toepassing op naaktslakken en... het werkt. Het is
geen aantrekkelijk gezicht om een slak zo te zien verschrompelen. Oppakken
en via de vuilnisemmer afvoeren kan natuurlijk ook nog. De tuin- en
veldslak kunnen worden geraapt of met een middeltje worden bestreden.
Tegenwoordig zijn er goede (biologische) bestrijdingsmiddelen te koop. Het
bijeenrapen kan wat versneld worden door een schotel of ondiepe pot met
wat bier te vullen. Het gist in het bier lokt slakken naar 'de val' toe.
Zolang het bier niet verslagen of verdund is door regenwater, werkt het
redelijk goed. Eenvoudiger is het om een middel te strooien: dan heb je er
geen omkijken meer naar en de slakken verdwijnen vanzelf. Die middelen zijn
onschadelijk voor kat, hond en mens.
Middelen
- Naaktslakken
Te bestrijden met behulp van Nematoden (Phasmarhabditis). Middel
onder de merknaam 'Nemaslug' van Brimex (postbus 4784, 4803 ET Breda).
Het is werkzaam bij een bodemtemperatuur van tussen 5 - 20° Celcius.
De aaltjes worden in een kleisubstantie geleverd. De klei moet in water
worden opgelost. De verpakking is goed voor 40 m². Gebruik 1 liter
per m².
Strooimiddelen: Escar-Go van ECOstyle of Slakkendood van ASEF.
Het middel Escar-Go bevat als werkzame stof ferrifosfaat. Het middel is
onschadelijk voor kinderen, huisdieren, egels, padden en vogels. Na toepassing
blijven er geen resten van de slak of slijmsporen over.
In de natuur komt de verbinding vrij voor in de bodem; het wordt in de bodem
omgezet tot voedingsmiddel voor gewassen.
- Tuin- en veldslakken
Te bestrijden met Slakvrij en Escar-Go van ECOstyle en Slakkendood
van ASEF.
|
|
|