|
|
|
Het gebruik van chemische middelen tegen ziekten en plagen moet tot
een uiterste worden beperkt. Maar al te gemakkelijk wordt er gegrepen
naar onschuldig lijkende preparaten. Chemische middelen hebben een lange
werkingsduur en het is nauwelijks te voorspellen welke veranderingen deze
op termijn zullen veroorzaken. Zelfs over de zogenaamde biologisch
afbreekbare middelen moet je sceptisch zijn. Middelen lijken in het
algemeen selectief te werken. Je ziet voor je ogen dat het werkt of
gewerkt heeft. Welke narigheid het nog meer teweegbrengt, glijdt weg uit
ons gezichtsveld en daar schuilt nou juist het gevaar.
Vrijwel alle chemische middelen die in de land- en tuinbouw worden
gebruikt zijn min of meer giftig. Er zijn middelen bij die in een
bepaalde hoeveelheid gebruikt ernstig giftig zijn voor de mens. Op z'n
minst moeten er afdoende maatregelen worden getroffen om jezelf en
anderen te beschermen.
In "Het Landbouwveiligheidsbesluit" en diverse publicaties van de
Arbeidsinspectie - o.a. "Veiligheidsmaatregelen bij het werken met
bestrijdingsmiddelen in de Land- en Tuinbouw" - is ruime aandacht besteed
aan de opslag, verwerking en het voorkomen van vergiftiging.
Lees altijd eerst de aanwijzingen op de verpakking. Daar staat
welke voorzorgsmaatregel(en) moet(en) worden genomen. |
Voorkom vergiftiging
- Voorkomen van opneming door de huid
Chemische middelen worden gespoten, gestrooid of gestoven. In alle drie
de gevallen is het mogelijk dat de huid in aanraking komt met de werkzame
stof. Draag niet alleen rubberen of plastic handschoenen; ons hele
omhulsel bestaat uit huid. Draag ook beschermende kleding zoals rubberen
laarzen, een bril (liefst een gelaatscherm) en gladde, ondoorlatende
kleding (met capuchon), die na uitvoering van de bestrijding direct kan
worden schoongespoten.
Met name fosforachtige verbindingen kunnen gemakkelijk door de huid
binnendringen. Bindvlies van het oog en de slijmvliezen zijn uitermate
ontvankelijk voor schadelijke stoffen.
- Voorkomen van inademing
Inademen gebeurt door de neus of de mond. Bij gebruik van een chemisch
middel kan de lucht schadelijke damp, nevel of stof bevatten. Via de
longblaasjes kan de giftige stof in het bloed komen. Ook via de mond,
spijsverteringswegen komt de giftige stof uiteindelijk in de bloedbaan
terecht. Bij spuit- en stuifmiddelen dient men te letten op de windrichting.
Werk niet tegen de wind in, maar juist met de wind mee. Spuit zo mogelijk
met windstil weer. Dit voorkomt dat ook anderen gevaar lopen.
Gebruik bij (ver)spuiten of stuiven een goed aan het gezicht sluitend
masker met een filterpatroon. Reinig na gebruik het masker (en kleding)
met zeep en water.
Rook en eet nooit tijdens de uitvoering van verneveling of verstuiving.
Was hierna de handen goed met lauw water en zeep alvorens te eten of te
roken. Beter is het langdurig te douchen en direct van kleding te
wisselen.
- Voorkom vergiftiging van onbedoelde dieren
Wild, vogels, vissen, bijen (en andere insecten) en vee weten niet dat
er een chemisch middel is/wordt gebruikt. Zij zijn afhankelijk van een
schoon, niet verontreinigd milieu. Waak ervoor dat het toe te passen
chemisch middel 'binnen de perken' wordt gebruikt.
Eerste hulp bij vergiftiging
Waarschuw een arts. Geef hem de werkzame stof door.
Vergif
|
De patiënt is NIET BEWUSTELOOS |
|
Op de huid: |
De huid zorgvuldig eerst met koud water wassen,
daarna met lauw water en zeep. Natte kleding uittrekken. |
|
In de ogen: |
Ogen uitspoelen met lauw water in geval van bijtende stoffen. |
|
In de maag: |
Water laten drinken (geen melk!). Ga na of de patiënt zelf water
kan drinken. Wek braken op. Is dit nauwelijks mogelijk, geef de patiënt
dan lauw water met zout of verdunde mosterd te drinken. Laat de patiënt
Norit - opgelost in water - drinken. |
|
Ingeademd: |
Breng de patiënt zo snel mogelijk in een omgeving met zuivere lucht. |
| De patiënt is BEWUSTELOOS |
- Leg de patiënt op de rug met het hoofd opzij.
- Verwijder eventueel kunstgebit, maak knellende kleding los.
- Geen braken opwekken en geen drinken geven.
- Reinig zo nodig ogen en huid.
- Bij schijndood kunstmatige ademhaling toepassen (behalve bij sterk
prikkelende gassen).
- Breng de patiënt in een omgeving met zuivere lucht. |
Te allen tijde blijven bestrijdingsmiddelen schadelijk voor de gezondheid:
| Gevaar(symbool) |
Waarschuwing |
| (geen symbool) |
* geen
|
 |
* ontvlambaar
* licht ontvlambaar
* zeer licht ontvlambaar |
 |
* irriterend voor de ogen
* irriterend voor de huid
* kan overgevoeligheid veroorzaken bij inademing
* kan overgevoeligheid veroorzaken op de huid
* schadelijk bij opneming door de mond
* schadelijk bij inademing
* schadelijk op de huid
* gevaar voor oogletsel
* veroorzaakt brandwonden
* veroorzaakt ernstige brandwonden |
+ |
* giftig bij opneming door de mond
* giftig bij inademing
* giftig bij aanraking met de huid
* zeer giftig bij opneming door de mond
* zeer giftig bij inademing
* zeer giftig bij aanraking met de huid |
LD 50
De giftigheid van een middel wordt uitgedrukt in het L(ethale) D(osis)
50-getal. Hoe lager het getal, dès te giftiger is het middel.
Het LD 50-getal is de hoeveelheid of dosis die voldoende is om 50% van de
proefdieren binnen veertien dagen te laten sterven. In plaats van een
getalsaanduiding staat op een verpakking meestal alleen maar het gevaarsymbool.
Indeling bestrijdingsmiddelen in groepen
Chemische bestrijdingsmiddelen zijn in te delen volgens waarop ze (voornamelijk)
werkzaam zijn. Men onderscheidt:
- Fungiciden -
Werkzaam tegen schimmels, virussen en sommige bacteriën. Middelen
zijn o.a. bitertanol, chloorthalonil, koperoxychloride, troforine, tolyfluanide,
vinchlozolin, zwavel en zineb.
- Herbiciden -
Werkzaam op blad of wortels van gewassen. Bladherbiciden worden door de
plant via het blad opgenomen alleen daar waar het blad door het middel is
geraakt. Zo'n middel kan selectief worden toegepast: alleen die kruiden
die ongewenst zijn worden bespoten.
Grondherbiciden worden gespoten of gestrooid. De plant neemt via het
wortelstelsel de werkzame stof op en sterft af. Grondherbiciden zijn
moeilijk stuurbaar en hebben een lange werkingsduur. Middelen zijn o.a.
Plantschoon, Onkruid totaal, Corsage, Casoron G en Rokade.
- Insecticiden -
Werkzaam tegen insecten. In principe een gevaarlijke stof, omdat insecten
deel uitmaken van de voedselketen van hogere diersoorten. Na verloop
van tijd kan blijken, dat insecticiden niet meer werken: insecten
kunnen immuun worden voor de werkzame stof. Zwaardere chemische verbindingen
of andere samenstellingen zijn dan nodig. Middelen zijn o.a. Bromofos,
Carbofuran, Chloorpyrifos, Delthamethrin, Diazinon, Endosulfan,
Etrimfos, Primicarb, Propoxur, Pyrethrine en Trichloorfon.
Gebruik chemische bestrijdingsmiddelen zo min mogelijk. Zeker waar het
gaat om verdelgen van onkruid als schoffelen of omspitten nog altijd
de veiligste manier is om er vanaf te komen. Aantasting door insecten
is meestal niet zo ingrijpend, dat daarvoor al direct naar een afdoend
middel hoeft te worden gegrepen.
|
|
|