|
|
|
Aaltjes zijn meercellige diertjes (nematoden). Ze komen niet alleen voor in de bodem, maar ook in planten, mensen,
dieren en water. De wetenschappelijke verzamelnaam is Nematoden. De meeste soorten die in de
grond leven, zijn niet groter dan 1-2 millimeter. Met het blote oog zijn aaltjes niet waarneembaar.
Aantasting door aaltjes verzwakt de plant of doet die zelfs afsterven. Maar er is geen reden voor
paniek, want Afrikaantjes, Tagetes, bezitten een werkzame stof die door wortelaaltjes besmette
grond kunnen ontsmetten.
Meer aaltjes dan mensen
Onder de microscoop blijken ze niet dikker te zijn dan 1/20 millimeter. In een gezonde bodem leven
naar schatting 20-50 aaltjes per kubieke centimeter; dit betekent dat er per vierkante meter bouwgrond
toch al gauw zo'n 4 tot 10 miljoen van die beestjes aanwezig zijn!
Aaltjes leven van organisch materiaal, schimmels, bacteriën, bodeminsecten en parasieten. Ze bewegen
zich in de grond voort in het hangwater van de poriën rond een aardkorrel. Dauw en regen zijn
gunstige factoren voor aaltjes om zich snel te verplaatsen. In het water zijn het langgerekte buisvormige
beestjes die zich door samentrekkende bewegingen van het lichaam verplaatsen. Aaltje is een verzamelnaam
voor een groot aantal verschillende soorten meercellige dieren met elk hun specifieke eigenschappen.
Grote verschillen in aaltjessoorten zijn bijna recht evenredig met de wijze waarop zij schade veroorzaken
aan planten. Planten worden onder meer gebruikt als 'kraamkamer'. De ontwikkeling van ei tot
volwassen aaltje duurt slechts 10-13 dagen (afhankelijk van de soort). Ieder vrouwelijk dier kan wel
25-30 eieren leggen. Er groeien verscheidene generaties per jaar. De groep aaltjes die planten schade
toebrengen, hebben allemaal als kenmerk dat ze een stekel voor op het lichaam hebben, waarmee ze
plantencellen kunnen aanprikken. Sommige aaltjessoorten dringen in de cel en leven daar endoparasitisch,
anderen daarentegen prikken alleen de cel aan en blijven aan de buitenkant en leven dus ectoparasitisch.
Schade
Dat hangt af van de soort/groep aaaltjes. Beelden die samenhangen met aantastingen zijn onder andere:
rotten van de plant, woekeringen aan het blad of de wortel, gallen op bladeren, knollen en wortels,
een slechte toestand van een of meer planten en dikwijls verkleuringen in het blad van planten door
weefselaantasting.
Bladaaltjes (Aphelenchoides-soorten) tasten vooral bladeren aan.
Daarnaast veroorzaken zij ook afwijkingen aan bloemen, stengels, bollen en knollen. De aantastingen
beginnen meestal aan de onderste bladeren. In het blad ontstaan verkleuringen die vanuit de bladvoet
uitstralen naar de rest van het blad. Tussen het nog gezonde bladdeel en het bruin verkleurde deel
in vindt de sterkste vermenigvuldiging van aaltjes plaats. Vochtig weer is er de oorzaak van dat
bladaaltjes zich vanuit de grond of vanaf plant verder omhoog over de plant kunnen verplaatsen. In
droge perioden is aantasting door aaltjes veel minder. Planten die last hebben van bladaaltjes zijn
onder meer: chrysanth, Anemone, aardbei en voorjaarszonnebloem.
Stengelaaltjes (Ditylenchus-soorten) veroorzaken gekromde stengels
met verkleuring en verkroezing van blad. Uiteindelijk kan verrotting van de plant het gevolg zijn.
Onder vaste planten komt deze aantasting nogal eens voor. Gevoelige soorten zijn bijvoorbeeld: v
uurpijl, Liatris, Phlox, Anemone, anjer-soorten en wederik.
Wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne-soorten) dringen in de wortels en
veroorzaken galvormige of knobbelvormige aantastingen. Als reactie hierop vormt de plant merkwaardig
genoeg veel meer zijwortels dan normaal. Soms ontstaat hieruit wortelrot maar op z'n minst blijft
de groei van de bovengrondse delen van de plant sterk achter. De aantasting is zeer besmettelijk
voor veel andere planten. Aantastingen komen nogal eens voor op: Pyrethrum, Anemone, koeienoog,
chrysanth, phlox, scharnierplant, schurftkruid, maagdepalm, viooltje, zenegroen, pioen,
ridderspoor en duifkruid.
Vrij levende wortelaaltjes (Pratylenchus- en Rotylenchus-soorten)
zijn het meest voorkomend onder vaste planten. Door aantasting ontstaan bruine vlekjes aan wortels,
die zich snel kunnen uitbreiden, zodat de hele wortel bruin wordt en afsterft. Doorgaans vormt
ook hierbij de plant veel meer wortels dan normaal. Die hebben bij nadere beschouwing veel weg van
een warrige pruik. Een afdoende bestrijding is nog niet goed mogelijk. Een extra gift stalmest
heeft weleens een gunstig effect op de groei van de plant.
Een buitengewoon opvallende aantasting van dit type aaltje is dat de groei sterk terugloopt.
Bij de teelt van bollen vermindert de opbrengst en de omvang van de bloembollen. Ook blijft
de opbrengst bij de oogst van aardappelen achter en wordt de (bewaar)kwaliteit minder, wanneer
de grond door dit type aaltje is aangetast.
Vaste planten die gevoelig zijn voor deze aaltjessoorten zijn onder andere: anjer, Pyrethrum,
scheefbloem, trollenbloem, korenbloem, lelietje der dalen, voorjaarszonnebloem, kerstroos,
schurftkruid, scharnierbloem en naald van Cleopatra. Voor aaltjes gevoelige bolgewassen
zijn: narcis, ranonkel, lelie, tulp, gladiool, hyacint, crocus, crocosmia en
amaryllis. Den en levensboom zijn coniferen die er ook door aangetast kunnen worden.
Afrikaantjes helpen
Spanjaarden voerden het afrikaantje vanuit Mexico in. Binnen Europa is vanuit Tunesië en
Spanje de plant verder verspreid ten tijde van keizer Karel V. Van de afrikaan zijn in Nederland
twee soorten van het geslacht Tagetes van belang: Tagetes patula en Tagetes
erecta. In de tuin worden afrikaantjes als eenjarige aangeplant. De plant bloeit zeer rijk en is
verkrijgbaar in vele kleuren: geel, oranje, bruinrood of mengingen daarvan. Afrikaantjes worden
door zaaien verkregen of in pot gekocht.
De dodende werking van afrikaantjes op wortelaaltjes (Pratylenchus-soorten) berust op de reactie
van wortelcellen in de endodermis. In deze endodermis komen zwavelverbindingen (thiofenen) voor. Als
een aaltje deze cel binnendringt vormt de plant peroxidase. De combinatie van peroxidase en de
zwavelverbinding zorgt ervoor dat er ozon (O3) wordt gevormd. Deze agressieve vorm van zuurstof leidt
tot 'verbranding' van het aaltje.
Het planten van afrikaantjes blijkt dus een veilig en natuurlijk middel om ingezet
te worden in de strijd tegen wortelaaltjes. Vooral plaatsen in de tuin waar ieder jaar bloembollen
worden geplant, zijn gebaat bij het in de zomer houden van afrikaantjes.
Wortel- of plantenextracten van afrikaantjes hebben overigens geen enkel effect op het doden
van aaltjes.
|
|
|