 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Het cleistogame moerasviooltje |
|
|
|
De vrolijke en frisse kleuren van violen spreken iedereen aan. In het
voorjaar of al in de herfst wordt tuin of balkon ermee opgevrolijkt. Deze
violen (Viola tricolor) vallen op door de grootte van de bloem.
Omstreeks half mei rekken deze violen in de lengte, tot de dood erop volgt.
 |
| Viola palustris heeft een vrijwel cirkelvormig blad |
Anders is het gesteld met het moerasviooltje, dat in het wild voorkomt en met
helder lichtpaarsblauwe bloemen bloeit op soms ongeziene plaatsen
in moerassen en langs greppels in bossen.
Van nature groeit het moerasviooltje (Viola palustris) in door zure
veenmos - rietland gekenmerkte situaties of in door veenmos op pleistocene
zandgrond getypeerde situaties. Samen met Tormentil (Potentilla
erecta), ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia) en blauwe knoop
(Succisa pratensis) is het moerasviooltje dan te vinden. Het
 |
Viola palustris groeit hier samen met dotterbloemen in een
heempark (Jac.P. Thijssepark, Amstelveen) |
moerasviooltje is soms te koop bij een in moeras- en waterplanten goed
gesorteerd en gespecialiseerd tuincentrum.
Het moerasviooltje groeit in natte situaties. Daarom is dit plantje te
gebruiken op een plek nabij vijvers of in drassige situaties. Zowel in de
volle zon of in de halfschaduw is de groei en bloei uitstekend. Voorwaarde
is een zuur milieu. Dit is na te bootsen door gebruik te maken van een
mengsel van tuinturf vermengd met verteerde bladgrond. Een groep
moerasviooltjes bij elkaar geplant is uiteraard aantrekkelijker dan een
enkel plantje.
Het moerasviooltje behoort tot de viooltjesfamilie (Violaceae). Het bloeit
vroeg in april tot halverwege juni. Zoals het geval is met alle blauw
bloeiende viooltjes, worden de bloemen op twee manieren bevrucht: door
bijen, wespen of vlinders of door zelfbevruchting. Bij zelfbevruchting
 |
| Viola palustris bloeit met bleekblauwe bloemen. |
groeien de stuifmeelbuizen al, voordat de bloemknop zich heeft geopend, het
vruchtbeginsel binnen. Dit worden cleistogame bloemen genoemd. Het onderste
bloemblad is bij viooltjes verlengd tot een spoor. Twee van de vijf
meeldraden scheiden honing af, de overige niet. In het centrum van de bloem
staat de stempel, omgeven door de meeldraden. Zaden van het viooltje zijn
eenhokkig. Als ze rijp zijn, worden ze ver weg geslingerd. Aan het zaadje
zit een aanhangsel, dat mieren aantrekt. Mieren zorgen dan ook voor de
verspreiding van de zaden. De kleine groene blaadjes van het moerasviooltje
zijn rond tot niervormig of soms zwak hartvormig en onbehaard.
Het moerasviooltje is geen zeldzame plant. Het verspreidingsgebied strekt
zich uit van IJsland en de Noordkaap tot in de landen langs de zuidkust van
de Middellandse Zee en in vrijwel heel Noord-Amerika.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|