 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Serissa foetida is er voor de liefhebber |
|
|
|
Serissa groeit van nature in Zuidoost-Azië. Serissa
foetida is de enige soort van het geslacht.
Het is typisch een struikje voor iemand die iets bijzonders wil hebben. Alhoewel je
daarvoor wel over een kasje of serre moet beschikken. De struik is
niet winterhard en moet dus overwinteren.
Serissa foetida behoort tot de orde van de Araliiflorae en in
engere zin tot de familie van de walstro-achtigen (Rubiaceae).
 |
| Serissa foetida bloeit lang |
Tot deze familie behoren o.a ook bedstro (Asperula), Bouvardia,
knoopschatenbloem (Gardenia) en Pentas.
Serissa is een groenblijvend struikje. De struik wordt niet hoger
dan zestig centimeter en één meter breed. In juni - september bloeit de
struik met talloze, babyroze bloemen. De bloemen bestaan uit vijf
teruggeslagen kelkbladen, die met elkaar vergroeid zijn. De bladen doen
wat denken aan die van een azalea en zijn vanuit de randen omhooggebogen.
Ze hebben een min of meer roomwitte rand.
De bladen verspreiden een niet zo aangename geur als ze gekneusd worden.
Er bestaan cultuurvariëteiten met bonte bladen en ook met dubbele bloemen.
Serissa foetida 'Pink Snow Rose' is een variëteit met roze bloemen.
Serissa groeit in de volle zon in een vruchtbare, goed doorlatende
grond. Omdat de struik niet bestand is tegen vorst moet hij vanaf het
najaar binnen worden gehouden. Geef vanaf dat moment minder water, maar
zorg er wel voor dat de grond licht vochtig blijft. In het voorjaar, na
de laatste nachtvorst, kan de struik buiten worden gehouden. Eventueel
kunnen lange scheuten worden ingekort met eenderde van hun lengte.
Serissa is te vermeerderen door stekken in het voorjaar of door
middel van afleggen.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|