|
|
|
Niets is meer bezongen dan de koningin onder de bloemen: de roos.
Zowel in lied als in literatuur is de roos het symbool van liefde en genegenheid.
Daarom besteden we eens extra aandacht aan de verzorging ervan. Die begint
eigenlijk al in april: het snoeien en de bewerking van de grond rondom deze
plant. Een juiste verzorging zal een goede bloei in de zomer garanderen.
Toepassing in de tuin
Vaak worden rozen in de tuin als groep bijeen geplant. Wanneer ze bloeien
vormen ze een blikvanger van de eerste orde. Een enkele roos zal nooit zo'n
effect kunnen bewerkstelligen. Er zijn tuinliefhebbers die rozen op een
bijzondere manier toepassen, namelijk in combinatie met een onderbeplanting.
Deze onderbeplanting moet de groei van de rozen dan niet belemmeren.
Laagblijvende en bodembedekkende vaste planten zijn goed te combineren met
rozen. Geschikt zijn onder meer de maagdepalm (Vinca minor), vetkruid
(Sedum) in soorten, pachysander (Pachysandra), Waldsteinia
ternata, nagelkruid (Geum) in soorten etc. Vele bolgewassen lenen
zich ook goed om tussen rozenplanten gepoot te worden: blauwe druifjes,
sneeuwklokjes, vooral ook botanische narcis-soorten en voorjaarsanemonen
etc. Uiteraard moet de bloeikleur van zo'n onderbeplanting niet 'vloeken'
met de kleur van de rozen. Goede smaak is hier op z'n plaats.
Een nadeel van een onderbeplanting is dat er voedselconcurrentie kan
ontstaan; de roos groeit dan minder, het blad wordt dof. Echt nadelig is dat
er moeilijk bijgemest kan worden, wanneer dit door de grond gespit moet
worden. Rozenmest in gedroogde vorm is dan een uitkomst. Deze kan zonder
meer handmatig bij de rozenstruik gestrooid worden. Het is ook goed mogelijk
rozenstruiken te combineren met wat hoger groeiende vaste planten. De rozen
worden dan op ruime afstand ten opzichte van elkaar geplant, zodat groepjes
vaste planten daartussen kunnen staan. Vaak toegepast is een combinatie van
bijvoorbeeld een rode theeroos met daartussen toefjes van lavendel (blauw
bloeiend). Mooie effecten zijn ook te krijgen met wit bloeiende
tuinmargrietjes of Ligularia przewalskii, vrouwenmantel
(Alchemilla mollis), parapluplantje (Heuchera x brizoides),
laag blijvende scheefbloemen (Iberis sempervirens) etc. Al die
combinaties leiden ertoe dat de rozenstruiken een samenhangend geheel gaan
vormen met de overige beplanting in plaats van dat het een apart plekje in
de tuin wordt dat nadat de rozen uitgebloeid zijn een wat trieste aanblik
vertoont.
Welke eisen stellen rozen aan de bodem?
Rozen houden absoluut niet van zurige en al te zware
kleigronden. Het best gedijen rozen op humusrijke
grond, lichte zavelgrond en goed bemeste zandgrond. Voordat rozen geplant
worden moet een ruim plantgat gemaakt worden. Per te planten roos moet zeker
een gat van ongeveer 60 x 60 cm in het vierkant gegraven worden. Als minimale
diepte is 50 cm aan te bevelen.
Vul het plantgat met de uitgespitte grond, die goed gemengd is met een goed
verteerde stalmest of in zakken verkrijgbare gedroogde koemest of speciale
rozenmest. Wees niet te zuinig met de toevoeging van mest. Rozen lijden
eerder onder te weinig dan onder 'te veel' mest. Vul het plantgat zover op
dat, wanneer u de te planten roos met zijn wortels hierin plaatst, het punt
van oculatie net iets onder de bovenkant van het plantgat zit. Het punt van
oculatie is vrijwel altijd de plaats aan de plant vanwaaruit de zijscheuten
uitspruiten. Als stelregel dient u aan te houden dat de rozenstruik nooit
dieper geplant mag worden dan waarop deze op de kwekerij geplant was.
Voordat u plant, moeten de wortels eerst goed natgemaakt worden. Het best
kunt u dit doen door de wortels onder te dompelen in een emmer met water.
Laat de rozenplant(-en) enige tijd in het water staan, zodat ze goed
verzadigd raken.
Zorg bij het planten ervoor dat de aarde goed tussen de wortels komt. Trek
de plant daarom af en toe na het scheppen van aarde bij de plant iets omhoog.
Na het vullen van het gat de grond rond de plant licht aantrappen. De roos
hierna aan de toppen iets terugnemen door te snoeien.
Typenindeling rozen
 |
|
 |
|
 |
| Theehybride |
Stamroos |
 |
| Klimroos |
Tros- of polyantharoos |
Snoeien
Het snoeien van rozen moet ieder jaar gebeuren. De meeste tuinbezitters zijn
meestal te bang om de schaar in hun rozenstruik te zetten. Echter, als op de
juiste manier gesnoeid wordt en dit vooral ieder jaar wordt bijgehouden, dan
zal de roos jarenlang een goede en rijke bloei geven. Snoei in maart tot
ongeveer half april, wanneer het niet vriest.
Te veel 'oud' hout in de rozenstruik is de oorzaak van een teruglopende
bloeirijkheid. Vandaar dat ieder jaar de schaar erin moet. Het snoeien kan
gebeuren met een snoeischaar of als de tak te dik of te hard is met behulp
van een kleine boomzaag. Op jong hout bloeit de roos het beste! Het jonge
hout is te herkennen aan de olijfgroene kleur van het hout. Wanneer het
donkerbruin is, dan heeft u te maken met oud hout. In principe wordt al het
bruine hout altijd weggeknipt. Wanneer op het bruine hout jonge, groene
scheuten aanwezig zijn, dan wordt alleen de scheut aangehouden die het
laagst bij de grond groeit. Door op deze wijze te snoeien blijft
de roos zogenaamd 'jong': verjongingssnoei wordt dit ook wel genoemd.
Door de onzekerheid over hoe een roos gesnoeid moet worden, laten veel
bezitters van rozen dit maar achterwege of voeren de snoei verkeerd uit met
alle nare gevolgen van dien. Om te weten hoe een bepaalde roos gesnoeid moet
worden, moet u eerst iets weten over een aantal typen. De indeling in typen
is gebaseerd op de verschijningsvorm van rozen. Om u behulpzaam te zijn,
zijn de meest voorkomende typen door middel van een afbeelding bij dit
artikel gevoegd. Aan de hand hiervan kunt u zelf ontdekken met welk type u
in uw tuin van doen hebt.
De te onderscheiden typen rozen zijn: a. theehybride (groot- of
kleinbloemig); b. trosroos of polyantha-roos; klimroos; stamroos; botanische
roos, waaronder ook haagroos en bodembedekkende rozen zijn te scharen.
 |
|
 |
|
 |
Snoeiwijze voor een theehybride en trosroos. De rode streepjes
geven het snoeipunt aan.
Voor bovengenoemde typen geldt: terugsnoeien zodanig
dat er 3 tot 5 'ogen' op de scheut blijven. |
Alle typen rozen altijd snoeien boven een 'slapend' oog.
Zo'n slapend oog is te herkennen aan een aanliggend rood
gekleurd puntje op de scheut. Snoei boven het oog de stengel
iets schuin af om inwateren en
dus verrotten van de scheut te voorkomen. |
Snoeiwijze van een klimroos: alle zijtakjes van de overjarige
scheuten worden op ongeveer twee ogen of slapende knoppen
teruggeknipt. Klimrozen klimmen niet uit zichzelf, maar worden
geleid of aan een lattenwerk gebonden met behulp van muurnagels
of aanbinders. |
 |
 |
 |
| Stamroos voor de snoei |
Snoeiwijze stamroos: drie ogen aanhouden is voldoende |
Uiterlijk van een stamroos na de snoei |
Verzorging gedurende de bloei
Als de grondbewerking goed is uitgevoerd, hoeft er feitelijk niets meer te
gebeuren. Staan de rozen langer dan een jaar in uw tuin, dan ieder voorjaar
bijmesten met gedroogde koemest of speciale rozenmest. In uw tuincentrum
zijn deze meststoffen probleemloos te koop. Uitgebloeide rozen worden
afgeknipt, ter voorkoming van zaadvorming. Bij trosrozen of
polyantha-rozen worden de uitgebloeide bloemstengels ook verwijderd
nadat de laatste roos eraan is uitgebloeid. Hebt u botanische rozen, laat
dan de uitgbloeide bloemen eraan zitten. Later komen de rozenbottels te
voorschijn. Vooral deze bottels zijn een prachtig gezicht in het najaar.
Bovendien zijn sommige vogels dankbaar voor deze welkome aanvulling op hun
menu.
Over voorkomende ziekten en andere ongemakken
- Bladluizen -
De meest voorkomende aantasting bij rozen wordt veroorzaakt door bladluizen.
Een bladluizenplaag ontstaat vooral wanneer rozen op een tochtige
standplaats staan. Vaak gaat zo'n plaag vergezeld met een verhoogde
 |
| Bladluis |
aanwezigheid van mieren op en om de rozenstruik. De mieren 'melken' de
bladluizen. Bij ernstige aantasting worden de blaadjes van de roos als het
ware gelakt; een kleverige en heldere film overdekt de blaadjes. Bij
aanraking van de bladeren is de kleverigheid goed voelbaar. Wanneer er niet
curatief wordt opgetreden, ontstaat er een zwarte, doffe gloed over de
bladeren. Dit wordt roetdauw genoemd. Uiteindelijk sterven de bladeren af,
de roos wordt kaal en in het ergste geval sterven delen van de scheuten
volledig af.
Goede bestrijdingsmiddelen zijn in spuitbus verkrijgbaar: gelukkig is het
drijfgas in de spuitbus tegenwoordig onschadelijk, de ozon-laag wordt er
niet door aangetast.
Pyrethrine is een uitstekend werkzame stof tegen luizen. Het is weinig
giftig. Merken zijn bijvoorbeeld: Asef-insektendoder, Spruzit (een
biologisch middel) en Bio-Ledax. Een matig werkend huismiddeltje is te maken
uit (alkalische) zeep, bijvoorbeeld groene zeep, spiritus en in water
uitgekookte tabak. De verhouding doet er niet veel toe. Dit middel
regelmatig op de aangetaste plant spuiten. Ook brandnetelgier is goed
werkzaam tegen luis. Deze oplossing maakt u door een flinke bos brandnetels
gedurende een week in een emmer water ondergedompeld te houden. Daarna het
(stinkende) vocht zeven en er een flinke eetlepel groene zeep bijdoen. Een
zelfde resultaat is te bereiken met een aftreksel van kamille, dat u
overigens op dezelfde wijze maakt als de brandnetelgier.
- Schimmels -
Schimmels vormen een hardnekkig te bestrijden aantasting van uw rozen. De
meest voorkomende schimmel op rozen is de zogenaamde meeldauw. Deze
aantasting is te herkennen aan witte stipjes op vooral de onderzijde van de
bladeren. Zonder bestrijding worden de bladeren naderhand geel en vallen af.
Meeldauw is te bestrijden door regelmatig (zeker 1x per veertien dagen!)
met zwavelpoeder te stuiven. Merken zijn bijvoorbeeld: Luxan Spuitzwavel en
Bio-S. Andere middelen om meeldauw te lijf te gaan zijn verkrijgbaar onder
de merknaam Ronilan (de werkzame stof hierin is vinchlozolin) of Asepta
Funginex met als werkzame stof triforine.
|
|
|