 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Een hazelnoot is een brede struik |
|
|
|
De hazelnoot is al heel lang in cultuur. De Grieken en Romeinen waardeerden
de smaak van de noten.De houdbaarheid van een hazelnoot wordt verlengd zolang
het nootje in de vruchthulzen verblijft. In landen rond de Middellandse Zee
zijn uitgestrekte akkers met hazelnoot te vinden.
 |
| Gewone hazelnoot (Corylus avellana) groeit in zowel de zon als de schaduw |
In ons land is in vochtige bossen hier en daar een verdwaalde hazelnoot te vinden. Een
hazelnoot wordt vooral een brede struik.
De hazelnoot (Corylus avellana) groeit op kalkrijke humusgrond en
bovendien moet de grond permanent voldoende vocht kunnen vasthouden. De hazelnoot
behoort tot de familie van de hazelaarachtigen (Corylaceae).
De struik wordt tot 6 meter hoog en zeker 3½ tot 4½ meter breed.
Een hazelnoot, onze zuiderburen spreken liever van hazelaar, bloeit vanaf
januari tot en met april. Manlijke katjes en vrouwelijke bloemen zitten
aan een en dezelfde struik. De hazelnoot is dus eenhuizig. De katjes zitten
aan de struik, voordat het blad aan de struik komt. Vrouwelijke bloemen
zitten in groenige tuilen aan de uiteinden van de takken. Na de
bevruchting ontwikkelen bloemen zich tot een met een groene bast omhulde
noot. De omhullende bast is in feite een vruchthuls, die uit twee gescheiden
bladen bestaat. De rijpende noot is aan de bovenzijde omgeven door een
gefranjerde bolster. Naarmate de noot rijper wordt, verkleurt de bast van
de noot naar geeloranje. De nootjes zijn eetbaar. In een koele en vochtige
zomer ontwikkelen zich meer hazelnoten dan in een droge, warme zomer. Voor
een goede productie van hazelnoten is een lange periode met minder dan 7 °C
in de winter van groot belang.
Snoeien
De hazelnoot is een bladverliezende struik. De struik kan flink woekeren door
de vele uitlopers op de wortel. Daardoor wordt hazelnoot een vooral brede
struik met een grote omvang. Meestal wordt het snoeien nagelaten. De struik
 |
| Corylus avellana 'Fuscorubra' is roodbladig |
ontwikkelt zich dan in z'n natuurlijke vorm. Door snoeien wordt de vorm
compacter en komen er meer noten aan de struik. In principe moet een struik
met een open hart worden nagestreefd. Snoei in de winter, gelijktijdig
met de aanwezigheid van manlijke katjes. Selecteer vier tot zes scheuten en
verwijder de overige scheuten bij de grond af. Kort de geslecteerde scheuten
in tot zo'n zestig centimeter. Verwijder eventueel aanwezige zijscheuten op
deze scheuten. In de volgende twee jaren ontwikkelen zich nieuwe scheuten
vanaf de grond. Selecteer hiervan tien krachtig gegroeide scheuten. Knik de
top van deze scheuten, maar knip ze niet af. Laat de zijscheuten zitten. Hieraan
ontwikkelen zich de vrouwelijke bloemen en dus noten. Snoei de volgende winter
de geknikte scheuten terug tot op drie of vier knoppen. Hierdoor en hieraan
ontwikkelen zich sporentakjes, die vrucht zullen zetten. Verwijder in een
volgende winter afgedragen takken en/of oude takken. Nieuwe scheuten zullen
zich ontwikkelen. De snoeicyclus, zoals hierboven uiteengezet, begint vervolgens
van voren af aan.
| Variëteiten |
Bijzonderheden |
| 'Aurea' |
Loopt uit met geel blad. In de zomer is het blad geelgroen. |
| 'Contorta' |
Takken, scheuten en bladeren zijn gedraaid. Staat bekend als
kronkelhazelaar. |
| 'Fuscorubra' |
Met diep donkerrood blad. |
| 'Heterophylla' |
Met veerspletig, diep ingesneden blad. Struik met grote sierwaarde. |
| maxima 'Purpurea' |
Lambertsnoot. Met donker roodbruine bladen. Mooie struik. |
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|