 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Granaatappel, van semitisch symbool naar oorlogstuig |
|
|
|
De granaatappel is een van de lekkerste vruchten uit het oostelijke deel van
het Middellandse-Zeegebied. Het is ook een van de oudst bekende vruchten.
Koning Salomo zou een boomgaard bij zijn paleis hebben gehad vol met
granaatappelbomen. Veel later noemden de Fransen hun vinding, de granaat, naar
deze vrucht.
Een van de oude semitische symbolen betreft de granaatappel. Een granaatappel stond
toen voor een leven in overvloed. In het Babylonische rijk werd de vrucht opgediend
bij huwelijksfeesten en stond symbolisch voor liefde en vruchtbaarheid. Later zou
de profeet Mohammed zijn zegen aan de vrucht hebben gegeven door te stellen, dat
het eten van de vrucht haat en ijverzucht uitbant. Ook bij de Moren was de vrucht
bekend. Wel tien variëteiten stonden te boek. Nog steeds is de granaatappel
 |
| Een granaatappel vormt een sierlijke vrucht met een mooie blos |
het stadsembleem van Granada (Spanje). Door de eigenschap, dat - als een rijpe vrucht
op de grond valt - de vele zaden alle kanten opschieten, noemden de Fransen de handgranaat
naar deze vrucht. Ook het regiment, dat voor het eerst met dit dodelijke wapen werd
uitgerust, werd naar de vrucht genoemd: de grenadiers.
In het Middellandse-Zeegebied is de granaatappel een kleine boom of grote struik en
wordt daar tot vijf meter hoog. In ons klimaat wordt het een struik tot
tweeëneenhalve meter hoog. De granaatappel is bij ons een kuipplant en moet in de late
herfst in een koele kas of oranjerie overwinteren. Een granaatappel groeit langzaam
en bloeit pas zes tot acht jaar na het planten.
Hoewel de vruchten in ons klimaat niet tot volle rijpheid zullen komen, is de
struik meer dan de moeite waard. Al is het alleen maar om de decoratieve felrode
bloemen, die in de zomer ontluiken. Daarna ontwikkelt zich de vrucht en ook die is
het bekijken meer dan de moeite waard. De onderzijde van de bijna ronde vrucht
wordt bekroond met een zeslippig kroontje.
 |
|
 |
| Een granaatappel bloeit met buisvormige bloemen |
Een mooi kroontje aan de onderkant van de vrucht |
De vrucht van de granaatappel is saprijk en bevat veel vitamine C. De smaak is zacht
zoetzuur. Door indikken van het sap wordt grenadinesiroop verkregen. Een prima
basis voor limonade of als dressing voor een toetje. De vrucht bevat heel veel
bruinzwarte zaden en dat staat mensen nog wel eens tegen om de vrucht te consumeren.
De zaden kunnen in het voorjaar worden gezaaid. De bodemtemperatuur moet dan wel
constant op een temperatuur van 15° - 20° C. worden gehouden. Een stek met hieltje
kan in het najaar worden genomen, ook bij vegetatieve vermenigvuldiging moet een warme
bodemtemperatuur worden aangehouden. Plant een granaatappel in een diepe kuip. De grond
moet goed water doorlatend zijn. Vanaf de vroege lente tot aan het begin van de winter
moet de struik één keer per twee weken vloeibare kamerplantenmest krijgen.
Tijdens de rustperiode in de winter mag er geen vloeibare mest meer worden gegeven en
wordt het watergeven beperkt tot één keer per maand. Een granaatappel
groeit in de volle zon op een beschutte plaats.
Naast de gewone granaatappel (Punica granatum) is de variëteit Punica
granatum 'Wonderful' in cultuur. Deze variëteit bloeit met oranjerode bloemen.
Voor wie de gewone soort te groot wordt, is het dwergtype Punica granatum var.
nana goed te gebruiken. Deze variant wordt 60 tot 90 centimeter hoog.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|