 |
|
|
|
Zoeken
|
Myrica gale, gagel |
|
|
|
Gagel is een struik voor grote tuinen, grenzend aan heideveld of veenmoeras.
Niet dat de struik een grote sierwaarde heeft, maar het
heerlijke harsachtige aroma is bijzonder en de roodbruine kleur van de
scheuten is opvallend. In tal van drankjes is het aroma van gagel verwerkt.
Gagel (Myrica gale) komt in Nederland van nature voor. Myrica
behoort tot de gagelachtigen (Myricaceae). Het is met de varenberk
 |
|
De manlijke katjes vallen op in het voorjaar |
(Comptonia) het enige geslacht dat hiertoe behoort. Op lichtzure
en vochtige grond bij heidevelden en langs oude rivierbeddingen is gagel
als zoomvegetatie van nature te zien. De struik kwam al in het Boreaal
(7000 - 5500 voor Chr.) in ons land voor; de tijd die grotendeels samenviel
met de zogenaamde Nieuwe Steentijd. Het Boreaal werd gekenmerkt door een
klimaat dat vergelijkbaar is met ons hedendaagse klimaat, maar minder
wisselvallig. Op de Waddeneilanden en op plaatsen in de duinen, waar de
grond kalkarm is, zijn nog flinke struwelen van gagel aanwezig. In Drente
voornamelijk nabij de stroomdalen op het Drents plateau. Wasgagel (Myrica
pensylvanica of ook wel Myrica cerifera) is bij ons verwilderd.
In de Achterhoek is deze struik op enkele plaatsen wel aanwezig. Gagel
wordt ongeveer één meter hoog.
Katjes en blad
Gagel is een- of tweehuizig. Struiken met grote katjes (10 -
15 mm) zijn manlijk, die met kleine katjes (5 - 6 mm) zijn vrouwelijk. De
katjes van de manlijke struik kunnen éénhuizig zijn. Dat wil
zegge, ze bevatten zowel meeldraden als stampers. Vrouwelijke bloemen
 |
|
Gagel groeit in een open situatie. Het is een typisch voorbeeld van een randvegetatie |
bestaan uit een stamper en twee roodbruine stempels omgeven door kleine
schutblaadjes. Manlijke bloemen hebben vier meeldraden en zijn dus soms
één- of tweehuizig. Zowel manlijke als vrouwelijke bloemen
hebben geen honingklieren.
Het blad van gagel is scherp gezaagd. Het voelt leerachtig aan en is
langwerpig van vorm. De grootste breedte ligt nabij de top van het blad.
Bij wrijven van het blad komt de aangename harsachtige geur vrij. In het
najaar verkleuren de bladeren naar roestbruin.
Stikstof binden
Gagel groeit met lange ondergrondse uitlopers. Aan de wortels zitten
knolletjes in wisselende grootte. De knolletjes bevatten een zwam/schimmel
 |
|
Het blad lijkt op dat van olijf |
(mycelium) en dient om stikstof in op te slaan. Stikstof wordt niet via
het blad uit de lucht opgenomen, maar uit de grond. Daarmee kan gagel
moeilijke tijden overbruggen.
Balsem en extracten
De tweede naam van Myrica = gale is afgeleid van het Keltische woord
gal, dat zoveel betekent als balsem. Naar wordt aangenomen, werd door de
Kelten een extract gemaakt van de bladeren van gagel, dat diende om pijnen
aan handen en benen te verzachten. In vroeger tijden werd extract van gagel
toegevoegd aan bier en andere alcoholische drankjes. Zowel blad als stengels
van gagel hebben klieren die het harsachtige aroma verspreiden. De
boeren-plattelandsbevolking gebruikte blad en takken om muggen te verdrijven.
Zonder overdrijven: gagel ruikt heerlijk.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|