|
|
|
De druif is in Nederland niet inheems. Daarmee wordt bedoeld dat deze
plant niet van nature in Nederland voorkomt.
Toch komt de druif als vrucht en als plant dikwijls voor op oude schilderijen en
tekeningen uit de 17de en 18de eeuw.
De bakermat van de druif moeten we zoeken in het oude Perzië.
Op geweven wandtapijten, vooral uit de 15de en 16de eeuw, komen
 |
|
Pinôt Noir, een nobele druif |
tuinmotieven voor. De liefde voor het gebruik van afbeeldingen van tuinen
heeft alles te maken met het islamitische geloof. In de Koran wordt
veelvuldig gesproken over bepaalde bomen en planten. Ook heden ten dage
spelen met name bloeiende bomen en struiken een rol in het islamitische
geloof.
Nog steeds worden wijnstokmotieven in de tapijtkunst van het Midden-Oosten
verwerkt. Overigens is het aardig om te vermelden dat de indeling van de
vroegere Perzische tuinen later in de barokperiode in Frankrijk, Duitsland
en Nederland opnieuw in de tuinkunst werd gebruikt. De parterres en broderies,
zoals die te bewonderen zijn in Versailles, zijn daar rechtstreeks van afgeleid.
Druif - druivenstok
De druivenstok (Latijnse naam: Vitis vinifera) is een in Nederland
ingevoerde plant. De verspreiding ervan is hier beperkt vanwege
het weinig geschikte klimaat. Voor de productie van druiven wordt het
gewas in hoofdzaak in kassen geteeld. Het Westland was tot voor enkele
 |
|
In Nederland groeien druiven in hoofdzaak in een kas |
jaren geleden het belangrijkste teeltgebied. Vooral het ras Frankenthaler
(blauwe druif) werd het meeste geteeld. De prachtige, grote trossen sierden
vooral de 'schaal'.
Door import op grote schaal van consumptiedruiven uit Frankrijk, Spanje,
Griekenland, Italië; en Turkije (maar ook steeds meer uit
Californië, Mexico en Zuid-Afrikaanse landen) is zo langzamerhand
de teelt in het Westland aan het verdwijnen.
De hoge productiekosten van in kassen geteelde druiven (stookkosten, kosten
arbeid) zijn hieraan debet. In Zuid-Limburg zijn kleine percelen grond wel
als wijngaard aangeplant. De teelt vindt plaats op de zuidhellingen van het
krijtplateau. De productie van wijn is echter onbelangrijk.
Rassen
Voor de tuinliefhebber zijn in de Nederlandse tuincentra wel druivenrassen
te koop. De belangrijkste soorten zijn: Vitis 'Boskoop Glory' (blauw) en
Vitis coignetae. Daarnaast zijn de echte (oude) rassen te koop,
zoals: Muskaat van Alexandrië, Witte Van der Laan en de Golden
Champion (witte druivenrassen), 'Chasselas' (gele druif), 'Foster's Seedling'
en 'Brant'. Blauwe druivenrassen zijn onder meer: Frankenthaler, Gros Maroc en
Black Alicante.
In Frankrijk worden voor de productie van wijnen andere rassen gebruikt dan hier
kunnen groeien. De belangrijkste rassen zijn: Pinôt Noir, Chardonnay,
Sauvignon Blanc, Chenin Blanc, Gamay, Cabernet Sauvignon en de Merlot.
De naam Pinot is afgeleid van pin dat zoveel betekent als pijnboom. De
 |
|
Franse wijngaard in het district Châlon |
druiventros van de Pinot Noir lijkt in vorm op een denappel. Deze druif bevat veel
sap en suiker; het sap van de vruchten is kleurloos. Vandaar dat de Pinot Noir ook
gebruikt wordt voor de productie van champagne. De Chardonnay-druif wordt ook
gebruikt om champagne van te maken, maar voornamelijk worden er stevige en goede
Bourgogne-wijnen van gemaakt. Een wijn waarin de Chardonnay is gebruikt, is
droog en vol van smaak.
Uit de Sauvignon Blanc komen de witte Bordeaux-wijnen voort. De smaak is fruitig
fris en licht zuur. Chenin Blanc groeit in het Loire-gebied. Hieruit worden
delicate Loire-wijnen gemaakt die fruitig of licht droog zijn. De meest klassieke
druif is de Cabernet Sauvignon. De druif is heel donker van kleur en bevat veel
kruidige tannine. Grote Bordeaux- en Médoc-wijnen worden hiervan gemaakt.
De Merlot-druif wordt vooral in Pommerol en in de omgeving van Saint Emillion
geteeld. Deze druif heeft een fijn aroma en zachte smaak.
Bodemeisen
Druivenstokken houden absoluut niet van zure (veenachtige) gronden. Het beste
resultaat wordt bereikt op kalkrijke, kleiachtige grond, alhoewel de druif
ook op humushoudende zandgrond aangeplant kan worden. Zorg ervoor dat in het
vroege voorjaar (maart - april) de druif bemest wordt. Het eenvoudigste kan
dit uitgevoerd worden met kunstmest, dat rijk is aan calcium of kalium. De
zogenaamde mengmeststoffen zijn verkrijgbaar in verschillende hoeveelheden,
meestal in N + P + K-combinaties: stikstof + fosfor + kalium.
Calciumsulfaat (CaSo4) is ook een zeer bruikbare meststof. Let erop, dat u
bij aanschaf een zo hoog mogelijk K- of Ca-getal krijgt!
Naarmate de grond lichter van samenstelling is (zandgronden) of armer aan
kalk, neemt de smaakkwaliteit en de bewaarbaarheid van de druif af.
Alleen goede, warme zomers met veel zonneschijnuren heffen de verschillen
een beetje op. De in de grond aanwezige en noodzakelijke voedingszoutenconcentraties
en ook de vochtigheid van de grond bepalen tevens de ontwikkeling. Bij een lage
concentratie aan voedingsstoffen groeit het gewas welig, dat wil zeggen:
ontwikkelt veel stengels, stelen en bladeren.
De druif steekt zijn energie dus te veel in de ontwikkeling van loof. Te
veel blad is uiterst nadelig voor de ontwikkeling en de groei van de vrucht(en).
Er is minder vruchtzetting, de druiven blijven ook langer vochtig en schimmelen
sneller. Bovendien neemt ook het aantal afwijkingen aan de vrucht toe.
Standplaats
De druif houdt absoluut van een warme en zonnige standplaats. Aanplant
tegen gevelmuren op het zuiden is een prima plaats. Bij de huidige woningen zijn
de gesloten gevelwanden naast of tussen de raampartijen veelal (uiteindelijk)
te klein om er een druif tegenaan te planten. Een andere mogelijkheid is dan
een schutting. Beschikt u hier niet over, dan is het zaak zelf iets te maken
 |
|
De oogst wordt binnengehaald |
waarop de druif kan steunen. Een dak van druiven als zonnescherm bijvoorbeeld.
Voorwaarde is en blijft een standplaats die maximaal en langdurig door de
zon wordt beschenen!
Verzorging in de zomer
Druiven moeten worden geleid. Op muren en schuttingen kunt u het beste horizontale
draden spannen. Gegalvaniseerd draad (ca drie mm dik) is uitstekend geschikt.
Eventueel kan een constructie met regels (latten) ook goed dienst doen.
Bedenk wel dat druivenstokken tientallen jaren productief kunnen zijn. Duurzaam
materiaal verdient daarom de voorkeur. De onderlinge afstand tussen de draden
moet ongeveer veertig tot vijftig cm bedragen. Aan de draden of regels - de
leggers - worden de scheuten van de wijnstok gebonden.
Hiervoor zijn verstelbare plastic binders in tuincentra te koop.
Het aanbinden van de scheuten langs de draden gebeurt door het uitbuigen
van de dichtst bij de draad aanwezige scheut vanuit de hoofdspil van de
plant. Dit uitbuigen gebeurt zowel naar links als naar rechts als de
druif in het midden van de draden is geplant. Eenzijdig aanbinden
kan uiteraard ook. Hoe hoger de druivenstok is of mettertijd wordt, des
te meer 'leggers' er moeten zijn of komen.
De scheuten die tussen de aangebonden 'leggers' zitten, worden
op de spil weggesnoeid. In de zomer moeten regelmatig (!) nieuwe scheuten
tussen de 'leggers' worden afgesnoeid: tot op een blad van de scheut.
Ten minste elke 2 - 3 weken moet deze bewerking worden uitgevoerd.
Te laat verwijderen van de overtollige scheuten kan ertoe leiden dat de
bessen in de tros bruin worden en verschrompelen. De oorzaak ligt in de
wateronttrekking door de overtollige scheuten en de weelderige groei
ervan. Het aanhouden van deze overtollige 'groeisels' zorgt ervoor dat de
bessen aan de tros slecht zullen kleuren en dat de bessen zuur blijven. Deze
aantasting heet lamsteligheid.
Zorg ervoor dat in de zomer de grond rondom de druivenstok steeds vochtig is,
zodat voldoende water kan verdampen voor een voldoende microklimaat.
Reguleren van de druiventros
Begin juni bloeien de druivenstokken. De bloei is niet erg opvallend. Voor de
vruchtzetting door middel van bestuiving is bezoek van bijen belangrijk.
In juli verschijnen duidelijke trosjes met reeksen bessen eraan. Voor een
deel vallen na verloop van tijd spontaan besjes af. Dit is een natuurlijke
'rui', waarover u zich geen zorgen moet maken. Toch is deze rui niet voldoende
om later mooie trossen met dikke druiven te oogsten! Tenzij u er genoegen mee
neemt kriekdikke bessen te eten!
Dikke bessen aan de tros ontstaan na ingrijpen van de wijnstokbezitter.
Er moet 'gekrent' worden. Met engelengeduld moet elke tros en elk steeltje
met bessen daaraan bekeken worden op 'overtollige' bessen. Op elk steeltje
moeten bessen worden weggeknipt worden: ca 9 bessen per steeltje is ruim
genoeg. Zijn er bovendien te veel trossen, dan is het ook beter een aantal
daarvan weg te halen. Resultaat: zware en volwaardige trossen, die
kunnen wedijveren met wat zoal op dit gebied in de winkel wordt aangeboden.
Snoeien voor de oogst
Voor de kleuring en het verbeteren van de bewaarbaarheid is de zogenaamde
'rijpingssnoei' van betekenis. Hierbij worden de scheuten met daaraan de
 |
|
De druiven staan klaar om een 'château' te worden |
druiventrossen met ongeveer 20 tot 30 cm ingenomen. Deze snoei mag pas gebeuren,
nadat de bessen aan de tros volledig zijn gekleurd! De betere toetreding van
zonlicht zorgt voor een snellere rijping en stijging van het suikerpercentage in
de druif. Het maximale suikerpercentage bij oogst van de trossen bedraagt
zelden meer dan 16%.
Druivenoogst kan in het Nederlandse klimaat beginnen vanaf ongeveer half
september en kan doorlopen tot de eerste (lichte) nachtvorsten. Niet alle
druiventrossen hoeven in één keer geoogst te worden. Hebt u
meer wijnstokken en bent u van plan zelf wijn te maken, dan zult u uiteraard
in één keer moeten oogsten.
Snoeien in de winter
Direct nadat de laatste bladeren zijn afgevallen, kan worden gesnoeid.
Meestal is dit het geval na een eerste lichte tot matige vorst. In principe
kan de snoei uitgesteld worden tot maximaal half maart. Snoei nooit bij
matige tot strenge vorst! In de aangegeven snoeiperiode verkeert de druivenstok
 |
|
Er is maar weinig verschil tussen cordon- en Guyotsnoei |
in 'rust', dat wil zeggen dat de sapstroom in alle levende delen van de plant
minimaal is. De wijze waarop gesnoeid moet worden, is afhankelijk van het
druivenras. Als vuistregel kan gehanteerd worden, dat voor de 'witte rassen'
de stengel teruggesnoeid moet worden tot op 4 - 5 ogen of knoppen; de
'blauwe rassen' worden teruggezet tot op 2 -3 ogen.
Deze vuistregel geldt uitsluitend voor de 'leggers'. Alle andere stengels die
tussen de 'leggers' gegroeid zijn, kunnen volledig bij de spil worden
weggesnoeid. Let erop, dat u ook de nieuw te vormen 'leggers' selecteert,
zodat de omvang of hoogte van de wijnstok kan toenemen! Is er echt geen
plaats meer voor nieuwe 'leggers' of wordt de wijnstok te hoog, dan kunnen
de stengels aan de 'kop' worden weggesnoeid.
In de loop der jaren zult u merken dat de 'leggers' verhouten en hun
typische gedraaide vorm verkrijgen. Toch zullen er steeds voldoende nieuwe,
'slapende' ogen zijn om het beschreven proces van jaarlijkse
snoei uit te voeren.
Stiftsnoei
Deze snoeivorm is algemeen toepasbaar op druiven. Uitgangspunt bij deze manier van
snoeien is dat er al 'leggers' bestaan. Deze leggers zijn verhout en bruin van kleur.
Hierop groeien jonge scheuten, die vrucht hebben gedragen. Bij de snoei in de winter
worden al deze stengels nauwkeurig bekeken: welke worden aangehouden voor het volgende
jaar en welke worden weggesnoeid. Alleen de dikste en sterkste stengel(s) worden
aangehouden. Zorg voor een voldoende, onderlinge afstand. Vervolgens worden de
geselecteerde stengels ingekort, zodat er 2 - 3 ogen op het overblijvende stengeldeel
staan. Dit noemt men snoeien op stiften.
Guyotsnoei
Bij deze manier van snoeien worden ieder jaar, aan het begin van de winter,
één of twee eenjarige takken geselecteerd. De rest wordt radicaal weggeknipt.
De aan te houden tak(ken) worden ingenomen tot een lengte overblijft van 80 - 100 cm.
Deze takken worden horizontaal aangebonden. De lengte van de takken bepaalt het aantal
uitlopende scheuten in het voorjaar en dus ook de opbrengst. Deze manier van snoeien is
vooral bedoeld voor rassen die minder vruchtbaar zijn. Voor rassen die slappe stengels
maken, bent u hierop aangewezen. De aan te houden takken moeten zo dicht mogelijk bij de
stam zitten. Door het aanbinden van de nieuwe ligger ontstaat het zg. cordon. Een
cordon kan bestaan uit een enkel en een dubbel snoer, al of niet in één of
twee etages opgebouwd.
Andere snoeivormen
|
Voor een ruim sortiment sierheesters kunt u direct terecht bij
Tuinplant.nl. |
|
|
|