 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Augurkenstruik |
|
|
|
Het is een van de mooiste struiken, bloeit prachtig en je krijgt nog augurkjes
op de koop toe. De bladen zijn veervormig samengesteld
en staan aan lange bladstengels. De kleur van het blad is al even bijzonder:
metallic blauwgroen. De augurkenstruik heeft een architectonische waarde. Iets, wat
het beste tot z'n recht komt als de struik solitair staat. De struik groeit
 |
| De struik heeft een blauwgroene waas over zich |
op alle grondsoorten als het maar niet te nat aan z'n voeten is.
Decaisnea fargesii (augurkenstruik) heeft niets van doen met
de eetbare augurk (Cucumis sativus). De augurkenstruik is
een van de acht geslachten uit de familie van de
Akebia-achtigen (Lardizabalaceae). De bekende klimplant Akebia
behoort er onder andere toe. De familie staat bekend om het feit, dat
bloemen meer dan één stamper hebben. Dat is op zich
heel bijzonder.
De augurkenstruik komt van oorsprong uit het westen van China en de Himalaya.
De struik is voor het eerst in 1895 door de Fransman Joseph Decaisne
ingevoerd. De struik is naar hem vernoemd. Joseph verdiende dat ook wel.
Hij was een gedreven botanicus, die veel toen onbekende planten invoerde.
Een augurkenstruik groeit met sterk opgaande, dikke takken. Daaraan zitten de
tot een meter lange stengels met bladen. Oude takken hebben een paarse
kleur met in de langsrichting een grijze zweem over de bast. De stengels,
waaraan de bladen zitten, zijn dieppaars (auberginekleurig). De bladen
hebben de kenmerkende metallic blauwgroene kleur en zijn aan de onderzijde
 |
| D. fargesii bloeit met klokvormige bloemen |
 |
| Het laat zich raden: hieraan ontleent de augurkenstruik zijn naam |
zelfs meer blauw dan groen. De gaafrandige bladen zijn zes tot veertien
centimeter lang, eirond van vorm en aan de punt toegespitst.
Aan Decaisnea fargesii is van alles te beleven. Het is - als je hem
eenmaal hebt - echt een struik om verknocht aan te raken en enthousiast over
te zijn. Laat u niet weerhouden door de hoogte van zes meter. Die bereikt de
struik pas na jaren.
De augurkenstruik bloeit in april - mei met opvallende, klokvormige bloemen
in lange pluimen. De pluimen staan omhoog gericht. De individuele bloemen
zijn matgeel. Vanuit de basis lopen metallic blauwe zwemen over de bloem.
Een augurkenstruik bloeit heel rijk met sierlijke bloemen, die zeker twee
centimeter lang zijn. Ze blijven lang aan de struik.
Na de bloei vormen zich ongeveer tien centimeter lange, augurkvormige
vruchten (worstvormige blazen). Ook deze hebben een metallic blauwgrijze
kleur. (NB: er bestaat ook een soort met geelgrijze vruchten.) Rijpe
zaden kunnen in de herfst onder glas worden gezaaid. In de herfst
verliest de augurkenstruik zijn blad. Dan al zijn de aanliggende, donker
paarszwarte knoppen langs de stengel goed zichtbaar. Iets, wat ook heel
kenmerkend is voor Decaisnea. De knoppen zijn aan de buitenkant
bol, hebben een scherp spitse beëindiging en liggen plat
tegen de stengel aan.
Snoeien
Hoewel Decaisnea volkomen winterhard is, is de struik gevoelig
voor late (nacht)vorst. De struik heeft de neiging vroeg in het voorjaar
uit te lopen. De jonge scheuten zijn dan extra kwetsbaar. Late vorst
kan ertoe leiden, dat jonge scheuten aan de top beschadigd raken. Knip
beschadigde delen pas aan het begin van de zomer weg. Snoei de beschadigde
scheut af boven een gezond oog aan de stengel. Zwak gegroeide scheuten
kunnen ook beter in de loop van de zomer worden verwijderd.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|