 |
|
|
|
Zoeken
|
Cordyline |
|
|
|
Wie veel in de tropen rondreist, zal Cordyline niet vreemd zijn. Plantsoenen en
parken worden ermee gesierd, zoals wij hier
Pelargonium gebruiken.
De volken van Polynesië en Melanesië hebben de plant wijd
en zijd verspreid vanuit het voormalige Nieuw-Guinea. Niet voor de sier,
maar vanwege het voedzame zetmeel, dat uit de wortels wordt gewonnen. Voor
ons heeft de plant slechts sierwaarde gedurende de zomer.
Cordyline behoort tot de palmachtigen (Asteliaceae). De meeste soorten zijn
te vinden in de tropen en subtropen en zijn bij ons niet winterhard. Door het
sierlijke uiterlijk worden steeds meer soorten ingevoerd om hier als potplant te
 |
| Cordyline fruticosa heeft een sierlijke uitstraling |
worden verhandeld. Gedurende de zomer kan Cordyline op terras, balkon en als
accent in de border worden gebruikt. Naast de hier getoonde soort Cordyline
fruticosa met rode bladen, zijn er met helemaal groen, groengeel, groenroze
en karmijnrood gestreepte bladen. Cordyline is genoeg windvast en zal niet
snel afbreken. De stam met de vele dunne lancetvormige bladen is daarvoor taai genoeg.
Plant Cordyline in een ruime pot of kuip. De rizomen groeien vooral naar
beneden, de diepte in. Gebruik potgrond, waarin een beetje compost is gemengd.
Breng onder in de pot of kuip potscherven of geëxpandeerde kleikorrels aan voor
drainage. Cordyline verlangt geen felle zon, maar wel veel licht. Geef de
struik in de zomer regelmatig water. In de tropen wordt Cordyline fruticosa
tot wel drie meter hoog. In ons klimaat is een hoogte van één meter
heel behoorlijk. Bladen worden vijftig tot zestig centimeter lang. Aan de top staan
ze schuin omhoog gericht. De daaronder zittende bladen zijn sierlijk naar beneden
gebogen. In een warme zomer komt de struik in bloei. Pluimen tot wel dertig centimeter
zijn bezet met kleine witte of mauvekleurige bloemen. De bloemen geuren op warme dagen
zeer sterk, maar zeker niet onaangenaam. Na de bloei verschijnen kleine, ronde, rode
bessen, die de verwantschap met de palm duidelijk aantonen. Aan het
einde van de herfst moet de struik binnen overwinteren in een vorstvrije ruimte. In de
winter het watergeven beperken tot ëën keer per maand. In het voorjaar langzaam
de watergift vergroten tot twee keer per maand. Voeg daaraan een beetje vloeibare
kamerplantenmest toe.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|