|
|
|
Bramen uit eigen tuin besparen een zoektocht naar wilde bramen: een
uitnodiging om zelf bramen te telen. Er zijn goed dragende rassen en de
verzorging valt best mee.
Bramen kunnen groeien aan een muur of in de vorm van een haag/snoer.
Een snoer van bramenplanten kan een handige, groene afscheiding in de tuin zijn.
En... omdat het nog vruchten oplevert ook een mooie toevoeging aan of het
 |
| Wie zou niet bezwijken voor zulke goed ogende vruchten?
(stekelloze braam 'Thornless Evergreen') |
begin van de edible garden.
Bramen groeien in Nederland in het wild. Het zijn verschillende soorten:
dauw- of duinbraam (Rubus caesius) en de gewone braam (Rubus
fruticosus). De laatste soort heeft grote, blauwzwarte vruchten die het
plukken ervan de moeite waard maken. Bramen groeien in struwelen en randen
van bossen, vooral daar waar een opeenhoping van minerale meststoffen is.
Vanaf 1930 is de teelt gecommercialiseerd.
Verzorging
Bramen houden van een flinke portie stikstof (N) en een humusrijke bodem.
Een gift stikstof van 100 gr/m² kan jaarlijks in februari worden
gegeven. Bramen bloeien het beste op jonge scheuten en dragen aan die
scheuten de dikste en mooiste vruchten. Het vormen van nieuwe scheuten
doet de braam spontaan en ook de wijze van snoeien bevordert de
ontwikkeling van jonge scheuten. Ieder jaar moet daarom worden
gesnoeid.
Oude scheuten - die van het voorgaande jaar - worden aan de basis
weggeknipt. Vervolgens worden de jonge scheuten
aan- en uitgebonden tegen een muur, op een
trellisscherm of in een krimpnet, dat normaal als betonwapening wordt
gebruikt, op een gevlochten afrastering van wilgentenen etc.
Van nature buigen de afgedragen scheuten aan het einde van het groeiseizoen
door naar de grond. Als het jonge topje ervan de grond kan raken, wortelt
die zich in de grond. Het volgende seizoen ontspruit hieruit de jonge
scheut. Op deze manier kan een ras worden vermenigvuldigd.
Planten
Bramen verlangen een zonrijke en beschutte plek tegen vorst. Op een
schaduwrijke plaats bloeit de braam slecht en is de opbrengst gering.
 |
| Bramen bloeien een lange periode: van juni tot eind augustus |
Bovendien wordt de smaak beduidend minder of rijpen bramen nauwelijks.
Een voedingrijke, humeuze en voldoende vochtige bodem geeft de beste
resultaten. Planten kan vanaf begin november tot einde maart. De onderste
knoppen aan de scheuten worden op ca 5 cm onder de grond geplant. Bijmengen
van een portie oude stalmest geeft een goede start. Plant u meer dan
één braam, dan is een onderlinge afstand van 1,5 - 2 meter
nodig. Zorg ervoor dat de braam later steun kan zoeken aan horizontaal
gespannen draden, een pergola o.i.d. Snoei de braam na het planten in tot
op 25 cm boven de grond.
Geef de moed niet op na het eerste groeiseizoen: ieder jaar later (na het
aanplanten) zullen er meer jonge (grond)scheuten worden gevormd. Pas in het
derde jaar is de plant 'volwassen'. Ieder jaar worden de dikste,
jonge scheuten aangehouden. Zwakke scheuten worden zonder meer
weggeknipt. Bind de scheuten aan op een onderlinge afstand van 30 cm.
Doornloze rassen worden op een onderlinge afstand van 15 - 20 cm
aangebonden. Jonge stengels zijn gevoelig voor vorst. Bescherm ze in de
winter zoveel mogelijk met stro, jute zakken o.i.d. Dek zonder meer
de voet af met afgevallen blad.
 |
| Bramen hebben steun nodig. De nieuwe scheuten worden ieder jaar opnieuw aangebonden.
Waaraan of waartegen kan heel verschillend zijn |
Rassen
Er is een flink aantal bramenrassen op de markt, maar van niet ieder ras is
de smaak even goed. Of de smaak van een ras wordt gewaardeerd, hangt uiteraard
af van uw voorkeur. Er zijn rassen die zoet, mild zuur of een licht aroma hebben
en ook de grootte van de vrucht is afhankelijk van het ras. De meeste bramenrassen
worden rijp in de periode eind juli - tweede helft van september.
Aan te bevelen rassen zijn:
- 'Boysenbes', met stekels, licht aromatisch, mild van smaak
- 'Himalaya', met stekels, licht aroma, tamelijk grote vruchten
- 'Merton Thornless', doornloos, licht zuur, grote vruchten
- 'Thornfree', doornloos, grote vrucht, sappig lichtzuur aroma
- 'Thornless Boysenbes', doornloos, grote zoete vrucht
- 'Thornless Evergreen', doornloos, matige grote vruchten, sappig zuur
- 'Thornless Loganbes', doornloos, grote donkere vruchten, mild zuur
Ziekten en aantastingen
Grote frambozenluis (Amphorophora rubi subspec. idaei)
Aantasting: honingdauw en roetdauw, vertraging in de groei, overdracht van virus(sen)
mogelijk.
Bestrijden met: Spruzit of Bromofos.
Kleine bramenluis (Aphis roborum)
Aantasting: luizen zuigen aan bladeren en/of jonge
scheuten. De luis scheidt een kleverige stof af en veroorzaakt honingdauw, later
gevolgd door roetdauw. Krullen van het blad.
Bestrijden met: Decis, Spruzit, Plantschoon of Primicarb.
Frambozenkever (Byturus tomentosus)
Aantasting: Bloemknoppen en bloemen worden vernield
door grijsbruine kevers. In en op de vruchten de larven van deze kevers in de vorm van wormpjes.
Bestrijden met: Decis, Pyrethrum of Spruzit.
Rode vruchtziekte (Aceria essigi)
De vruchten die zijn aangetast, verdrogen. De ziekte wordt veroorzaakt door de bramengalmijt.
Bestrijden met: Sulphon.
Roest (Phragmidium violaceum)
Aan de bovenzijde van het blad verschijnen donkerrode vlekjes; aan de
onderzijde oranje, bruine of zwarte vlekjes.
Bestrijden met: Bitertanol, koperoxychloride.
Vruchtrot (Botrytis cinerea)
Bloemen en vruchten rotten en zijn met een grauwe schimmellaag bedekt.
Bestrijden met: Bitertanol, Triforine, Vinchlozolin, Tolyfluanide.
|
|
|