 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Het krentenboompje is niet krenterig met bloemen |
|
|
|
't Is genieten als je in april randen van bossen afgezoomd ziet met bloeiende
krenten. Witte wolken lijken het op afstand.
Vooral in Drente en Overijssel siert het krentenboompje zomen van bossen. In steden staan ze
in parken, plantsoenen en tuinen.
In het voorjaar lijken ze eigenlijk overal te staan. Aan de witte waas ontkom je
niet. De rest van het jaar vallen ze niet zo op, todat het krentenboompje
zich in het najaar hult in een oranjegele waas. Een enkeling waagt zich aan de krent zelf, de
vrucht wel te verstaan.
Het krentenboompje (Amelanchier lamarckii) was inheems in Noord-Amerika. Heden
ten dage komt krent daar niet meer voor. Het vroegere onderscheid tussen soorten,
nl. Amelanchier laevis en Amelanchier canandensis, is in de
loop van de tijd niet houdbaar gebleken. Tegenwoordig wordt alles lamarckii
genoemd. De enige soort krent die in Europa voorkomt, is Amelanchier ovalis
in gebieden ten zuiden van de Alpen en in de berggebieden van Midden- en Oost-Europa.
Het krentenboompje (Rosaceae) is in ons land vooral in Drente en delen van Overijssel
verwilderd. Het wordt ook wel Drents krentenboompje genoemd, elders
 |
|
Amelanchier in bloei, een witte bloemenwolk |
noemt men hem gewoon krent. In de 17de en 18de eeuw is krent ingevoerd. In het begin zijn
nog zuivere soorten geplant. Tegenwoordig is de soort nauwelijks meer te herleiden
vanwege kruis- en zelfbestuiving en de grote fenotypische
variatie, die binnen het geslacht voorkomt. Krentenbloei is er in april en mei, ze
valt vrijwel gelijktijdig met die van peer, pruim en sierprunus. Krent komt vooral
op licht vochtige zand- en zure grond voor.
Een krent wordt maximaal tot tien meter hoog. Het is een bladverliezende, breed
uitgroeiende boom of struik. Vermeerdering vindt plaats door zaaien, afsteken van
 |
|
Amelanchier geeft na de bloei eetbare bes |
schot op worteluitlopers of enten. Het zaad wordt uit de krent gewonnen door de bessen
ongeveer twee weken te laten broeien, waardoor het zaadomhulsel verslijmt. Het
vruchtvlees kan hierna gemakkelijk worden weggewassen. Zaaien in augustus of in
het voorjaar. Voor zaaien in het voorjaar moet het zaad in de winter koude kunnen
krijgen (koude prikkel) om te kunnen kiemen. Enten van krent komt steeds meer in
zwang. Kwekers kunnen hierdoor selecties van krent op stam aanbieden. Krent wordt
geënt op meidoorn of lijsterbes.
De krent bloeit op voornamelijk op kortloten aan scheuten van het voorgaande jaar.
Aan de voet van de bloeiwijze, in de oksel van een van de bladen, ontwikkelen
zich in juni alweer bloemen in knop voor het volgende jaar. Krentenbloei begint
voor het uitlopen van het blad. Pas uitgelopen blad is in het begin viltig behaard.
De krenten van de krent zijn schijnvruchten. De zaden liggen opgesloten in een vier-
tot tienhokkig klokhuis. Ze worden ongelijktijdig rijp, zodat groene, donkerrode
en blauwzwarte vruchten door elkaar aan de struik voorkomen. Wie krent wil eten, zal
dus regelmatig de struik moeten afzoeken naar rijpe vruchten met veel vitamine A.
De krent is van nature zoet, er kan jam van worden gemaakt of laat ze drogen, zodat
ze later in compote kunnen worden gebruikt. Of gebruik ze als vervanger van
krenten. De zaden bevatten amygdaline, dat licht giftig kan zijn. Zorgen hoeft
 |
|
Van de eetbare bessen (schijnvruchten) is jam te maken |
u zich niet te maken, de zaden verteren nauwelijks of niet in de maag. Ook vogels
(merel, lijster en spreeuw) zijn gek op de krent. Ze zijn er meestal eerder bij
dan u. Door vogels heeft de krent een groot verspreidingsgebied gekregen. De
zaden worden her en der uitgepoept.
Snoeien
Een krent moet af en toe na de bloei worden gesnoeid om meer licht in de struik te
brengen of - als de bloei minder wordt- er kan een aantal oude takken worden verwijderd.
Wie van krent een boompje wil maken, zal in het begin moeten snoeien. Kies in dat
geval één stevige tak uit en snoei de rest van de stengels/takken
volledig weg. Snoei zijscheuten op deze ene tak terug tot eenderde van hun lengte,
maar laat scheuten aan de top ongemoeid. Snoei de zijscheuten op de zich ontwikkelende
stam op deze manier enige jaren achter elkaar, totdat de stam dik genoeg en
stevig genoeg is om de kroon te dragen. Als de stam dik genoeg is, mogen alle
zijscheuten tot aan de kroon bij de stam af worden weggeknipt.
|
Fenotypisch/fenotype: dit is de uiterlijke verschijningsvorm als resultaat van
onder meer milieu-invloeden op de erfelijke aanleg, zoals in de genen is vastgelegd. |
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|