 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Als 't tijd wordt om op te schonen: snoeien en vormen van klein fruit |
|
|
|
Onder klein of zacht fruit wordt al het fruit verstaan dat in struikvorm
of als laag bij de grond groeiend gewas wordt geteeld. Klein fruit is bij
uitstek geschikt om in middelgrote tuinen of speciaal daarvoor aangelegde
moestuinen te worden geteeld. Klein fruit vermeerdert zich onder meer door
worteluitlopers, is gemakkelijk te stekken of wordt door afleggen vermenigvuldigd.
Bij aanschaf van een besdragende struik is het raadzaam een
'virusvrijcertificaat' te vragen. Bessen zijn erg gevoelig voor bepaalde virussen.
Besdragende struiken kunnen in het najaar vanaf oktober tot de eerste
matige nachtvorst worden geplant. De vruchten komen alleen in landen met
gematigde klimaten tot ontwikkeling. Koele zomers met liefst weinig neerslag
zijn ideaal om goed en mooi fruit voort te brengen. Klein fruit is goed op
z'n plaats in het Nederlandse klimaat. Vruchtzetting komt tot stand door middel
van zelfbestuiving. In dit artikel wordt het snoeien van in struikvorm
groeiende gewassen behandeld zoals rode bes, zwarte bes, witte bes, kruisbes
en aan scheuten groeiende vruchten als braam en framboos. Over de
Japanse wijnbes verscheen al eerder
een artikel. Dit laatste gewas brengt ook vruchten voort aan scheuten.
Waarom snoeien?
Door elk jaar te snoeien wordt een gezonde, goed gevormde en
productieve struik in stand gehouden. Oud hout wordt ieder jaar zoveel
mogelijk verwijderd om een teruglopende opbrengst en het kleiner in omvang
worden van de vruchten tegen te gaan. Al het klein fruit brengt vruchten
voort op hout dat ten minste één jaar oud is.
Op oud hout worden ook wel vruchten gevormd, maar beduidend minder in
aantal en omvang. Naast snoei die gericht is op veel opbrengst, is snoei
om een vorm tot stand te brengen ook nodig. Vormsnoei gebeurt hoofdzakelijk
aan struiken. Scheutvormers worden voornamelijk geleid door aanbinden aan
gespannen draden. Snoei is er altijd op gericht om zoveel mogelijk (zon)licht
en luchttoetreding in de stuik te bevorderen. In een te dichte struik zullen
bladeren en vruchten sneller beschimmelen en verrotten. Extra snoeien buiten
de normale snoeiperiode, die in oktober tot en met januari valt, is soms nodig om
door ziekte aangedane takken en bladeren te verwijderen.
De struik vormen door vormsnoei
De vorm van de struik die het meest voorkomt bij rode, zwarte en witte
bes is de meerstammige struik. Kenmerkend hiervoor zijn de
vele stengels die uit de grond komen. Er zijn veel meer vormen mogelijk.
De vorm heeft echter meer te maken met de situatie waarin de struik in een
tuinconcept is/wordt toegepast of de persoonlijke voorkeur van de eigenaar.
Op zich doet de vorm niet zoveel toe of af aan de opbrengst van de struik.
 |
|
 |
|
 |
| Meerstammige struikvorm |
Bolvormige struikvorm |
Enkel snoer |
Op de bovenstaande hoofdvormen komen variaties voor. Zo is het mogelijk dat
de meerstammige en bolvorm, die zich als een brede waaier tentoonspreiden,
op een lage of hoge stam geplaatst, hetzelfde effect geven. Op het enkel
snoer komt de variatie met drie of vier snoeren voor. Alle struikvormen
kunnen rondom breed uitgroeiend zijn of worden plat gesnoeid. In het
laatste geval groeien de struiken dan meestal tegen een muur. Op de muur
gespannen draden (dik nylon of gegalvaniseerd draad) vergemakkelijken het
in vorm brengen. Let er bij aankoop van een struik op of deze meerstammig
is of op een stam staat en ook op de hoofdvorm. Bedenk voorafgaand aan het
snoeien welke vorm de struik later moet bereiken.
Bessen snoeien: letten op een
bloemknop en een bladknop
Snoeien is niet zomaar wat takjes wegknippen, die in de weg zitten of de struik
fatsoeneren om er een leuke vorm aan te geven. Daar komt wat meer bij kijken.
In ieder geval: gebruik goed en scherp gereedschap.
Snoeischaar en boomzaag behoren tot de basisuitrusting. Daarna komt de
techniek van het snoeien. Maak voorafgaand aan het snoeien het gereedschap
schoon met huishoudzeep. Nadat elke struik is gesnoeid moet het gereedschap
opnieuw worden schoongemaakt. Dit voorkomt verspreiding van een virus
of virussen. Wees daarin nauwgezet!
Er zijn twee belangrijke snoeiperioden: winter en zomer.
In de winter wordt het (te) oude hout weggenomen als jongere takken ze
kunnen vervangen. Snoei zodanig dat de struik open is en/of wordt. Geef
vorm aan de struik door die takken te verwijderen, die het gekozen model
zouden verstoren. Is de vorm eenmaal bereikt, dan moet gezorgd worden
voor de vorming van sporendragers. Bij de rode, witte en
kruisbes en in zekere mate bij de zwarte bes worden sporendragers gevormd
door het inkorten van alle zijscheutjes op een hoofdstengel. De
zijscheutjes worden tot op 3-4 knoppen teruggeknipt. De hoofdscheut,
waaraan deze zijscheuten zitten, wordt met ongeveer eenderde deel ingekort.
Deze wijze van snoeien bevordert vorming van nieuwe scheuten waaraan de
vruchten zullen verschijnen. Na enkele jaren moeten deze (oude) hoofdscheuten
worden vervangen door jongere scheuten.
 |
|
 |
|
 |
|
 |
| Snoeiwijze rode, witte en zwarte bes voor 'sporen' |
Juiste snoei bij een oog |
Onjuiste snoei bij een oog |
Bloemknop dik, bladknop klein |
Let tijdens het snoeien wel op blad- en bloemknoppen.
Takjes met veel bloemknoppen kunnen worden behouden; bloemknoppen zijn dikker
dan bladknoppen en zijn afstaand ten opzichte van de stengel. De jonge scheuten
hebben in hoofdzaak bladknoppen; die liggen aan/op de stengel en zijn veel kleiner
en spitser van vorm dan de bloemknoppen.
Snoei een stengel niet schuin langs een oog. Snoei er altijd boven en schuinaf
op de stengel. Te dicht op de knop snoeien betekent meestal dat de knop afsterft.
Snoeien en sporen van kruisbessen
Ook kruisbessenstruiken worden in vele vorm gesnoeide modellen te koop
aangeboden. Zo komt de kruisbes op (een hoge) stam voor, bestaan er
 |
|
Inkorten scheuten van kruisbes |
kruisbessensnoeren en waaiervormen. Voor de vormgeving aan de struik is
hetzelfde van toepassing als bij de rode bes etc. Het meest voorkomende
type is de kruisbes op stam. De struik kan tot 2 m hoog worden. Zorg
altijd voor een open struikvorm. 6-8 gesteltakken zijn ruim voldoende
voor een rijke oogst. De jonge scheuten zijn licht breekbaar. Hierop
moet u vooral letten bij het plukken, want dan is de kans op beschadiging
en afbreken van de jonge scheuten het grootst. De beste snoeiperiode voor
kruisbessen ligt aan het einde van de winter, maar wel voordat
de ogen uitlopen. Vogels zijn gek op de jonge knoppen. Vandaar
dat kruisbessen later gesnoeid worden dan bijvoorbeeld aalbessen.
Als de struik zijn hoofdvorm heeft gekregen, moet er telkens voor
worden gezorgd dat er sporen worden gevormd. De wijze van snoeien
 |
| Vormen van sporen aan kruisbes |
is gelijk aan die van de andere besdragende soorten.
De later aan de sporen komende vruchten zijn vooral groot.
Wenst u een grote hoeveelheid vruchten , die weliswaar wat
klein zullen zijn, dan kunt u er beter voor zorgen dat de nieuwe
takken worden aangehouden en dat de oude en afgedragen takken telkens
worden weggesnoeid. Knip wel de nieuwe takken op tweederde van hun lengte af.
Leivormen voor scheutdragers
De meeste scheuten vormende besdragers zijn oorspronkelijke afstammelingen
van bosplanten. De bekendste gecultiveerde soorten zijn de braam, de
framboos, de Japanse wijnbes, de boysen-, tay- en loganbessen.
Om mooie en rijpe vruchten te krijgen worden deze soorten vooral
uitgebonden. Door ze uit te binden kunnen licht en lucht
goed toetreden en verrotten ze niet op de grond. Deze scheutvormers
worden vrijwel altijd geleverd zonder virusvrijcertificaat.
Al naar gelang uw smaak kunnen de planten op verschillende manieren worden
geleid. Geleiding gebeurt door het aanbinden van jonge, buigzame scheuten
aan gespannen draden. Het aanbinden op de draad kan met raffia of met
speciaal verkrijgbare (plastic) aanbinders. Door het uitbuigen van de scheuten
vindt een krachtige groei plaats en worden veel nieuwe scheuten gevormd.
Juist door aanbinden worden in het seizoen van groei en vruchtzetting de
vruchtdragende scheuten gescheiden van de nieuw gegroeide scheuten.
Als u uitbinden gaat gebruiken, dan moeten draden gespannen worden langs
en aan muren. Of moeten er palen worden geslagen. Gebruik rondhout rond
7 of vierkante palen van 7x7 cm. De palen moeten minstens 60 cm diep
geslagen worden. Wanneer het gewas vol in blad staat en er bovendien nog
vruchten aanhangen, dan is dit bij elkaar een reusachtig gewicht dat
de palen met draden moeten torsen.
 |
|
 |
| Uitbuigen in waaiervorm |
Uitbuigen gedraaid, horizontaal |
 |
 |
| Uitbuigen gegolfd, geweven |
Uitbuigen Scandinavisch model |
Snoeien van scheutdragers
De vorm waarin wordt aangebonden, heeft bij scheutvormers effect
op de opbrengst. Naar mate de scheuten meer horizontaal worden gebogen
(recht of gegolfd) wordt de opbrengst in principe meer.
Gedurende het hele groeiseizoen vormen scheutdragers nieuwe (grond)scheuten.
Na de laatste oogst mogen de oude afgedragen scheuten bij de grond af
worden weggeknipt. De jonge scheuten kunnen naar gelang de aanbindvorm worden
bevestigd op de draden. Zwakke scheuten worden verwijderd; alleen de sterkste
scheuten worden aangehouden. Uitlopers die te ver van de stellage met draden
af staan, worden weggehaald door ze af te steken met een spade.
Controleer aan het einde van de winter de planten op vorstschade. De ingevroren
scheutdelen wegknippen. Alle scheuten worden met ongeveer 20 cm bekort.
Scheutdragers kunnen tegen vorst worden beschermd door ze in het najaar
aan te aarden met grove compost. De compost kan in het voorjaar tussen de
planten worden uitgespreid. Dit werkt dan meteen als bemesting. Geef nooit
te veel stikstofrijke voedingsstoffen. Dit leidt alleen maar tot veel scheuten
die weinig tot geen vruchten geven.
De andere afleveringen:
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|