 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Als 't tijd wordt om op te schonen: sierbomen verzorgen en snoeien |
|
|
|
Kijkt u wel eens aandachtig omhoog? Naar de bomen in uw tuin?
Of geven uw ogen de voorkeur aan het kleurenpalet dat wordt
getoverd door bloeiende vaste planten? Schenk dan ook aandacht aan
de vorm (habitus) en de kwaliteit van misschien die ene boom
of zelfs bomenlaan die u rijk bent. Voor de verzorging van een boom
is een visuele beoordeling op conditie en kroonopbouw onontbeerlijk
om de juiste maatregelen te treffen.
Bij de kroonopbouw moet gelet worden op dood hout, dubbele top,
vertakking, kleeftakken, zwamaantastingen, inrotting en torsiescheuren.
De stam kan veel informatie opleveren over de algemene gezondheidstoestand
van de boom. Zo verraden ingezonken plekken, holten, zwammen en
plaatselijk loslatende schors dat de conditie van de boom niet echt
goed is.
Herfst- en winterseizoen zijn een goed moment om gewapend met snoeischaar,
takkenschaar, zaag of snoeimes de boom eens onder handen te nemen, opdat
deze een langer leven is beschoren.
Wanneer snoeien
Snoeien is vaker nodig dan wordt gedacht. Aan een pas geplante boom moet
jeugdsnoei plaatsvinden; tijdens de verdere ontwikkeling moet
geregeld begeleidingssnoei worden toegepast en op oudere leeftijd
van de boom kan uitdunningssnoei nodig zijn.
* Jeugdsnoei
Het belangrijkste doel bij jeugdsnoei is erop gericht om een boom te
krijgen met een enkele top en die tot een rechtstammige en evenwichtig
opgebouwde boom te laten uitgroeien. In deze levensfase wordt de boom
op de kwekerij meestal met de stam aan een rechte paal vastgebonden. De
vorming van zware gesteltakken wordt tegengegaan door middel van het
wegsnoeien van zulke takken. De kruin is in feite steeds tijdelijk. Als
gevolg van deze maatregelen reageert de boom in de vorm van diktegroei.
Kleine loten op de stam worden steeds weggesnoeid.
* Begeleidingssnoei
De snoei omvat alle ingrepen die vanaf de jeugdfase tot het bereiken van
het volwassen boom stadium regelmatig noodzakelijk zijn. Zo wordt
tegengegaan dat er zich te veel en te zware gesteltakken ontwikkelen
aan de stam, die overlast zullen veroorzaken. Takken die tegen een raam of
het dak dreigen te groeien; een tak die tot een dubbele top zal kunnen
leiden of een onevenwichtige kroonopbouw zal veroorzaken.
Daarbij moet voorkomen worden dat de kruin te dicht gaat worden met als
gevolg dat de bladmassa binnen in de kruin zal afsterven. Uiteraard wordt
steeds al het dode hout verwijderd.
* Uitdunningssnoei
De werkzaamheden vinden plaats wanneer de boom zijn maximale grootte heeft
bereikt. Deze levensfase van de boom is te herkennen aan uitgezakte
gesteltakken, een strakke contour van de kruin met weinig blad en veel
jonge twijgen aan de buitenrand van de kruin.
Snoeien in deze fase is erop gericht om de 'natuurlijke balans' en de vorm
van de boom niet te verstoren. Uitdunnen door snoeien gebeurt aan de
uiteinden van alle takken, zodanig dat een bladreductie van 30% ontstaat.
Afhankelijk van de boomgrootte wordt gesnoeid in de buitenste 2 tot 5 meter
van de kruinomvang. Door deze wijze van onderhouden kan worden bereikt dat
de boom een zeer hoge leeftijd haalt zonder een risico voor z'n omgeving te
vormen.
Bladreductie leidt ertoe dat ook oude bomen telkenjare voldoende nieuwe
wortels aanmaken. De verankering in de bodem blijft zodoende goed
gewaarborgd. Naast snoei van takuiteinden die wortelgroei stimuleert,
kan bodemverbetering rondom de boom ook wortelgroei bevorderen.
Wanneer een al oude en hoge boom in uw tuin staat, kan het uitdunnen beter
overgelaten worden aan een vakkundige boomverzorger. Veilige klimtechnieken
stellen een boomverzorger in staat om vanuit een boom te bepalen hoe en
waar uigedund mag worden. U kunt dus maar beter niet uit een boom vallen
nadat u die boom hebt misvormd...
Als reactie op het wegnemen van kroontakken vormt de boom vaak jonge loten
of scheuten op de stam ter compensatie van het energieverlies door een
verminderde bladmassa. Soms ook komen er spontaan
grondscheuten te voorschijn vanuit de wortelvoet. In principe worden al
deze scheuten verwijderd.
Kijkinspectie
Aan de hand van de hierna volgende - veelvuldig voorkomende - voorbeelden kunt
u zelf globaal nagaan of onderhoud in de vorm van snoei noodzakelijk is.
Soms kan en moet met behulp van een snoeischaar, takken-, boom- of zelfs
met een kettingzaag te werk worden gegaan om een afwijking te corrigeren.
Zichtbare holten, zwammen en diepe scheuren worden bewerkt
met een scherp snoeimes. Holten en scheuren moeten worden uitgekrabd tot
op het levende hout (pericambium). Hierna de wonden afsmeren
met een wondbalsem. Na verloop van enige tijd zal de wond overgroeien met
nieuw weefsel (callus). Ook de grote zaag- en snoeiwonden moeten
worden behandeld met wondbalsem.
 |
Een "meerkronige boom" brengt de boom in onbalans.
Verwijderen van de in alle richtingen groeiende takken is noodzakelijk
om het evenwicht te herstellen. De meest rechtopgaande tak moet worden
aangehouden. Hieraan groeien uiteindelijk weer nieuwe zijtakken, zodat
een goede kroonopbouw tot stand kan komen. |
 |
"Kleeftakken" als gevolg van niet op tijd ingrijpen
in de vorming van een stam of door verkeerd snoeien. De boomvorm
(habitus) is misvormd. Door het teveel aan 'armen' te verwijderen
èn met veel geduld kan er nog veel gered worden en zal de boom nog een
redelijke vorm kunnen krijgen. |
 |
"Schuurtak". De zichtbaar scheef groeiende tak had
in het jonge stadium al moeten worden verwijderd.
Deze tak groeit niet zoals normaal uit de boom, maar als het ware
door het midden van de boom heen naar buiten toe. Bij storm kan de tak
letterlijk langs de goede gesteltak schuren en wonden veroorzaken. Wegzagen
is de enige remedie. |
 |
"Codominantie", een term die staat voor twee- of
meerstammigheid. In sommige gevallen is meerstammigheid acceptabel.
Te denken valt bijvoorbeeld aan een meerstammige berk.
In andere gevallen is het pure concurrentie. Meerstammigheid leidt in zulke
gevallen tot misvormde bomen. Verkleving van beide stammen nabij de basis
kan bij zware storm leiden tot uiteenscheuren van de stammen. Als
voorzorgsmaatregel is wegzagen van een stam gewenst. |
 |
"Plakoksel", een zijtak die vrijwel parallel gegroeid
is met de (hoofd)stam. Door het gewicht van de zijtak en zwiepen oefent
de tak een voortdurende torsiekracht uit op de 'aanhechtingsplaats' met
de stam. Het gevolg hiervan is zichtbaar: een callusweefsel dat de scheurende
kracht min of meer niet kan bijhouden. Uiteindelijk gaat dit rotten en
verziekt de boom. Uitzagen en afsmeren met wondbalsem. |
Een grondboring kan gegevens opleveren over de
opbouw van de bodem nabij de boom. Nadere analyse in het laboratorium
verschaft gegevens over de voedselvoorraad in de grond. Een juist
bemestingsadvies zal bijdragen aan een aanvullende bemesting, waardoor
de boom beter zal groeien. Eventuele storende lagen in de bodem en
bodemverdichting kunnen hiermee worden opgespoord.
De andere afleveringen:
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|