 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Sterjasmijn, het mooiste op oog/neushoogte |
|
|
|
Witte bloemen met een sterke en aangename geur heten al vlug jasmijn in
tuinkringen.Hoewel er een hele groep echte jasmijnen is (Jasminum,
behorend tot de olijffamilie) met tropische en winterharde soorten, is dat
kennelijk nog niet voor iedereen genoeg. Zo zijn er de
boerenjasmijn (Philadelphus,
uit de hortensia-familie) en de sterjasmijnen. Wit en geurend.
Sterjasmijnen behoren tot de maagdenpalmfamilie. Dat is in de details ook goed
terug te vinden: het glimmende blad en de vorm van de bloemen lijken heel veel
op dat van de maagdenpalm.
Sterjasmijnen zijn ook net als maagdenpalm
als een kruipende bodembedekker te kweken. Het mooiste zijn ze toch wel als klimplant
met bloemen op oog/neushoogte. Andere typische kenmerken van de
 |
Een groenblijvende klimmer met in de zomer roomwitte, verrukkelijk geurende bloemen |
maagdenpalmfamilie zijn de zaaddozen, die een beetje aan de hoorns van een of
andere herkauwer doen denken. Onder de Apocynaceae, zoals de
maagdenpalmfamilie officieel heet, is een groot aantal behoorlijk giftige planten.
Trachelospermum wordt in het algemeen niet genoemd op lijsten van
giftige planten, maar gezien de familiebanden
is enige voorzichtigheid wel geboden. U kunt maar beter niet het eerste geval
worden...
In Nederland wordt Trachelospermum vooral gezien als een plant voor in
de kas of in een serre of als kuipplant, maar hij kan het goed doen in de tuin. De
witte sterjasmijn (Trachelospermum jasminoides) is iets gevoeliger voor
kou dan de gelig witte Japanse sterjasmijn (Trachelospermum asiaticum).
Beide kunnen op een beschutte plaats heel goed buiten gekweekt worden en
verdragen dan op een droge plaats temperaturen van respectievelijk -10 en -15
graden. Voor de zekerheid kunt u natuurlijk altijd een aantal stekken binnen laten
overwinteren. Dat moet op een lichte plaats, want de planten laten hun bladeren
niet vallen. Die van de Japanse sterjasmijn worden bovendien in de herfst een
tikje rood, wat ze wat extra sierwaarde geeft.
Sterjasmijnen zijn verder makkelijke planten: Ze weinig kieskeurig voor
grondsoort, al doen ze het het beste in enigszins voedzame, humushoudende
 |
| Na de bloei verschijnen er vruchten in de vorm van 20 cm lange peulen |
grond op een niet al te vochtige plaats. Droogte verdragen ze beter dan te veel
water. Al zitten ze er ook niet mee als hun voeten na een natte periode een poosje
in het water staan. Als het maar weer eens opdroogt. Verder vinden ze zowel zon
als halfschaduw goed. Eenmaal goed groeiend worden ze snel groter, maar gaan
nog lang niet echt woekeren en zijn nog lang te leiden. Omdat de stengels snel
verhouten, zijn ze ook met wat moeite tot een struikje terug te knippen. Vooral
als ze als kuipplant worden gebruikt, is dat handig.
In de natuur groeien ze rond bomen en hechten zich daar aan de stam door zich er
strak tegenaan te drukken. Dat gaat in de meeste tuinen niet, maar dan kunnen ze
geleid worden door een gazen hekwerk of een trellisscherm. Ook langs een pergola
staan ze fraai, maar ze kunnen wat kalig worden. Voor een fraai begroeide
pergola is het dan beter er een andere klimplant, bijvoorbeeld een eenjarige,
doorheen te laten groeien. In het binnenland van Italië, waar de wat
gebruikelijker klimplanten het moeilijk hebben, begroeien sterjasmijnen soms
hele wanden en muren.
De planten beginnen te bloeien in het voorjaar, in mei, en bloeien dan meteen op
hun rijkst. Ze blijven het hele jaar doorbloeien tot laat in de herfst, maar met
steeds minder bloemen. [ Peter Mudde ]
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|