 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Soldanella, alpenklokje |
|
|
|
Late skiërs kunnen in het voorjaar bij zich terugtrekkende sneeuwveldjes oog
in oog komen te staan met het alpenklokje. IJle, paarsrode, fragiele stengels met
lichtlila of lavendelblauwe klokjes steken scherp af tegen de langzaam smeltende
 |
| Soldanella alpina bloeit, zodra de sneeuw zich terugtrekt |
sneeuw. De geknikte, klokvormige bloemen zijn het eerste teken, dat het
voorjaarszonnetje ook in de bergen aan kracht begint te winnen.
In de Alpen groeien twee soorten alpenklokjesbloemen. Soldanella alpina,
de alpenkwastjesbloem, en Soldanella montana, het alpenklokje. De alpenkwastjesbloem
groeit hoog in de bergen op plaatsen waar de sneeuw soms lange tijd blijft liggen. De
plant gaat pas bloeien als zonnestralen de sneeuw hebben doen smelten en de bodem
iets is opgewarmd. Daarom kan het gebeuren, dat de bloei van de alpenkwastjesbloem
nog ver in juli of zelfs later is te bewonderen.
Soldanella (Primulaceae) is inheems in de Europese alpine gebieden. Het
verspreidingsgebied is dus niet alleen beperkt tot de Alpen. Tot in het Schwarzwald
en zuidelijk tot in Calabrië is het plantje aan te treffen. De alpenklokjesbloem komt
in groepen voor op voedsel- en kalkrijke grond, waar ieder jaar weer sneeuw tot aan de
zomer blijft liggen. Vooral in komvormige gedeelten en dus vochtrijke situaties komt
het alpenklokje in flinke aantallen voor. De naam Soldanella is afgeleid van het
Italiaanse woord solda, dat muntstuk betekent. De bladen van het plantje zijn rondachtig
tot niervormig en meestal gaafrandig.
Soldanella alpina heeft klokvormige bloemen, die pas op het uiteinde zijn
gefranjerd.
 |
Soldanella montana bloeit vooral in alpine bossen |
De bloemkleur is overwegend lila met roodgekleurde kelen. De plant wordt
maximaal vijftien centimeter hoog. In zijn natuurlijke omgeving openen de bloemen zich
pas, nadat ze door de zon worden beschenen. Zodra de zon verdwijnt, sluiten de bloemen zich snel.
Soldanella montana groeit ook van nature in bergachtige gebieden, zoals
de tweede naam - montana - al aangeeft. Deze soort groeit op een lagere hoogte in het
gebergte dan Soldanella alpina, die tot op een hoogte van 2900 meter nog voorkomt.
Soldanella montana groeit het liefst in de beschutting te midden van open bossen.
De plant bloeit met lange bloemstelen, waaraan de geknikte en diep gefranjerde
lavendelblauwe bloemen bloeien; meestal nog voordat de sneeuw is verdwenen. De bloemstelen
boren zich een weg door de sneeuw en kunnen tot twintig centimeter lang worden. De bladen
zijn rondachtig van vorm en dikwijls getand. Deze laatste soort wordt ook gekweekt
en is geschikt voor een rotstuin of ook een plantenbak, waarin met wat stenen
een alpine situatie is nagebootst. Soldanella montana is over het geheel
robuuster in omvang dan Soldanella alpina en kan ook beter in ons klimaat groeien.
Soldanella groeit op een plaats in de halfschaduw tot schaduw. Aan het begin van
het najaar kunnen grote planten worden gescheurd.
Let er wel op, dat het loof van het alpenklokje niet wordt belaagd door
slakken.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|