 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
De bosplant Diphylleia cymosa |
|
|
|
Diphylleia cymosa komt oorspronkelijk uit de bergbossen van de Apalachen
in Noord-Amerika. Hij behoort tot de berberisfamilie (Berberidaceae) en is dus in de
verte verwant aan de veel bekendere Epimedium. Het is een echte bosplant,
 |
| Aparte sierwaarde |
die een hekel aan felle zon heeft en daar heel snel op reageert met verbranding van
het blad. Ook als het nieuwe voorjaarsblad een paar uur te veel zon krijgt, zal dat
schadelijke gevolgen hebben die het hele seizoen zichtbaar blijven. Aan de noordkant
van een muur of schutting of in de schaduw van een hazelaar of een andere niet te
oppervlakkig wortelende boom of heester is hij met succes te kweken.
In de Botanische Tuinen in Utrecht staat hij in de zogenaamde turfterrassen. De grond
bestaat uit zware klei gemengd met veel compost. De pH is neutraal tot licht zuur en
doordat de planten op terrassen staan, die hoger liggen dan de paden, wordt het
overtollige water in regenrijke perioden altijd snel afgevoerd. In de winter wordt er
niet afgedekt, maar het gevallen blad en de restanten van de plant zelf blijven tot het
voorjaar liggen en zorgen zo voor een bescherming tegen strenge vorst. Voor alle
duidelijkheid: Diphylleia houdt van een humus- en voedselrijke en niet te
droge standplaats, maar heeft een hekel aan stagnerend vocht.
Aparte sierwaarde
Wat betreft de grootte van het blad, kan Diphylleia zich meten met planten als
Darmera en groot hoefblad. Het grote
schermvormige en diep ingesneden blad wordt tot 80 cm hoog en het blad heeft een
doorsnede van ongeveer 30 cm. Het jonge blad is prachtig donker van kleur. Tegen de
tijd dat het helemaal volgroeid is, wordt het middelgroen. Diphylleia bloeit in
mei. De bloemstengels worden zo lang, dat de in een scherm staande bloemen net
boven het blad uitkomen. Deze bloemen zijn wit gekleurd en hebben gele
meeldraden. Na de bloei vormt de plant fraaie, blauwe bessen en in de periode tussen
de bloei en het afrijpen van de bessen verkleuren de stengels naar rood. In die periode
heeft de plant de grootste sierwaarde.
Het mooie, groene blad heeft van de tand des tijds en vooral onder slakken en ander
ongedierte te lijden. De groene kleur raakt hier en daar doorschoten met bruin en rood
en in combinatie met de rode stelen en blauwe bessen geeft het de plant een doorleefd
uiterlijk. Eind september is van het blad en de bessen niet veel meer over. Blad- en
bloemstengels, een paar hevig beschadigde bladeren en een enkele verdwaalde
blauwe bes is al wat er over is van de juni- en julipracht.
Op de juiste plaats is Diphylleia vooral een mooie bladplant. Deze soort wordt
niet vaak aangeboden. Ga er maar vanuit, dat - als er al eens iets van wordt
aangeboden - het aanbod beperkt zal zijn.
Uit zaad is hij ook te kweken. Mocht u via een liefhebberscircuit zaad kunnen
bemachtigen, dan raad ik u aan om vers zaad direct te zaaien. Is het zaad al gedroogd,
dan kunt u het in het voorjaar in potjes zaaien en op een beschutte en beschaduwde
plek buiten neerzetten. Het kan dan wel een jaartje duren voor er kiemplanten
verschijnen. [ Wiert Nieuman, hortulanus
Botanische Tuinen
van Utrecht ]
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|