 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Carlina acaulis, driedistel |
|
|
|
De driedistel is geen tuinplant. Erger nog, het is in sommige streken een
(on)kruid, dat een ware plaag kan zijn.
Wie in de Alpen op de almen (bergweiden) z'n ogen de kost heeft gegeven of wel
eens een tocht door de bergen maakte, zal deze distel zonder meer herkennen.
De argeloze toerist op gymschoenen in de bergen, die op driedistel is gestapt,
zal hebben ervaren dat hij behoorlijk prikt.
 |
| Driedistel bloeit meestal ongesteeld |
Omdat de driedistel in berggebieden zoveel voorkomt, is het goed er eens langer
bij stil te staan.
Driedistel of zilverdistel (Carlina acaulis) behoort tot de asterachtigen (Asteraceae).
De plant is inheems in het zuiden en oosten van Europa (Midden-Frankrijk, Wit-Rusland,
Midden-Spanje en het noorden van Griekenland). Buiten dit gebied komt de distel voor langs de
Middellandse Zee, op de Canarische eilanden en in het westen van Azië. Op droge berghellingen
komt de plant het meest voor. De eerste naam (geslachtsnaam) is de Latijnse verbastering van
Carolus (Karel). Het was Karel de Grote, die op aanwijzing van een engel geloofde dat de
distel zijn oorlogstroepen kon genezen van een onbekende ziekte. Althans, zo vertelt de legende.
De tweede naam (soortnaam) acaulis betekent stengelloos of zonder stengel, wat duidt
op bloem zonder stengel.
 |
| De driedistel heeft een wortelrozet met scherp getande bladen |
De driedistel bloeit vanaf juli tot in oktober. Het bloemhoofdje bestaat uit een dichte groep
buisbloempjes, die omgeven zijn door zilverkleurig glanzende schutbladen. Het bloemhoofdje
is viereneenhalf tot tien centimeter in doorsnede. Hoewel de soortnaam (acaulis) wijst
op het ontbreken van een bloemsteel, is er soms wel een bloemsteeltje aanwezig. De schutbladen
zijn drie tot vier centimeter lang. Carlina acaulis is een typische weideplant en
groeit dan vooral op weiden die extensief worden begraasd. Op berghellingen (tot 2300 meter
hoog) is de plant vaak te vinden op vrij jonge steenafstortingen. De bloem wordt bezocht door
bijen, hommels en kevers, die voor de bestuiving zorgen. Na de bloei en zaadvorming sterft
de plant af. De zaden worden door de wind verspreid. De loofbladen die samen een wortelrozet
vormen, zijn 8 tot 30 centimeter lang. De bladen zijn bochtig veerdelig en hebben bladdoornen.
Carlina vulgaris lijkt op de driedistel. Echter, deze soort bloeit met meer bloemen op
lange, vaak vertakte stengels. Langs de stengels van deze plant staan kleine grijsgroene,
lancetvormige bladen die aan de onderzijde zacht behaard zijn. De bloemhoofdjes zijn veel geler
van kleur dan van Carlina acaulis en de schutbladen zijn beduidend korter. Carlina
vulgaris is typerend voor kalkrijk grasland.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|