 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Amorphophallus, de grootste bloem op aarde |
|
|
|
Om de grootste bloem op aarde in zijn natuurlijke omgeving te
kunnen zien bloeien, moet je naar tropische gebieden reizen. Tegenwoordig is dat
geen probleem meer. Binnen vierentwintig uur kan je er al zijn.
 |
A. titanum heeft een indrukwekkende hoogte |
Soms is een uurtje reizen al voldoende en kun je binnen de landsgrenzen blijven.
In een botanische tuin is Amorphophallus soms als curiositeit te bewonderen.
Amorphophallus is een aronskelkachtige (Araceae). De plant groeit vanuit
een bol. Om een droge periode te kunnen overleven wordt in de bol voedsel
opgeslagen. Zodra het na zo'n periode gaat regenen en de moesson begint, komt
er uit de bol één enkel blad, gevolgd door één enkele
bloem. De plant groeit uitsluitend in de tropen in gebieden met een hoge temperatuur
en luchtvochtigheid, zoals Sumatra.
De bloem van Amorphophallus titanum kan tot twee meter zeventig hoog worden
en een middellijn van ruim anderhalve meter krijgen. Centraal in de bloem staat een
knop, een vlezige bloemkolf, die ver boven het urnvormige schutblad uitsteekt.
 |
|
 |
| De vlezige kolf van Amorphophallus is bedoeld om insecten aan te trekken |
Het schutblad, dat de vlezige kolf omgeeft, heeft een regelmatige plooiing, gevormd door ribben |
De kolf verspreidt een doordringende geur van rotte vis en is bedoeld om insecten van
heinde en ver aan te trekken. De geur kan kilometers ver door insecten
worden opgemerkt. Insecten zijn van belang om de bloem te bevruchten.
Aan de vlezige kolf ontleend Amorphophallus zijn naam, die letterlijk vertaald
misvormde penis betekent. Op het einde is de kolf kaal en wordt daarom het
onvruchtbare aanhangsel genoemd. Nabij de basis van de kolf staan massa's manlijke
bloemen en nog iets lager talrijke vrouwelijke bloemen. Insecten moeten dus van hoog
in de bloem tot ver naar beneden afdalen om de stampers te kunnen bevruchten. Maar
aangelokt door de penetrante geur van rotte vis, die naar beneden toe alleen maar
sterker wordt, hebben ze dat er graag voor over.
 |
|
 |
Nabij het onderste deel van het schutblad zijn meeldraden en stampers aanwezig |
Insecten bevruchten de stampers |
Amorphophallus komt voor in Indonesië, delen van Azië en in
Zuid-Afrika. De plant is vorstgevoelig en kan in ons klimaat alleen maar in een
tropische kas worden opgekweekt. De plant vereist een tegen zon beschutte plaats en
een zeer humusrijke grond. Na het afsterven van het blad wordt de knolvormige bol
gerooid en vorstvrij bewaard en kan dan in het voorjaar weer worden geplant. Van
Amorphophallus is Amorphophallus rivieri 'Konjac' in Japan in cultuur.
Konjaku wordt voornamelijk geteeld om de eetbare wortel. In de tropen komt
Amorphophallus paeoniifolius vrij algemeen voor. De doorsnede van de kolf
van deze plant bedraagt circa vijfentwintig centimeter en is dus minder indrukwekkend
van omvang dan van Amorphophallus titanum.
Amorphophallus rivieri 'Konjac'
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|