Aangepast zoeken
Vleesetende planten



 

  Vleesetende planten fascineren. Ze komen over de hele wereld voor. In Nederland komen soorten van zonnedauw van nature voor. Deze plant is inmiddels beschermd. Op zure, dichtgeslagen en zeer vochtige gronden groeien vleesetende planten het beste. De kleverige klierharen scheiden een stof uit die insecten aanlokt. De klierharen omsluiten de prooi en het verteringsproces gaat van start. Sommige soorten lokken insecten in hun beker, waar de dood ze wacht.

Drosera intermedia (kleine zonnedauw) (Droseraceae) komt in Nederland voor op zand- en hoogveengebieden.
D. capensis wordt tot vijftien cm hoog
Op de Waddeneilanden, de veengebieden in de provincies Utrecht, Noord- en Zuid-Holland, Zuidoost-Brabant en Noordwest-Overijssel zul je ze helaas toch met een lantaarntje moeten zoeken. Het plantje leeft in grote groepen. Omdat ze op voedingsarme grond groeien, zijn ze zo aangepast, dat ze in hoofdzaak van gevangen dierlijk voedsel kunnen leven.

Drosera rotundifolia (ronde zonnedauw) komt op kalkarme zand- en veengrond voor. Voornamelijk in hoogveengebieden, waar veenmos (Sphagnum) nog levend is. In Ierland komt deze plant op grote schaal nog voor. De bladen met klierharen hebben een lepelvorm. Uit deze plant worden stoffen gewonnen, die als antibioticum tegen bepaalde bacteriële ziekten wordt ingezet. De plant bloeit in juni - augustus met een aarvormige tros.

Drosera capensis komt van nature in Australië voor. De plant wordt in ons land geïmporteerd en kan op een beschutte plaats in de tuin worden geplant. Mits de grond zodanig wordt aangepast, dat deze voedselarm is. Gemakkelijker is het om de plant met pot en al in te graven.
D. muscipula wordt tot twintig cm hoog
Maar zorg dan dus voor een voedselarme grond, die vooral uit veenmos dient te bestaan. Deze Drosera bloeit in de zomer met blauwpaarse, minuscuul kleine bloemen aan alle stengels. Geef de plant geen leidingwater, laat de regen z'n werk doen. Dek de plant in de winter licht toe met afgevallen bladeren.

Dionaea muscipula (Venus-vliegenvangertje) is niet winterhard in ons klimaat. Het plantje komt uit het zuidoosten van de Verenigde Staten van Amerika. Het is de enige soort van het geslacht Dionaea (Droseraceae). De plant kan het beste op natte turf worden gehouden. Gebruik uitsluitend regenwater om de grond vochtig te houden. Voer de plant af en toe met stukjes vlees. Pas dan zal hij goed bloeien. De plant bloeit met witte, vijftallige bloemen op dertig centimeter lange stelen.

Sarracenia (bekerplant) komt in het noordoosten van de Verenigde Staten voor.
S. hybride wordt tot vijftien cm hoog
Ze groeien daar in sompige veengebieden. Er is een achttal soorten van bekend. Het zijn groen- en overblijvende planten, die het goed doen bij een vijver. De prachtige bloemen zijn groengeel of paarsrood met veel kroonbladen en lange stijlen. De meeldraden worden beschermd door de paraplu-achtige stijlen. De bekers zijn niet meer en minder ongewoon gevormde bladen. De bekers hebben gewoonlijk dezelfde tinten als de bloemen. Insecten worden ook hier aangelokt door heerlijke geuren en verdrinken uiteindelijk in regenwater in het onderste deel van de pijp. De plant is matig vorstbestendig.

Soorten Drosera, Dionaea en Sarracenia komen het beste tot ontwikkeling in een terrarium. Bovengenoemde planten kunnen vanaf het voorjaar tot het begin van de herfst goed buiten worden gehouden. Het overwinteren van de planten kan eigenlijk (nog) niet zonder terrarium of kasje. Desondanks zijn vleesetende planten fascinerend om te zien, vooral om hoe ze hun voedsel vangen en verteren.


 
Artikelen en illustraties
in NEÊRLANDs Tuin
zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag daarom geheel, gedeeltelijk
of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming.