|
|
|
Varens krijgen geen bloemen en brengen geen zaden voort.
Het niet voortbrengen van bloemen en zaden heet bedekt bloeiend. Varens
vermenigvuldigen zich door middel van kleine sporen. Die sporenhoopjes
zitten meestal aan de onderkant van het blad en zijn bruin of groen van
kleur. Als de sporen rijp zijn, vallen ze op de grond, waar ze - als de
grond vochtig genoeg is - ontkiemen.
Het ontbreken van bloemen kan voor sommige tuinliefhebbers nog
weleens een gemis zijn. Toch verdienen varens het om in de border te
worden gebruikt. Er bestaan geen geschiktere planten voor het verfraaien
van moeilijke schaduwhoekjes. Elke tuin heeft vrijwel altijd een geschikte
plek voor een groep varens. In een schaduwrijke tuin zijn varens de
onmisbare basisbeplanting.
Het is onjuist te denken, dat varens uitsluitend in een vochtige of een
moerasachtige omgeving kunnen groeien. In de vrije natuur zie je vaak
varensoorten op oude muurtjes, in muurspleten en tussen stobben, zoals
de steenbreekvaren (Asplenium) en de mannetjesvaren
 |
| Dryopteris filix-mas |
(Dryopteris filix-mas). Het zijn plaatsen waar amper en
onregelmatig water komt. Om te kunnen overleven moeten ze dus goed
tegen droogte kunnen. Op zulke droge plaatsen blijven varens bescheiden
in omvang en hoogte.
In vochtige gebieden, waar veel varens groeien, staan ze meestal op
plaatsen die het water gemakkelijk doorlaten, zodat overtollig water
makkelijk kan worden afgevoerd. Op zulke vochtige tot natte plaatsen
worden het vaak indrukwekkende planten, die tot wel 2 meter hoog en
breed kunnen worden. Onze inheemse varens groeien met wortelstokken
in de grond. Tropische soorten groeien in den regel op bomen, leven
saprofytisch (van afvalstoffen) of hebben een reusachtige stam.
Weinig wind
In onze tuinen staan varens het liefst in een goed doorlatende grond in
lichte schaduw, halfschaduw of op een plek met veel schaduw waar
weinig wind komt. Te sterk en te veel zonlicht kan het dunne varenblad
verschroeien en veel wind kan tot verbranding leiden. Enkele
uitzonderingen hierop zijn soorten als de rotsvaren (Cheilanthes)
en sommige eikenvarensoorten. Die zijn warmteminnend en verdragen
juist wel zon en droge, arme grond.
Veel tuinvarens verlangen een neutrale tot kalkhoudende grond,
uitgezonderd Blechnum- en Cryptogramma-soorten. Die
houden weer van een vochtiger en zuur milieu. Verder is de
luchtvochtigheid voor varens ook van belang. Langs de rand van de vijver
of in de moerastuin zijn de ideale plekken, waar ze een weelderige
bladgroei ontwikkelen. Zowel solitair als in een grote groep geplant met
gekruld, gegolfd of geveerd blad zorgen ze voor een mooi contrast als ze
worden gecombineerd met andere planten. Varens kunnen dus in kleine of
grote groepen zorgen voor een mooi effect en sfeer in de tuin.
 |
| Varens in combinatie |
Groenblijvend of bladverliezend
Er zijn tuinvarens die in het najaar of door vorst hun blad verliezen. Het
wordt bruin en sterft af. Ze zullen ieder voorjaar weer opnieuw blad
vormen. Dan zijn er nog de groenblijvende varens. Zij verliezen hun blad
niet en zijn ook in de winter groen en scheppen zo een prima decor voor
de vroegbloeiende bolgewassen.
|
Een paar varens, die in de herfst hun blad verliezen (halfwinterhard) |
Adiantum pedatum (hoefijzervaren) |
heeft een korte wortelstok en vormt op den duur grote groepen |
Adiantum pedatum 'Imbricatum' (venushaarvaren) |
een dwergsoort met kleine, blauwgroene overlappende blaadjes op korte, zwarte stelen |
Dryopteris cristata (kamvaren) |
een zeldzame, inheemse varen met korte, steriele bladeren, die plat liggen, en
opgerichte lange, smalle, fertiele sporenbladeren |
Dryopteris dilatata (brede stekelvaren) |
een algemene, inheemse varen met drievoudig geveerd, lancetvormig blad |
Athyrium filix-femina (wijfjesvaren) |
een sterke, inheemse varen met lange, heldergroene fijngeveerde bladeren, die in het
najaar mooi geel verkleuren |
Cystopteris fragilis (gewone blaasvaren) |
een inheemse, robuuste varen voor kalkrijke, vochtige plekjes in rotstuin, op muurtjes
of een oude boomstronk |
Onoclea sensibilis (bolletjesvaren) |
dankt zijn naam aan de sporendragende doosjes op de fertiele bladeren, die aan het eind
van de zomer verschijnen. Het lichtgroene blad is diepgedeeld en veerachtig. De plant is zeer
geschikt voor de vochtige vijverrand |
Pteridium aquilinum (adelaarsvaren) |
een inheemse adelaarsvaren, die bijna overal ter wereld is te vinden, heeft lange,
kruipende wortelstokken. Ze kunnen 180 cm hoog worden en zijn dubbel- tot drievoudig geveerd |
Osmunda regalis (koningsvaren) |
een forse, grote plant, doet het goed als solitair |
Thelypteris palustris (moerasvaren) |
een inheemse varen, heeft fijn, vrij lichtgroen, tweemaal geveerd blad en een kruipende
wortelstok |
Matteucia struthyopteris (struisvaren) |
gemakkelijk groeiend, vermenigvuldigt zich via uitlopers en sporen, lichtgroen blad |
 |
 |
 |
| Pteridium aquilinum |
Osmunda regalis |
Onoclea sensibilis |
|
Varens, die hun blad verliezen door vorst (halfwinterhard) |
Dryopteris carthusiana (smalle stekelvaren) |
een inheemse, vrij algemene varen met smalle, tweemaal geveerde bladeren met een
opgaande groeiwijze |
Dryopteris filix-mas (mannetjesvaren) |
een inheemse, robuuste, algemeen voorkomende plant, die zelfs enigszins zonnige
standplaatsen verdraagt |
Dryopteris goldiana (Amerikaanse reuzenbosvaren) |
heeft mooie, grote, frisse, geelgroene bladeren aan een lange bladsteel, is windgevoelig |
| Groenblijvende varens (winterhard) |
Asplenium scolopendrium (tongvaren) |
een ideale bodembedekker met altijd mooi glanzend, groen blad |
Asplenium trichomanes (steenbreekvaren) |
heeft veervormig gerangschikt blad en komt op veel plaatsen in de wereld voor. Groeit
tussen rotsen en op muren. Is een liefhebber van kalkrijke grond en een prima varen voor een
rotstuin. |
Cyrtomium falcatum (ijzervaren) |
heeft enkel geveerd, glanzend donkergroen blad. Het beste kan de kroon van de plant in de
winter worden beschermd. |
Cyrtomium fortunei (Japanse ijzervaren) |
heeft enkelgeveerd, mat blauwgroene bladeren en een opgerichte groeiwijze |
Dryopteris atrata (olifantslurfvaren) |
een mooie varen met enkel geveerde, frisgroene bladeren en bladstelen. De nerven aan de
onderkant zijn bedekt met zwarte schubben. |
Polystichum munitum (zwaardvaren) |
een van de grootste, groenblijvende varens, heeft enkel geveerd, donkergroen blad op een
korte stengel, die een beetje slap en overhangend is. Ze kunnen zeer breed worden. |
Polypodium vulgare (eikvaren) |
een zeer sterke, wintergroene varen, heeft veerdelig, papierachtig blad. Nieuw blad
verschijnt aan het begin van de zomer. Groeit vaak in boomholten.
|
Polystichum setiferum (zachte naaldvaren) |
de blaadjes kunnen soms een naald of scherpe stekel hebben. Het is een populaire varen met
een aardige serie cultivars; ook 's winters fraai om te zien. |
Tuinvarens kunnen in principe, zolang het niet vriest, het hele jaar door
worden geplant, maar onder glas gekweekte varens kunnen het beste pas
 |
| Polystichum aculeatum |
half mei na de laatste nachtvorst worden geplant. Voor er wordt geplant,
moet de grond goed onkruidvrij worden gemaakt. Maak het plantgat
tweemaal groter dan de wortelkluit en druk de plant na aanplanten goed
aan. Ook voldoende vocht is een vereiste. Geef het eerste jaar regelmatig
water in geval van droogte. Periodiek toevoegen van compost of goede
bladgrond is perfect als extra voeding.
Onderhoud
Als varens niet goed aanslaan, kan een weggespoelde bodemlaag door
regen of overbegieting het probleem zijn. Als de grond rond de planten
wordt weggespoeld, komen de wortels bloot te liggen en komt de plant
los te staan. Plant een varen daarom in een ondiep kuiltje. Dan zal de
grond - als het regent of als er wordt begoten - van bovenaf
omlaagspoelen tot op de wortelstok en het kuiltje met aarde vullen, zodat
de plant goed stevig zal komen te staan. Besproei niet rechtstreeks op het
blad, maar giet het water zoveel mogelijk bij de wortels om
rottingsproblemen te vermijden.
Vermeerderen
Het vermeerderen van varens uit sporen is niet zo eenvoudig als je zou
denken. Aan de onderkant van het blad zitten sporenhoopjes, die door een
dekvliesje worden beschermd. Wanneer de sporen 'rijp' zijn, springt het
sporendoosje open en nestelen de sporen zich in geschikte grond. Daarna
groeit er eerst een voorkiem (prothallium), waarop de eigenlijke
voortplantingsorganen groeien. Ze wortelen als zich geschikte
omstandigheden voordoen. Veel sporen wil nog niet zeggen veel
nakomelingen. Ook zijn er varens, zoals de streepvaren (Asplenium
bulbiferum) en de stekelvaren (Polystichum), die op de bladen
broedbollen vormen.
Neem een blad met rijpe broedbollen en prik dat vast in een bakje met
vochtige, goede zaaigrond gemengd met wat turfmolm. Zet het op een
lichte en warme plaats en houd de grond vochtig. Als zich plantjes met
worteltjes hebben gevormd, die groot genoeg zijn om zich vast te houden,
kunnen ze worden losgemaakt en opgepot of uitgezet in de volle grond.
Eenvoudiger is het vermeerderen van varens door te scheuren of het
nemen van wortelstekken.
Zaaien zowel als scheuren kan in het voor- en het najaar gebeuren, maar
bij voorkeur in het voorjaar.
Ziekten en plagen
Tuinvarens vragen wat betreft ziekten en plagen weinig of geen aandacht.
Ze zijn er niet erg gevoelig voor. Ze zijn er wel gevoelig voor als ze niet
op een goede of op een te droge plaats staan. Ziekten zijn dan zijn meestal
makkelijk te bestrijden en kunnen goed en snel onder controle worden
gehouden. Snoei ziek en oud blad weg. Dit kan het beste gebeuren voor
de nieuwe bladeren zich ontrollen, waardoor de ziektecyclus wordt
doorbroken.
Slakken zijn niet gek op varens en zullen ze meestal links laten staan.
Uitzondering hierop is een aantal Asplenium-soorten. Die willen
nog weleens last hebben van slakkenvraat. Een andere, vrij algemene
plaag kan de taxuskever zijn. Sommige soorten varens zijn er vatbaar
voor. Verlepte bladeren zijn de zichtbare symptomen van een
taxuskeveraantasting. Laat het blad makkelijk los, dan is de
banaanvormige larve van de taxuskever meestal de oorzaak. Ook
knabbelen volwassen kevers aan de bladeren. Gelukkig is dit voor een
gezonde plant niet erg. Volwassen kevers zijn te herkennen aan de lange,
spitse snuit. Ze kunnen het beste in de avond worden weggevangen en
direct worden geplet.
 |
| Dicksonia antarctica |
Een varen apart: Dicksonia
Dicksonia is een geslacht van ongeveer 20 soorten boomvarens. Ze
komen voor in de hooglanden van tropische en warmere, gematigde
streken van de wereld. Boomvarens staan vanwege hun architectonische
uitstraling meer en meer in de belangstelling. Als u zo'n varen wilt kopen,
zult u merken, dat hij flink prijzig is. De reden hiervan is de langzame
groei van de plant.
De boomvaren heeft in volwassen toestand wel iets weg van een palm
door de rechte stam, bekleed met vezelachtige, oude stengels en
bladbeginsels, en de lange, geveerde bladeren, die wel 3 meter lang
kunnen worden. De stam kan een doorsnede van 60 cm krijgen. Geef de
boomvaren een halfschaduwrijke of schaduwrijke plaats. Voor een goede
ontwikkeling en groei is een hoge luchtvochtigheid van belang. Een plaats
in de buurt van een vijver of sloot is daarom het beste. Voor een goede
groei moet de grond ook humusrijk zijn. Geef de plant daarom van tijd tot
tijd een mulchlaag van verteerde bladaarde met compost.
Dicksonia is licht vorstgevoelig, maar overleeft de winter als de
basis, stam en top gedurende de winter worden ingepakt in stro. Wie geen
risico wil nemen, plant een boomvaren in een ruime kuip en laat hem
overwinteren in een vorstvrije ruimte.
In principe bestaat de hele stam van een boomvaren uit afgestorven
wortels en neemt hij daarom niets (meer) op via die wortels. Voeding
wordt via de kop opgenomen in de vorm van regen inclusief mineralen.
Sommigen verwennen hun Dicksonia één keer per
jaar door in het voorjaar acht kopjes suiker opgelost in 1 liter water in de
kop te gieten. Het resultaat schijnt top te zijn. Kijk overigens niet vreemd
op als u ergens de onderkant van de stam in beton gegoten ziet...
Besproei de stam tijdens droge, warme perioden dagelijks met water.
Geef de boomvaren veel water. De stam en de aarde moeten vochtig
blijven. Als nieuwe bladeren klein blijven, komt dit meestal, omdat de
plant te droog staat. Voel af en toe aan de stam of die voldoende vochtig
is. Knip oude en lelijke bladeren ongeveer 1 centimeter boven de stam
af.
Een paar bekende soorten zijn Dicksonia antarctica (zachte
boomvaren), Dicksonia fibrosa, Dicksonia lanata en
Dicksonia squarrosa. |
Koop gezond
Koop altijd varens, die er gezond en mooi uitzien. Ze moeten goed in het
blad zitten en heldergroen zijn, niet te dof. Een gezonde plant op de goede
plaats zal probleemloos steeds mooier worden. De beschreven soorten en
variëteiten zijn maar een kleine greep uit de enorme hoeveelheid
varens die er zijn.
|
|
|