Sasa telt veertig tot vijftig soorten, die inheems zijn
in het oosten van Azië en Japan.
Het geslacht heeft fraaie, wit berijpte en gladde stengels.
Sasa plamata 'Nebulosa' is groenblijvend
Er zijn lage en middelhoge soorten, die onbeperkt kunnen uitgroeien.
Alle soorten zijn goed winterhard.
Alle Sasa-soorten breiden zich uit door middel van worteluitlopers
(leptomorf). Het zijn dan ook goede bodembedekkers. Om ze binnen zekere perken
te houden kan wortelgeleiding worden toegepast. Dit bamboe heeft brede,
lancetvormige bladen, die aan het einde van de zomer voor een deel of langs de
randen naar strogeel kunnen verkleuren. Zoals alle grassen en bamboes behoort
het geslacht tot de Graminae (grasachtigen). Plant deze bamboe op een humusrijke
gond, die voldoende vocht kan vasthouden. Een zonnige of halfschaduwrijke plaats
garandeert een goede groei. Om de groei te berpeken kunnen ze met een (grote)
pot in de grond worden ingegraven. Aan het begin van de lente kan de pol worden
gedeeld om meer planten te verkrijgen.
Sasa veitchii
Sasa kurilensis
Soort/variëteit
Hoogte (cm)
Haag
Kuip
Solitair
Groep
Winterhard
Sasa kurilensis
< 150
+
-
-
+
+++
Sasa palmata 'Nebulosa'
< 250
-
-
-
+
++
Sasa tessalata
< 150
+
+
+
-
++
Sasa tsuboiana
< 150
+
+
+
+
+++
Sasa veitchii
< 150
+
-
+
+
++
Sasa veitchii 'Minor'
< 40
-
-
-
+
++
+ geschikt
- niet geschikt
Winterhard: + matig, ++ goed, +++ zeer winterhard
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming.