 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Banaan, al drieduizend jaar |
|
|
|
De banaan is al sinds mensenheugenis in cultuur.
Er is zoveel en al zo lang gekruist en gecultiveerd, dat het ondoenlijk is om
erachter te komen met welke soort je te maken hebt.
 |
| Musa paradisiaca is mooi, maar te groot voor de huiskamer |
Uiteraard worden
consumptierassen, die een goede opbrengst hebben, zorgvuldig vermenigvuldigd.
Met de tuin-, serre- en siersoorten neemt men het niet zo nauw.
De banaan zie je steeds meer. In mini- en maxi-uitvoering, voor de huiskamer, serre,
tuin en het balkon. Een enkele soort is het proberen waard om buiten te laten
overwinteren, goed verpakt wel te verstaan. Wie een banaantje van eigen oogst denkt
te kunnen eten zal de kachel moeten opstoken tot tropische temperaturen.
Hoewel de imponerende banaan op de foto hiernaast een reusachtige boom doet
vermoeden, zijn alle bananen meerjarige, kruidachtige planten. De 'stam' is
niets meer en minder dan over elkaar gegroeide bladvoeten van oudere bladeren.
De banaan (Musa) behoort tot de familie van de Musaceae. De plant komt
van oorsprong uit Zuid-Oost-Azië. Vandaar is de banaan naar bijna alle tropische
landen verspreid.
 |
Musa coccinea blijft klein en is geschikt voor de huiskamer |
Birma, Bangladesh, Indonesië, de Canarische Eilanden, Argentinië en
Brazilië zijn de landen met de grootste bananenproductie ter wereld.
Voor de huiskamer en serre zijn Musa coccinea en afstammelingen geschikt.
Ze worden niet hoog (90 - 120 cm). De bladeren worden negentig centimeter lang.
Het lukt - als de omstandigheden geschikt zijn - deze banaan in bloei te krijgen.
De bloemen zijn geel. Na de bloei zijn de vruchten eerst rood, later
geel-oranje. Ze zijn echter niet eetbaar. Op de Canarische Eilanden wordt Musa
acuminata 'Dwarf Cavendish' commercieel geteeld.
Ook deze soort blijft hier in hoogte beperkt (180 cm) en kan in de huiskamer,
serre, tuin of op het balkon worden gebruikt.
De bloemen van deze soort hebben opvallend roodpaarse schutbladen. De bananen
zijn klein van stuk en eetbaar. Musa acuminata heeft zaadloze vruchten.
De soort en variëten zijn wijd verspreid over de hele wereld. Deze soort is
de stamvader van alle eetbare bananen. In tropische landen groeit deze banaan
meerstammig en wordt daar twee tot drie meter hoog.
Banaan wordt bij ons voornamelijk als exoot met grote opvallende bladeren
gebruikt, maar de bloem(en) en vruchten zijn in feite meer imponerend.
 |
| Bloem van Musa velutina |
Zoals op de afbeeldng hiernaast (Musa velutina) is te zien. Bij de meeste
bananen steken de lange, gele meeldraden opvallend af tegen bruine, rode of roodoranje
gekleurde schutbladen. Ook de vruchten zijn verschillend van kleur als ze nog
niet rijp zijn. Zo zijn er afhankelijk van de soort rode, knaloranje en
felgele vruchten.
Andere soorten banaan noemen we hier slechts, omdat ze hier sporadisch te koop
worden aangeboden en meestal niet geschikt zijn voor gebruik in ons klimaat.
Musa x paradisiaca is een hybride van Musa acuminata x
Musa balbisiana.
De plant wordt acht meter hoog en is een razendsnelle groeier in de tropen.
De variëteit 'Lady Finger' is geschikt voor gebruik in de tuin. Die kan
hier overwinteren als ze goed wordt ingepakt met rietmatten. Musa uranoscopus
heeft mooie bladeren met een paarsrode gloed. De bloemen hebben rode schutbladen.
Musa velutina is een dwergsoort en wordt tot 180 cm hoog. De bladeren zijn
aan de bovenkant donkergroen.
 |
| Banaan zorgt zelf voor opvolging |
De bloem heeft dikke, gele meeldraden en het schutblad is rood van kleur.
Banaan verzorgen
Een banaan vraagt een lichte plaats met weinig zon. Een minimumtemperatuur van
13°C is minimaal nodig om een banaan goed te laten groeien. Hoe warmer, des te
beter, waardoor de kans op bloei en vruchtzetting toeneemt. De plant heeft
een voedselrijke grond met zo mogelijk wat lichte klei nodig. Zorg voor een
permanent vochtige grond. Geef vanaf het begin van de lente tot aan de
herfst vloeibare kamerplantenmest. Een banaan kan in de volle grond worden geplant
of in een grote kuip. Een banaan vormt uitlopers aan de onderkant van de bladvoet.
Die kunnen voorzichtig worden losgemaakt en worden uitgeplant. Ook hier is een
hoge temperatuur (24 - 27° C) nodig om de scheut aan de groei te krijgen.
Zorg voor een goede afwatering van overtollig vocht. Door te veel water en vocht
ontstaat wortel- en stengelrot. Controleer een banaan geregeld op rode spint.
Gebruik zonodig AA spint-weg.
Met wat zorg ben je altijd verzekerd van een bananenplant.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|