 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
In vochtige parkbossen: Maianthemum bifolium |
|
|
|
Dalkruid bevindt zich in Nederland aan de uiterste westgrens van het plantengeografische
verspreidingsgebied van dit geslacht.
In vochtige bossen is dalkruid aan te treffen, wanneer de juiste omstandigheden
voor de plant aanwezig zijn.
 |
| Maianthemum bifolium is alleen op vochtige, luchtige gronden te vinden |
Daarnaast is het kruid te vinden in verwilderde parkbossen en op buitenplaatsen
in de vochtige duingebieden.
Dalkruid (Maianthemum bifolium) is geen plantje voor in een stadstuintje. Voor
wie een groot perceel, landgoed of grote tuin ter beschikking heeft, mag dit
bodembedekkende plantje dan misschien tot de verbeelding spreken, maar het is daarmee
niet gezegd, dat dalkruid een geschikte plant is om aan te planten. Wie dalkruid heeft
staan, moet het behoeden. Het is een beschermde plant.
Dalkruid stelt specifieke eisen aan de bodem. De grond moet gemakkelijk doorwortelbaar
zijn, de bovenlaag moet humusrijk zijn, de humus moet licht kalkhoudend zijn en het
liefst zijn gevormd uit verteerd beukenblad. Bovendien moet er ter plaatse een hoge
luchtvochtigheid aanwezig zijn. De grond mag niet te arm en niet te rijk zijn.
Dalkruid bloeit op z'n vroegst eind april, maar meestal in mei - juni. De bloei lijkt
op die van het lelietje-van-dalen.
 |
| Dalkruid bedekt de bodem met prachtige bladen |
Dalkruid en lelietje-van-dalen bloeien ongeveer ter zelfder tijd. Beide behoren tot de
lelieachtigen (Liliaceae). Soms komen tapijten van beide kruidachtige, overblijvende
planten naast elkaar voor.
Dalkruid wordt zeven tot maximaal twintig centimeter hoog. Het is een plant, die in
de halfschaduw groeit. Dalkruid groeit met een dunne wortelstok. De wortelstok is
rond en massief. Meestal staan twee en een enkele keer drie bladen bij elkaar.
Kenmerkend voor het blad is de diep liggende hoofdnerf. Het blad is fraai hartvormig
tot eivormig. De bloemstengel groeit tussen de bladen. De bloemen zijn wit en
bestaan uit vierpuntige bloemen (stervorm). De bloeiwijze is een aar/tros. De bloem
bestaat uit vier bloemdekbladen met vier meeldraden. De plant is tweeslachtig.
De bloem wordt bij voorkeur door vliegen en muggen bezocht. Na de bloei verschijnt
een eerst groene en later kleine, rode bes.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|