 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Asclepias, Amerikaanse zijdeplant |
|
|
|
De zijdeplant is in sommige delen van Amerika onkruid. Verspreid over het
gehele grondgebied komen specifieke soorten voor.
Zo is Asclepias subulata een belangrijke voedselbron voor de monarchvlinder
tijdens zijn tocht dwars over dit uitgestrekte continent.
 |
| Asclepias curassavica heeft de felste kleur van alle zijdeplanten |
In Nederland moet je de zijdeplant behoeden voor kou in het najaar en de winter.
Hoewel in Amerika de plant een 'onkruid'plant is, is hij bij ons meestal maar tweejarig.
De zijdeplant behoort tot de kleine familie van de zijdeplantachtigen
(Asclepiadaceae). Buiten Amerika komen enkele soorten voor in Afrika. In
Amerika komen meer dan honderd soorten voor. Sommige soorten
zijn groenblijvend, andere zijn één- of tweejarig of worden
struiken. Kenmerkend voor de zijdeplant zijn de vijf teruggeslagen kroonblaadjes
onder een wasachtige bijkroon. De bloemen staan in een tros op steel boven de
bladoksels. De meeste soorten bezitten langwerpige tot elliptische bladeren.
Blad en stengel bevatten melksap, dat giftig is. Rupsen die de zijdeplant als
waardplant hebben, zijn immuun voor belagers door de giftigheid van het sap.
Na de bloei verschijnen er aan de plant hauwtjes. Dit zijn langwerpige
peulen. De hauwtjes zijn uitgerust met pluis voor verspreiding van het zaad
door de wind.
Asclepias curassavica komt uit het zuidoosten van Amerika. Deze
plant wordt tegenwoordig in tuincentra te koop aangeboden. Hoewel de plant
in subtropische gebieden in het zuiden van Amerika overal als onkruid de
grond uitschiet, is het een niet echt makkelijk te houden plant. Deze zijdeplant
wordt tot ongeveer één meter hoog. In Amerika is het een
groenblijvende halfstruik, hier laat de plant meestal z'n blad in het najaar
vallen. Met moeite is hier de plant goed door de winter te brengen. Alleen
in een verwarmde kamer of kas met een hoge luchtvochtigheid lukt het om hem
in het voorjaar een nieuwe start te laten maken. De plant heeft blad van
vijftien centimeter lang, dat lancetvormig van vorm is. Bloei in mei tot in het
najaar op vijf tot tienbloemige schermen. De kroonblaadjes zijn felrood
gekleurd en de bijkroon feloranje. Na de bloei komen er kokervormige vruchten
verticaal op de vruchtsteel. Zaaien is het proberen waard. Een aardige
(één- of tweejarige) plant voor balkon of terras.
Asclepias speciosa komt van nature voor in het oosten van Amerika.
De plant wordt daar ongeveer één meter hoog. Bloemen van deze
plant staan in een bolvormig scherm. De kleur is dof rozerood met wit.
 |
| De monarchvlinder trekt jaarlijks van Mexico naar Noord-Amerika |
De vruchten zijn wollig behaard.
Asclepias subulata groeit in het westen van Mexico en het
zuidwesten van Amerika op vochtige plaatsen langs oevers van overloopgebieden
voor water (wadi's). Deze zijdeplant groeit met talloze lange, lichtgroene
stengels van één tot anderhalve meter hoog. De monarchvlinder
gebruikt deze plant tijdens zijn lange trektocht als voedselbron (honing).
Asclepias tuberosa is een knolzijdeplant die in Noord-Amerika
volop in weiden voorkomt. Het is een heel kleurige plant met kleine oranje,
rode of gele bloemen op veelbloemige schermen. De plant groeit op zowel natte
en droge grond en wordt door veel vlinders bezocht. In bloei een schitterende
plant. Het is ook een goede snijbloem. De variëteit 'Vermillion' heeft
rode bloemen en is hier soms als snijbloem te koop.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|