 |
|
|
|
Zoeken
|
Macleaya, pluimpapaver |
|
|
|
Macleaya bereikt een imposante hoogte en heeft grote handvormige
bladeren.
Het is een uitstekende plant als achtergrond voor andere planten en
groeit op die plaatsen in de tuin waar maar moeizaam andere planten willen
groeien. En is heel geschikt voor het maskeren van een lelijke achtergrond.
Het blad is decoratief en daarom ook mooi om de basis te vormen van een
boeket op een drijfschaal.
Lange bloempluim niet mooi
Macleaya is genoemd naar Macleay, een secretaris van de Linnean
Society in Londen. Deze entomoloog beschreef als eerste de in China en Japan
in het wild voorkomende Macleaya. De Nederlandse naam is
vedermaan of pluimpapaver. De bloem van de vedermaan is nou niet bepaald een
aanwinst voor de tuin. Ze zijn geelgroen of zalmkleurig roze.
Maar door het massaal voorkomen van de bloemen in piramidaalvormige trossen
blijven ze zeker niet onopgemerkt. Wat het meest opvalt, zijn de lange, witte
meeldraden die in juli - augustus te bewonderen zijn. Maar haast u: de bloemen
vallen erg snel af. De grond ligt dan bezaaid met witte meeldraadsteeltjes.
Ideale achtergrondplant
Macleaya-blad loopt grijsgroen uit. De bladranden zijn vaak fel
bruinoranje gekleurd. De stengel is witgrijs berijpt en alleen daardoor valt
de plant al op. Bij het uitlopen verschijnen direct de bladeren. Wanneer de
grond humeus van samenstelling is, wordt het blad lekker groot. Een grootte
van 10-18 cm is gebruikelijk. De bladeren zijn aanvankelijk groengrijs en
worden later meer geelgroen of okerachtig van kleur. Op het handvormige blad
vallen de witte hoofdnerf en de zijnerven erg op. Zelden worden de bladeren
aangevreten door wat voor een insect ook. De plant blijft mooi tot het
bittere einde ingeluid wordt door nachtvorst.
Hierna moeten de stengels worden gesnoeid. Een lichte bescherming tegen vorst
met bladeren zorgt voor een jarenlang plezier van Macleaya.
Door zijn grote hoogte van 2 - 3 meter is Macleaya in staat lelijke
dingen in de tuin te camoufleren: een lelijke schutting, een kale tè
opvallende muur van een schuur of een gat in de haag. In geval van een brede
border is het dè ideale achtergrond voor andere vaste planten of
(bloeiende) struiken. Door de neutrale bladkleur en de grootte van het blad
harmonieert Macleaya heel goed met vooral meer kleinbladige planten.
Bedenk wel: Macleaya vormt worteluitlopers en dat kan betekenen
dat de hele tuin zonder ingrijpen op het laatst her en der met deze plant
is bezet. Dit euvel kan ondervangen worden door het territorium af te bakenen
met behulp van verticaal ingegraven (landbouw)folie of iets dergelijks.
Soorten
Van Macleaya zijn twee soorten in cultuur. Maar alle soorten zijn
geschikt voor de tuin. Minieme verschillen in bladgrootte en bloemkleur
zullen de persoonlijke voorkeur kunnen bepalen:
Macleaya cordata wordt ongeveer 2-2,50 meter hoog. De bladeren
zijn blauwgrijs berijpt. Kan in de schaduw of volle zon worden gehouden.
Macleaya microcarpa 'Kelway's Coral Plume' wordt 1,50-2 meter
hoog en blijft dus wat lager dan de voorgaande soort. Het blad is blauwgroen
bewaasd. De bloemen zijn een tijdje koraalrose van kleur.
Macleaya var. yedoensis is flink hoog tot
wel 3 meter. Het is de meest sterke variëteit, het blad is groter dan
van M. cordata en blijft lang mooi.
Lang op dezelfde plek
Macleaya wordt door scheuren vermenigvuldigd of er kunnen
worteluitlopers worden afgesneden, die opnieuw worden uitgeplant.
Macleaya moet lang op dezelfde plek vaststaan en wordt niet -
zoals voor de meeste vaste planten gebruikelijk - om de 3 - 4 jaar opgerooid,
gescheurd of gedeeld. Ten minste de dubbele tijd laten staan dus.
Wanneer Macleaya wordt verwond, scheidt de plant een oranjerood
melksap af: dit sap is moeilijk van kleding te verwijderen.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|