 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Dovenetel is een goede bodembedekker |
|
|
|
Dovenetel veroorzaakt geen jeuk en blaren zoals brandnetel.
Toch mijden de meeste mensen dovenetel bij confrontatie.
Waarschijnlijk wekt het blad associaties met de echte brandnetel. Tussen alle keurige
vaste planten in wordt dovenetel afgedaan als onkruid. Soms lift het kruid mee met
een nieuwe plant van de kwekerij of rukt het op vanuit het openbaar plantsoen. Een
groep witte, gevlekte of gele dovenetel in de tuin noem ik een pure aanwinst.
Het kruid vereist weinig onderhoud, maar wel lekker veel stikstof.
Witte dovenetel (Lamium album) is overjarig en een echte
 |
| De witte dovenetel bloeit met kransen in etages |
 |
| De gele dovenetel groeit en bloeit in de halfschaduw |
 |
| De gevlekte dovenetel is er in het wild en gekweekt |
pionierplant op stikstofrijke grond. Daar waar de witte dovenetel groeit,
kun je ervan uitgaan dat de grond rijk is aan stikstof (N). Langs wegranden,
hagen, op graven en bij veestallen zijn er enkele van te vinden of ze komen
in groten getale voor. Witte dovenetel wordt veertig tot zestig centimeter
hoog. De bloei is van april tot eind oktober. De bloemkroon is langer dan
de kelk, de lip iets ingesenden en met haren bezet.
Bloemen worden bestoven door hommels of er vindt zelfbestuiving plaats.
In de Middeleeuwen gebruikte men de bloemen om tuberculose of ontsteking aan
de ademhalingswegen te bestrijden.
Gele dovenetel (Lamium galeobdolon) is overblijvend en wordt tot
veertig centimeter hoog. Op humusrijke, vochtige grond en het liefst in het
getemperde licht van struiken groeit de gele dovenetel veelal onopvallend. In
Nederland is alleen in Zuid-Limburg de plant algemeen voorkomend, elders
toevallig (adventief). De bloemkleur varieert van licht-
tot donkergeel. De bovenlip is groot en sterk gegolfd, de onderlip heeft
lange slippen en bruine of purperrode vlekken. De bloeitijd is betrekkelijk
kort; van april tot in juni. De gele dovenetel wordt door hommels bestoven.
De gekweekte vorm van de gele dovenetel heet Lamiastrum.
Variëteiten ervan zijn: 'Herman's Pride' en 'Florentinum'. De laatste
bloeit echter maar matig.
De gevlekte dovenetel (Lamium maculatum) wordt twintig tot
tachtig centimeter hoog. Ook deze plant is een pionier op
humificerende grond. Hoewel de plant zich uitbreidt met uitlopers van de
wortelstok, wordt verspreiding ook door bijen verzorgd. Zaden blijven kleven
aan de poten van bijen. Van april tot november is er een rijkelijke bloei.
Bloemen zijn diep paarsrood van kleur en twee tot drie centimeter groot.
Bloemkroonbladen zijn naar voren gekromd, de onderlip is met een nog donkerder
paarsrode kleur gevlekt of gevlamd. De gevlekte dovenetel komt voor langs bosranden,
bij composthopen en soms langs snelwegen daar waar de grond permanent vochtig
is. Tot de 54° noorderbreedte komt de plant algemeen voor. In Nederland
in hoofdzaak in Zuid-Limburg en het rivierengebied. Gekweekte soorten zijn
o.m : 'Album' (bloem wit), 'Beacon Silver' (met roze blad, bloem paars) en
'Roseum' (grootbloemig, bloem purperroze).
De dovenetel behoort tot de familie van de lipbloemigen (Labiatae). Kenmerkend
voor soorten van deze familie zijn de vierkante stelen, waaraan bladeren en
bloemen zitten. Wie enthousiast is voor dovenetel(s), moet zorgen voor een
humusrijke en vochtige grond met een stikstof voorraad en getemperd
(zon)licht. Maak er (een) grote groep(en) van, zonder bijmenging van andere
planten. Dovenetel kan goed op vaas worden gehouden als het water geregeld
wordt ververst.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|