|
|
|
De bloemist vlocht het sparrengroen geduldig rond de met sphagnum beklede hoepel,
terwijl hij nog een diepe trek deed aan zijn haast opgebrande sigarenpeuk.
De askegel daalde neer op het geurig ruikende loof. Het harmonieerde met de serene
donkergroene ondergrond. Starend stond ik naar het vervolg te kijken. M'n gedachten
dwaalden af, totdat uit een emmer in het achterafje een flinke bos witte en gele
aronskelken te voorschijn kwamen. De bloemen leken haast onecht.
'Ja, deze moet er even tussendoor,' sprak de bloemist. Nou, dat begreep ik ook
wel. 'Zantedeschia's,' sprak hij met luide stem, met vooral de klemtoon op
'deesiaas'. De bloemen waren duidelijk bestemd om in een grafkrans de laatste
eer te bewijzen. 'Ik help u zo hoor,' vervolgde hij z'n schaarse conversatie.
 |
| Zantedeschia aethiopica |
Met mijn eindelijk verkregen bloemstukje naast mij op de autostoel spoedde ik
mij naar huis. De aronskelken bleven op m'n netvlies gegrift. Wat een
schitterende en stijlvolle bloemen!
Een plaatsje in de tuin
De aronskelk heeft nog steeds het aureool van grafbloem. De plant is al heel lang in cultuur
en verdient zeker een plaats in de tuin. Met inachtneming van wat regeltjes is de aronskelk
heel geschikt om in het moerasgedeelte van een vijver geplant te worden of om in een flinke
pot op het terras of balkon te zetten.
De aronskelk behoort tot de familie van de Araceae (aronskelkachtigen). De botanische naam is
Zantedeschia. De plant had vroeger ten onrechte de naam Richardia of Calla.
Nu bestaat er wel een Calla en die behoort zelfs tot dezelfde familie. Dit is de
slangenwortel (Calla palustris), die in noordelijke streken in moerassen en vijvers heel
goed op z'n plaats is.
Naar gedrag en standplaats bezien zijn er veel overeenkomsten tussen de aronskelk en de
slangenwortel. De aronskelk is genoemd naar de Italiaanse arts en plantenbeschrijver R.
Zantedeschia, die in de provincie Brescia woonde. Van oorsprong is de aronskelk afkomstig
uit Zuid-Afrika en groeit daar op met gras en licht struikgewas begroeide hellingen. Met
name komt de plant daar voor op plaatsen waar het regenwater in de afvoer wordt belemmerd.
Het zijn periodiek zompige, moerasachtige situaties die echter betrekkelijk kort blijven
bestaan. Daaropvolgende lange perioden met droogte kan de plant goed overbruggen. De
gemiddelde zomertemperatuur waarbij de plant zich goed voelt, bedraagt plm. 15 graden
Celcius. Een hogere temperatuur zorgt ervoor dat er veel blad wordt gevormd in plaats van
bloemen. De aronskelk is dus prima op z'n plaats in het Nederlandse klimaat. Een halfschaduwrijke
plaats in de tuin is een absolute voorwaarde om een goed gewas met veel bloemen te krijgen.
De opvallende bloem van de aronskelk is in feite een schutblad (bractae) met in het midden
de langgerekte, staafvormige stuifmeeldrager (spadix). Het schutblad is wit, geel, rood of
roze, afhankelijk van de soort. Deze kenmerken van de bloem zijn vergelijkbaar met bijvoorbeeld
die van de Anthurium. De felle kleur van het schutblad is bedoeld om insecten aan
te trekken die de minieme bloemen op de spadix moeten bevruchten.
 |
| Vruchten van een aronskelk |
Wanneer de bloemen bevrucht zijn, verschijnen de vruchtbeginsels in de vorm van
trossen met felrood gekleurde bessen op relatief korte stelen.
Het wortelgestel bestaat uit vlezige knollen (rhizomen). Die bevatten de
voedingsstoffen en veel water. Hierdoor is de plant in staat om tijden van droogte
te overbruggen. Zantedeschia aethiopica heeft een vlezig verdikte wortelstok.
Van knol tot bloem
U kunt natuurlijk een aronskelk met blad en bloem kopen. Leuker is het de plant
zelf op te kweken door wat rhizomen te planten. Afhankelijk van de situatie,
waarin de plant moet komen, zijn er twee tijdstippen, waarop rhizomen kunnen
worden geplant. Als de plant in het moerasgedeelte van een vijver moet komen en/of
wanneer hij in een pot op het terras of balkon wordt geplant, is de beste tijd
maart/april. De rhizomen in het moerasgedeelte van de vijver worden op een onderlinge
afstand van 30 cm geplant. De plantdiepte bedraagt 5 - 8 cm.
Een bloempot moet ten minste 25 - 35 cm in doorsnede zijn. Hierin kunnen 3 - 4
rhizomen worden geplant. De grond moet rijk aan voedsel zijn. Een mengsel van
(bemeste) potgrond en een flinke hoeveelheid klei in de verhouding 3 : 2 is nodig
om flinke planten te krijgen. Na het oppotten de aarde flink begieten. Daarna
slechts eenmaal per week flink begieten, totdat de stengels met bladeren verschijnen.
Wanneer de bladeren volop aanwezig zijn, dan regelmatig gieten om de grond goed vochtig
te houden. Dit is ook het goede moment om de plant met pot en al natte voeten te
geven: zet de pot op een ruime schotel of zet hem op een ondiepe plaats in de vijver.
Wanneer de bloemen verschijnen, is bijmesten met in water opgeloste kunstmest
noodzakelijk. Na beëindiging van de bloei de plant minder water geven en daarmee
stoppen op het moment dat de bladeren geel worden. De plant komt nu in een toestand
van rust. De rustperiode duurt 10-12 weken. De aronskelk is een typische lange
dag-plant. Wanneer het daglicht minder wordt, staakt de plant de vorming van bloemen.
Wanneer het de bedoeling is om de aronskelk als kamerpant te houden, dan worden de
rhizomen pas in juli - september geplant. Het oppotten is gelijk aan wat hiervoor
beschreven is. Het moeilijke aan de aronskelk als kamerplant is, dat de kamertemperatuur
absoluut niet boven de 15 graden Celcius mag komen. Bij een hogere temperatuur vormt
zich nog wel blad, maar nauwelijks meer bloemen. Ook binnen regelmatig begieten. De
bloemen verschijnen ongeveer een maand na het oppotten.
Soorten en kleuren
Het sortiment is de laatste jaren flink uitgebreid. Vooral door toedoen van
Engelse kwekers is het palet aan kleurnuances toegenomen. Aanvankelijk werd in
Duitsland geëxperimenteerd om goede, stevige bloemen te krijgen en de
bloeirijkheid te vergroten. Soorten als 'Perle von Stuttgart', 'Perle von
Zweibrücken' en 'Weiszer Herkules' waren lange tijd in zwang.
 |
| Zantedeschia melanoleuca |
En... mocht u bloemen op vaas willen zetten: de bloemen niet snijden, maar van
de plant trekken! Achterblijvende delen van een bloemstengel kunnen het verrotten
van de plant veroorzaken.
De belangrijkste soorten Zantedeschia zijn: Zantedeschia aethiopica,
Zantedeschia elliottiana, Zantedeschia macrocarpa, Zantedeschia melanoleuca
en Zantedeschia rehmannii.
Voor ons doel en klimaat komen in aanmerking:
* Zantedeschia aethiopica: plant met lange
lancetvormige, donkergroene bladeren. De bloemen zijn wit en staan op stengels
van circa 1 meter. De bloemkolf is geel. Dit is de bekende bloem die in een
grafboeket wordt verwerkt. De plant heeft een vlezige, verdikte wortelstok. Een
cultuurvariëteit is o.m. 'Crowborough'; goed winterhard en uitstekend
geschikt om bij een vijver geplant of in pot gehouden te worden. De bloemen
zijn zuiver wit. Het wordt een forse plant.
* Zantedeschia rehmannii: de bloemen zijn
wit met een enigszins paarse rand langs het schutblad. Ook bestaat er een
cultuurvariëteit met roodachtig schutblad dat naarmate de bloei vordert,
donkerder rood wordt. De bladeren zijn lang en smal. De plant bezit een knol.
* Zantedeschia elliottiana: de bladeren
zijn hartvormig en wit gevlekt en komen uit een knol. Het schutblad is van
binnen geel en van buiten ligt er over het geel een groene waas. Nadat de
bladeren zijn afgestorven, moet de knol vorstvrij overwinteren.
* Zantedeschia macrocarpa: een niet veel
geziene aronskelk met een opvallend diepgeel schutblad. Aan de voet van het
schutblad is de kleur bruinrood, die naar boven toe overgaat in vlammend rood.
De soort moet in de winter vorstvrij worden bewaard.
Vermeerderen
Aronskelken worden vegetatief vermeerderd. Van de wortelstok of knol kunnen
stukjes met een oog of uitloper worden afgesneden. Vermenigvuldiging vindt
plaats in de rustperiode van de plant. Na afsnijden de stukjes oppotten in een
voldoende grote bloempot. In het begin heel weinig water geven. Pas wanneer er
blad bovenkomt, dan het water geven intensiveren.
Over nog een aronskelk: Arum italica.
|
|
|