 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Anaphalis triplinervis: Siberische edelweiss |
|
|
|
Anaphalis triplinervis is een duurzame vaste plant met
opvallend veel grijstint aan boven- en onderzijde van het blad.
De bladeren zijn wollig behaard. Het is een lang bloeiende plant
en goed te gebruiken in een droogboeket.
 |
De stroachtige bloemen van Anaphalis triplinervis |
Van nature groeit de plant in grote delen van Azië, Noord-Amerika en Europa. De
gekweekte vorm groeit meer gedrongen dan al die wilde soorten. Het is een plant voor
in de volle zon of lichte schaduw en uitstekend geschikt voor op een droge plek.
Siberische edelweiss groeit uit tot flinke pollen en vraagt weinig onderhoud. Wordt
de plant te groot, dan is scheuren of delen in het voorjaar het beste tijdstip om
kleinere pollen te maken. Andere manieren om de plant te vermeerderen zijn: zaaien in
een pot in een koude bak in het voorjaar. Of door middel van kopstekken aan het begin
van de zomer.
De plant wordt niet hoger dan 30 tot 40 centimeter en is goed te combineren met onder
andere Ajuga reptans, blauwe siergrassen en Anemone-soorten.
Bloem en blad
Anaphalis triplinervis heeft stroachtige bloemen met witte, afstaande omwindselbladen,
die de schijn geven van een straalbloem te zijn. In het midden staan de gele schijfbloemen
dicht opeen en steken parmantig boven de omwindselbladen uit. De bladeren zijn langwerpig
eirond en aan de onderkant wollig behaard. De bovenkant van het blad is donkergroen, maar
ook hier ligt er een grijzige, bedauwde gloed over. De soort Anaphalis margaritacea
heeft meer lancetvormig blad en woekert nogal.
Om bloemen te drogen moeten ze snel na het opengaan worden geplukt en op een luchtige, lichte
plek ondersteboven worden gehangen.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|