|
|
|
Mei is de bloeimaand en de laatste maand van de lente. De dagen worden langer, de temperatuur wordt
aangenamer: de tuin komt weer volledig tot leven. Het frisse groen en mooi bloeiende planten lokken
ons weer naar buiten. Een paar leuke spreuken: 'Kamillegeur in mei, brengt de zomer dichterbij',
'Als het onweert in mei, valt er vaak hagel bij' en 'Scheert de zwaluw over water en wegen, dan komt
of blijft er wind en regen'... Ze zijn allemaal karakteristiek voor deze maand.
Mei is samen met juni een van de drukste onderhoudsmaanden. Er moeten heel wat handen worden
uitgestoken om alles in goede banen te leiden, want het zijn absoluut de mooiste
tuinmaanden.
Tuin
Verwijder de vaste planten die nog steeds niet groeien. Ze hebben de winter niet goed doorstaan en kunnen
beter worden vervangen door nieuwe. Het is trouwens een ideale tijd om eenjarigen
te planten. En strooi dan meteen een laagje turf of cocopeat in de bloemborders om de groei van onkruid te
beperken. Cocopeat houdt uitermate goed water en voeding vast. Controleer of hoge vaste planten voldoende
steun hebben en geef ze zo nodig een plantensteun van bijvoorbeeld rijshout of een bamboestok. Plaats de
steunstokken een beetje schuin in de groeirichting achter de plant, bind er de stengels losjes aan vast,
waardoor de vorm van de plant het natuurlijkst blijft.
De eerste helft van mei is een uitstekende tijd om zuurminnende struiken, zoals de azalea, hortensia en de
groenblijvende Andromeda te planten. Geef ze een halfschaduwrijke
plaatsje, dan komen deze struiken het beste tot hun recht. Vergeet ze niet na het planten flink water te geven.
Geef pas geplante struiken altijd om de 14 dagen water, ook tijdens nat weer.
Daar zijn ze (strals) weer, de alles verslindende slakken. Deze belagers
zullen het pas opgekomen jonge groen, zoals van de hosta's. weer bedreigen, waardoor er binnen de kortste keren
geen sprake meer is van plantjes. De slakkenbeestjes houden er niet van als rond de plant zaagsel, schelpen of
koffiedik ligt.
Zomerbollen en knollen kunnen nog steeds worden geplant. Plant ook eens de minder bekende bolgewassen als fresia,
ranonkel, Ixia en diverse leliesoorten. Verder is het nog heel goed mogelijk om eenjarige zomerbloemetjes
te zaaien, zoals het welbekende leeuwenbekje, de uitbundig bloeiende lavatera, de Oost-Indische kers of roze en
paarse cosmea's.
Is het mooi weer, dan zijn er ook weer luizen en ander
ongedierte. Grote hoeveelheden bladluizen zullen door
lieveheersbeestjes en oorwurmen worden verschalkt. Maar minder bekend is, dat de larven van het lieveheersbeestje,
zwarte rupsjes met oranje of witte stippen, gedurende hun ontwikkeling tot volwassen insect grote hoeveelheden
bladluizen verzwelgen. Het consumeren van luizen door deze waardevolle dieren zal in de meeste gevallen niet
voldoende zijn. Dus zal er meestal naar een chemisch bestrijdingsmiddel worden gegrepen om een luizenplaag uit te
roeien. Wie niet graag giftige middelen in zijn tuin wil gebruiken, kan proberen de luizen te lijf te gaan met
een aftreksel van brandnetels. Snijd een flinke hoeveelheid brandnetels en doe ze in een emmer vol met water, laat
het geheel 12 tot 24 uur afgedekt staan. Maar niet langer dan 3 dagen, want de 'brandende stof' van de brandnetel
gaat dan verloren. Het aftreksel kan onverdund worden gespoten. Het is van belang de aantasting in een vroeg
stadium op deze manier te bestrijden. Zijn de luizen na een paar dagen nog niet geheel verdwenen, dan kan de
bespuiting met het brandnetelaftreksel worden herhaald.
Algen op het terras of paden kan bijzonder gevaarlijk zijn. Ze worden door regen spekglad worden. Helpt schrobben
met water en een harde bezem niet meer, gebruik dan ter bestrijding bij voorkeur een milieuvriendelijk algendodend
middel. Of strooi gewoon wat zand. Door eroverheen te lopen worden de algen weggeschuurd. En het zand voorkomt
algvorming.
Gazon
Het gazon moet weer regelmatig worden gemaaid.
Geef dan meteen maandelijks wat mest voor een mooie grasmat. Stel
voor de eerste maaibeurt de messen iets hoger in. Daarna voor de tweede maaibeurt weer op normale hoogte. Dat is zo'n
2 cm. Toch nog lelijke plekken of grof gras in het gazon? Verwijder die dan en zaai die plekken opnieuw in.
Snoeien
Knip voorzichtig de uitgebloeide bloemen uit de rododendrons en de camelia's weg, maar kijk uit voor kleine, nieuwe
knopjes. Dit zijn de bloemen, die het volgend jaar zullen gaan bloeien. Ook de uitgebloeide bloemen van de sering en
spirea kunnen nu worden weggeknipt. Verwijder uit bloeiende planten regelmatig de uitgebloeide bloemen om
de bloeiperiode te verlengen. Grote snoeiwonden, die er soms jaren over doen om dicht te groeien, zijn altijd mogelijke
toegangen voor ziekten. Het is dus van belang om zo te knippen of te zagen, dat de wond zo klein mogelijk wordt en snel
dicht kan groeien. Als het wondoppervlak glad is, groeit het littekenweefsel van de randen naar het hart om de wond af
te dichten. Schadelijke organismen kunnen dus niet meer binnendringen. Maak ruw oppervlak gelijk glad, vooral langs de
randen. Een gebogen, scherp mes is hiervoor het beste gereedschap. Let er wel op, dat de wond hierdoor niet groter
wordt.
Bij hagen zit de groei er ook al weer goed in. Voordat je het weet is de vorm eruit. Een van de eerste, die weer aan
een knipbeurt toe is, is de ligusterhaag. Met het snoeien van de coniferenhaag kan zo nodig nog even worden gewacht.
Denk eraan, coniferen mogen nooit te kaal worden weggesnoeid. Kale takken zullen nooit meer uitlopen. Een uitzondering
hierop is de taxushaag. Die kan wel kaal worden teruggesnoeid en zal daarna ook wel weer uitlopen.
Snoei de haagvorm altijd zo, dat het licht ook de onderste takken goed kan bereiken. Als de onderste takken te weinig
licht krijgen, worden ze kaal. De beste vorm is van boven smaller dan van onder.
Vijver
Het is de hoogste tijd om de vijver schoon te maken. Verwijder oude resten en dode bladeren van waterplanten. Er kunnen
weer nieuwe waterplanten worden gekocht. Drijfplanten die in het najaar binnen zijn
gehaald, mogen na half mei weer de vijver in. Verwijder de uitgebloeide bloemen van
Caltha palustris (dotterbloem) om zaadverspreiding te voorkomen.
Draadalgen in de vijver zijn een vaak terugkerend probleem. Ze geven de vijver een smerig aanzicht en kunnen - als ze
echt woekeren - de waterkwaliteit zeker beïnvloeden. Ze moeten dus worden verwijderd. Dit gaat prima met een ronde
toiletborstel, waarmee u ze er gewoon uitdraait.
Als het weer warmer is (en blijft), dan kunnen de vissen worden bijgevoerd.
|
|
|