|
|
|
We hebben een uitgesproken humide klimaat. Veel regen daalt neer
op de bodem. De hoeveelheid neerslag die uit de wolken valt, is groter
dan er verdampt. Dat heeft zonder twijfel effect op meststoffen in de
grond en op die we eraan toevoegen. Kunstmest is ten dele een natuurproduct.
Kunstmest bevat geen verteerbare bestanddelen zoals dat voorkomt in
stalmest of tuinaarde. Het is een anorganisch product; op kunstmatige
wijze is in een chemische samenstelling een aantal elementen bijeengebracht.
Deze elementen reageren onder invloed van water en zuurstof, waarbij
het plantenvoedende element vrijkomt voor opneming door de plant.
 |
| Wolken zorgen voor regen |
De meeste meststoffen zijn goed oplosbaar in water. Bij veel regenval
verdwijnt een groot deel van de meststoffen naar diepere lagen, die
voor de plant onbereikbaar zijn. Dit verschijnsel heet uitspoelen.
In droge perioden is er een (kleine) kans dat de in het water opgeloste
zouten met het opstijgende grondwater binnen het bereik van
plantenwortels komt.
Het in het bodemvocht opgeloste bemestingszout is in ionen gesplitst.
De klei- en humusdeeltjes hebben een negatieve lading. Positieve ionen
worden gebonden aan de negatieve ionen. Zo kan bijvoorbeeld calcium (Ca++),
kalium (K+) en water (H+) gebonden worden aan het klei- en humuscomplex
door adsorptie. Geabsorbeerde ionen zijn niet voor de plant verloren;
ze kunnen gemakkelijk weer worden vrijgegeven. Sommige verbindingen
zijn moeilijk oplosbaar zoals ijzerfosfaat, dat na een bemesting met
superfosfaat (kalkrijk) ijzerdeeltjes doet neerslaan in de bodem:
Ca(H2PO4)2 + 2 Fe -->2FePO4. Slechts bepaalde zuren kunnen deze
ijzerverbinding weer in oplossing brengen, zodat het alsnog ter
beschikking van de plant komt. Soms is de vastlegging van voedingszouten
zo sterk, dat ze in het geheel niet meer ter beschikking van planten komt.
In dat geval noemen we het fixatie.
Ook bacteriën zijn in staat zouten uit de bodemoplossing
op te nemen
Bodembacteriën leven maar kort, zodat de door deze diertjes opgenomen
zouten snel weer ter beschikking komen van planten. Bacteriën kunnen
een grote hoeveelheid stikstof (N) vastleggen. Voor de omzetting van
strorijke mest gebruiken bacteriën zoveel stikstof, dat er voor
de planten tijdelijk geen stikstof in de bodem is.
Vervluchtiging van ammoniakrijke verbindingen op kalkrijke gronden zorgt
er ook voor dat nitraatstikstof niet ter beschikking van de plant kan komen:
NH3 + CaCO3 --> (NH4)2CO3 -->NH3 + H2CO3 of ook Ca(OH)2 + NH3 -->
NH4OH -->NH3 + H2O.
Wat het 'overig dierlijk leven' (idafon) voor een rol speelt in
het proces van omzetting en ter beschikking komen van voedinsstoffen voor
de plant, is weinig bekend. Ongeveer 30% tot 60% van de toegediende
meststoffen komt in hetzelfde jaar ter beschikking van de plant. De rest
komt pas het jaar erop ter beschikking of gaat door vervluchtiging verloren.
De weg van meststoffen is er een vol voetangels en klemmen.
Vastlegging van ionen uit het bodemvocht in een meer vaste vorm heeft
voordelen, omdat dan de bodemoplossing minder sterk aan veranderingen
 |
| Door regen spoelen voedingsstoffen uit de grond |
onderhevig is. Er gaan ook minder voedingsstoffen door uitspoeling verloren.
Een zekere voorraad van voedingsstoffen in vaste vorm in de grond maakt
het ook mogelijk dat ze tijdens het groeiseizoen voor de plant ter
beschikking komt.
De grond is een buffer voor voedingsstoffen
Klei en humus zijn de belangrijkste buffers voor kationen (+). Planten
en dieren binden in hoofdzaak anionen (-), bijvoorbeeld NO3- en PO4---,
en worden daarom anionenbuffers genoemd.
Voortdurend gaan voedingsstoffen uit de vloeibare
fase in vaste fase over en omgekeerd
Opvoeren van de concentratie van voedingsstoffen door bemesting zal
een verschuiving teweegbrengen in de richting van de vaste fase. In de
grond moet een zeker evenwicht heersen tussen de vloeibare en vaste fase.
De snelheid waarmee vaste voedingsstoffen weer kunnen vrijkomen
voor opneming door de plant, is bepalend voor de ontwikkeling van die
plant. Bij een hoge temperatuur verlopen de omzettingen in de grond
sneller en komen voedingsstoffen beter ter beschikking. In het kille,
koude voorjaar is een gebrek aan stikstof (N) of fosfaat (P) duidelijk
te zien aan planten. De stikstof- en fosfaatverbindingen komen bij een
lage temperatuur in onvoldoende mate vrij om door de plant te kunnen
worden opgenomen. Water/vocht is een belangrijk hulpmiddel voor de plant
om vastgelegde voedingsstoffen weer in oplossing te laten komen. De plant
produceert zelf onder andere door ademhaling CO2; te zamen met water
ontstaat dan het zogenoemde humuszuur: H2O + CO2 --> H2CO3. Dit zuur kan
veel van de vastgelegde voedingsconcentraties weer toegankelijk maken
voor opneming. Door de ademhaling van de plant en bij vertering van
organische stof komt koolzuur vrij; de pH zal hierdoor iets dalen en de
grond wordt dus iets zuurder. Een hoge H-ionenconcentratie betekent een
lage pH (pH = de negatieve logaritme van de H-ionenconcentratie van het
bodemvocht). Bij een lage pH kunnen elementen als magnesium (Mg),
aluminium (Al), ijzer (Fe) in grote hoeveelheden uit de vaste fase in
oplossing overgaan. De kans bestaat zelfs dat de plant erdoor wordt
vergiftigd. Bij een te hoge pH daarentegen kunnen stoffen zoals borium (B),
koper (Cu) en ijzer (Fe) zodanig worden vastgelegd dat de plant gebrek
krijgt aan deze stof(fen). Ook voor een goed bacterieleven in de grond
is een juiste pH noodzakelijk. Als gevolg van neerslag en de ademhaling
van de plant wisselt de zuurgraad van de grond steeds een beetje: de
pH is onderhevig aan seizoenschommelingen.
Voor bemesting van de tuin zijn kunstmeststoffen in
vier groepen in te delen
Chemisch zure of alkalische meststoffen:
* Zwavelzure ammoniak NH3 + H2SO4 --> (NH4)2SO4
Werkt chemisch zuur in een waterige oplossing. Deze meststof werkt sterk
verzurend op de grond. De zuurwerking kan weer worden tenietgedaan door
een bemesting te geven met kalk. Wanneer ammoniak wordt samengebracht met
koolzuurgas (plantenwortels!), dan ontstaat daarbij ureum en water: NH3 +
CO2 --> NH2CONH2 + H2O
* Kalkammonsalpeter
Heeft een iets alkalische werking. De toevoeging van kalk aan deze meststof
zorgt voor een lichte neutralisering van het zuur.
* Chilisalpeter
Werkt overwegend alkalisch. Deze meststof bevat ook veel borium (B) en
helaas veel zout (Na). De twee genoemde meststoffen worden gegeven om het
stikstofgehalte (N) op te voeren.
Het stikstof gehalte van deze meststoffen ontloopt elkaar weinig.
Fysiologisch zure of alkalische meststoffen:
* Chilisalpeter (NaNO3) en kalksalpeter Ca(NO3)2
Werken vrij neutraal ten opzichte van de zuurgraad van de grond. Het nadeel
van chilisalpeter is en blijft dat er veel zout in de grond achterblijft in
de vorm van een zuur (NAHCO3). Overigens zijn de fysiologisch zure
meststoffen niet van zichzelf zuur of alkalisch, maar worden door de
plant tot een zuur verwerkt.
Bacteriologisch zure meststoffen:
* Ammonsalpeter (ammoniumnitraat) (NH4NO3)
Wordt door bacterieleven in de grond omgezet in NO3. Toepassing van
ammonsalpeter veroorzaakt zuur worden van de grond door ontkalking. Om
deze reden wordt aan ammonsalpeter koolzure kalk (CaCO3) toegevoegd en
ontstaat
* Kalkammonsalpeter: 2 NH4NO3 + CaCO3 --> (NH4)2CO3 + Ca(NO3)2.
Stikstof is een bestanddeel van de eiwitten in de plant en
zorgt ervoor dat de vegetatieve delen van de plant (blad, stengels)
zich ontwikkelen. Gras is gebaat bij veel stikstof; bloeiende planten
behoeven stikstof juist spaarzaam. Veel stikstof bij fruitgewassen zorgt
voor een verkorting van de bewaartijd van fruit. Een flinke gift stikstof
bij granen zorgt juist voor een hoger eiwitgehalte van het graan, maar ook
voor een lager percentage zetmeel. De minerale bestanddelen van de grond
bevatten nauwelijks stikstof. Stikstof wordt gebonden aan organische
stof. Humusrijke gronden bevatten daarom meer stikstof dan humusarme
gronden. Stikstof is in sterke mate onderhevig aan uitspoelen.
Meststoffen met sporenelementen:
Compost bevat veel sporenelementen. Deze grondverbeteraar is organisch
van vorm. In kunstmestvorm is een bemesting met sporenelementen echter
ook uit te voeren. Het voordeel van kunstmest ten opzichte van compost
is zonder meer dat de sporenelementen sneller ter beschikking komen.
* Kieseriet onder de merknaam Sporumix A
Bevat vrijwel alle belangrijke sporenelementen die een plant nodig heeft.
Deze meststof is rijk aan: koper 1,2% (Cu), mangaan 0,6% (Mn), zink 0,1%
(Zn), borium 0,08% (B), molybdeen 0,025% (Mo), calciumoxide 0,05% (CO)
en magnesiumoxide 20% (MgO).
* Borium-meststof (B)
Bevat ca 80% kieseriet en 20% borium.
* Koperslakkenbloem, kopermeststofmeel en kopersulfaat
Bevatten uiteraard veel koper (Cu) in de vorm van kopersilicaat (CuSO3)
en kopersulfaat Cu(SO4)2 met bijmenging van lood en zink.
* Mangaan (Mn)
Is verkrijgbaar onder de merknaam Mangaanfrit.
* Molybdeen
Idem onder de merknaam Molybdeenfrit.
* Magnesium
Wordt geleverd in poedervorm: magnesiumpoederkalk, waaraan calciumhydroxide
en calciumcarbonaat zijn toegevoegd en waarin magnesium in de vorm van
magnesiumoxide aanwezig is.
Fosfaatmeststoffen
In het begin van de negentiende eeuw kwam de eerste fosfaatmeststof (P2O5)
op de markt. In de tijd dat er nog geen kunstmest bestond was
huisvuilcompost en stalmest de belangrijkste fosfaat leverancier.
* Beendermeel
Bevat veel fosfaat.
* Superfosfaat (CASO4)
Wordt bereid uit fosfaatrijke gesteenten (fluor-apatiet).
* Thomasslakkenmeel
Wordt bereid uit slakken van fosfaatrijk ijzererts. Ruwe fosfaat zit in
het gesteente apatiet. Verder komt het weinig van nature voor.
* Dubbelkalkfosfaat
Wordt in België gemaakt door tri-calciumfosfaat te bewerken
met zoutzuur.
* Fosfaatammonsalpeter
Is een product uit ruwe fosfaat en salpeterzuur. Het eindproduct is een
mengsel van ammoniumnitraat (NH4NO3) en dubbelkalkfosfaat (CAHPO4). Het is
in korrelvorm op de markt. Fosfaten zijn goed oplosbaar in water en goed
opneembaar door de plant. Een fosfaatbemesting moet niet te laat in het
jaar plaatsvinden; liefst in het begin van de herfst en het vroege voorjaar.
Een fosfaatbemesting is in hoofdzaak een onderhoudsbemesting. Planten
bloeien iets beter en komen beter tot zaadvorming wanneer het fosfaatgehalte
van de grond in orde is. Voor de teelt van aardappelen en uien is een
fosfaatrijke grond een absolute voorwaarde voor een goede opbrengst en
bewaarbaarheid.
Kalimeststoffen
Kali is het zout of de oxide van het element kalium (K). Kali is voor de
plant belangrijk voor de vorming en het vervoer van koolhydraten. Het regelt
ook de waterhuishouding in de plant. De wateropneming door de wortels wordt
door kali bevorderd; de transpiratie juist tegengegaan. In natte seizoenen
wordt kali gemakkelijk door de plant opgenomen. Gebrek aan kali is aan een
plant te zien, doordat er gele bladeren ontstaan (randjesziekte, witte
vlekken op het blad, gele en dode bladeren). Een gift kali kan ook tot
 |
| Analyseresultaat van een grondonderzoek |
luxeconsumptie van de plant leiden; de plant neemt meer op dan
strikt noodzakelijk is. Kali werkt antagonistisch ten opzichte van magnesium.
Veel kali in de grond leidt tot magnesiumgebrek. Kali kan ook goed door het
blad worden opgenomen, maar komt uiteindelijk toch terecht bij de wortels
van de plant. Alle kalimeststoffen zijn goed oplosbaar in water. Het wordt
in sterke mate gebonden aan klei en humus en de kans op uitspoelen neemt
hierdoor af. Op lichte, zandige gronden spoelt kali wel uit.
De aardkorst in tamelijk rijk aan kalium. Daar waar voormalige zeeën
hebben gelegen (o.a. Elzas) komt veel kalium voor in de vorm van kalizout (KCl).
* Zwavelzure kali K2SO4
Gemaakt uit kalizout en zwavelzuur.
* Patentkali
Een mengsel van zwavelzure kali met kieseriet (MgSO4).
Wie een kalibemesting wil uitvoeren, heeft de keuze uit kunstmest, stalmest of gier.
NPK-kunstmeststoffen
De hiervoor beschreven meststoffen stikstof (N), fosfaat (P) en kali (K)
zijn in mengvorm en in een bepaalde verhouding tot elkaar kant en klaar
in verpakking te koop. Let er bij aankoop op welke getallen achter de
letters staan. De getallen staan voor het percentage van het bepaalde
(scheikundige) element. Een voorbeeld: N 12 + P 10 + K 18 (ASF-korrels)
staat voor 12% stikstof + 10 % fosfaat + 18 % kali. Met deze aanduiding
is niet zonder meer duidelijk in welke vorm bijvoorbeeld stikstof in de
meststof aanwezig is. Dit kan zijn in de vorm van ammoniak en/of een
 |
|
Lees eerst altijd de strooi-aanwijzing op de verpakking. De hoeveelheid en
de omstandigheden waarin en waaronder gestrooid kan/mag worden, staan
daarop vermeld. |
nitraatvorm. Wat betreft het element kali is dit in een NPK-mengmeststof
meestal in de vorm van kaliumsulfaat (k2SO4) of kaliumchloride (KCL) in
de meststof aanwezig. Deze aanduiding is bij wet geregeld. De extra
aanduiding 'mengmeststof' mag worden weggelaten. Let erop dat geregeld
toedienen van mengmeststoffen de grond doet verzuren. Een onderhoudsbekalking
is dan toch echt vaker nodig om verzuring te neutraliseren. Neutraal
werkende (enkelvoudige) meststoffen zoals Thomasslakkenmeel hebben
nauwelijks een extra bekalking nodig. De behoefte aan het uitstrooien van
kunstmest hangt in belangrijke mate af van de grond en het gewas. Alleen
laboratoriumonderzoek kan uitsluitsel geven over de de voedingstoestand van
de grond en het type grond.
Een analyseresultaat in gewone taal
"Zolang planten goed groeien, is een spaarzaam toedienen van kunstmest
aan te bevelen."
Alle grondzaken:
|
|
|