 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Quercus, de eik |
|
|
|
Als er één boom is waarvoor het gezegde 'boompje groot,
plantertje dood' geldt, dan is dat zonder twijfel de zomereik.
Mythen en sagen bestaan er van oudsher rond deze boom.
De eik kan een respectabele leeftijd bereiken; driehonderd jaar of meer is
geen uitzondering. Juist door deze lange levensduur is de eik een stabiele
metgezel van vele mensengeneraties en wordt aan de boom een bovenzinnige en
verheerlijkende betekenis toegekend.
 |
|
 |
| Zomereik (Quercus robur) |
Blad van zomereik |
Rechtspraak vond in de Middeleeuwen plaats onder eikenbomen, vooral in
esdorpgemeenschappen. Ook werden eiken geplant op de hoekpunten van een
akker om het eigendom te markeren. Plantplicht van eikels of eikenbomen
was in sommige boerengemeenschappen in zwang bij huwelijken en vormde
een bruidsschat die diende voor de bouw van boerderijen voor de generaties
erna. Niet voor niets is het gebint (balkwerk) van oude boerderijen van
eikenhout gemaakt. Op schrale zandgronden is de eik steevast onderdeel
van het eiken-hakhout-bos. De eiken staken werden vroeger gebruikt om
een akker te 'betuinen', wat zoveel betekent als het afzetten van de
akker tegen de omringende wildernis vooral om ongewenst vraat van wild
tegen te gaan.
Misschien hebt u als kind wel eens een eikels verzameld en er met lucifers
allerlei dierfiguren van gemaakt. Of - in het kader van het goede doel -
eikels verzameld om de (laatste) wilde zijnen in Nederland door de winter
heen te helpen. En wie heeft niet eikels geplant en met verbazing gezien
dat er zowaar een jong boompje uit te voorschijn kwam? Wellicht steeg uw
belangstelling bij het zien van vreemde bruine noten op blad en takken.
Later heeft de biologieleraar hopelijk uitgelegd dat hiermee geen koffie
kon worden gezet. Maar dat ze wel geschikt waren voor de bereiding van
inkt (o.a. Gimborn). Die vreemde bruine noten zijn eikengallen,
ontstaan door een galwesp, één van het geslacht Cynipidae.
De verandering in het blad of de tak ontstaat door enzymen of hormonen als
gevolg van de 'prik' van de galwesp. In de gal bevindt zich de voedselvoorraad
voor de larve.
 |
|
 |
| Gallen van de galwesp |
Blad van Quercus coccinea |
Volgroeide eiken zijn zeldzaam geworden in het Nederlandse landschap.
Oprukkende steden en schaalvergroting in de landbouw eisen nog steeds hun
tol. Voor het bekijken van mooie, oude eiken moet je zo langzamerhand
buiten onze landsgrenzen gaan; naar Denemarken, Duitsland of Engeland.
Toch staat zo hier en daar op overhoeken of op speciaal ervoor gespaarde
plekjes nog wel eens zo'n robuuste eik. In Drenthe en Overijssel zijn er
gelukkig nog heel veel van.
Het meest komt in Nederland de zomereik, Quercus robur, voor.
 |
| Bast van een volgroeide eik |
Het is een bladverliezende boom. In de herfst verkleurt het blad roestbruin.
De eik groeit heel traag. Naarmate de leeftijd vordert, krijgt de boom
pas z'n kenmerkende uiterlijk: een kwarrige takstructuur en bossige
bundels met bladeren. Pas dan ook wordt de stam kolossaal van omvang en
is de gegroefde structuur van de bast zo'n opvallend kenmerk, voor wie
het wil zien. De hoogte, die kan worden bereikt, is wel 35 meter of meer.
De kroonvorm is het beste te omschrijven als een brede, ronde koepel. Bij
hoge ouderdom zijn de toptakken vaak kaal; een gaffelvorm in de top ontstaat
dan. Deze toptakken zijn dood en doen niet meer mee in het ritme van de
opeenvolgende seizoenen. Ondanks dit verschijnsel zal de boom dan nog een
eeuwigheid kunnen leven.
 |
Een zwam groeit welig op rottend hout |
Zwammen kunnen te voorschijn komen als de groeikracht van oude eiken
minder wordt. Verkeerd afgezaagde takken maken dat de wond toegankelijk
wordt voor regenwater. Inrotten van de takwond leidt ertoe dat schimmels
de verdere afbraak van de boom inluiden. Soms wordt zo'n schimmelaantasting
aan de buitenkant zichtbaar. Bundels schimmeldraden, rizomorfen, vormen
een paddestoelachtige zwelling.
Een zomereik is niet geschikt voor een stadstuintje. Op een riante buitenplaats
misstaan ze zeker niet en langs een lange oprijlaan naar uw buiten of hofstede
evenmin. Beter geschikt voor een tuin is de moeilijk te krijgen Quercus
turneri-pseudoturneri. Wie deze groen blijvende eik eenmaal heeft gezien,
zal er zeker voor bezwijken. Mocht de zoektocht naar deze eik niet slagen,
dan is Quercus robur 'Fastigiata' nog net aan de maat voor een stadstuin(tje).
Naast de zomereik zijn we zo rijk om er ook een wintereik, Quercus petraea,
op na te houden. Deze soort heeft een hogere temperatuur nodig om vooral 'mooi'
te worden. In ons kille klimaat groeit de boom knoestig en vervormen de takken
door in allerlei richtingen te draaien. De boom wordt desondanks zeker 25 meter hoog.
Andere eikensoorten zijn onder meer de moseik, Quercus cerris, de
kurkeik, Quercus suber, de steeneik, Quercus ilex, Quercus
coccinea en de Amerikaanse eik, Quercus rubra. De takken
met bladeren van de laatste worden in het najaar verwerkt in boeketten
met vooral Chrysanthen, omdat ze zo'n opvallend groot en roodbruin
gekleurd blad hebben.
Eiken verdienen het om aangeplant te worden, omdat ze zo duurzaam zijn.
Bestaande eiken mogen best behoed worden om wat voor 'boodschap' dan ook
door te geven aan hen die na ons komen.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|