 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Ptelea trifoliata, de lederboom |
|
|
|
't Is jammer, dat sommige bomen niet gekend worden. Dat kan zeker
gezegd worden van de lederboom. Een enkele keer is de boom te zien in
negentiende-eeuwse parken.
In ontwerpen van Zocher en Springer, bekende tuinarchitecten van enkele
bekende parken in Nederland, komt de boom wel voor.
 |
De lederboom heeft een brede, ovale kroon |
Een lederboom is geschikt voor een middelgrote tuin. 't Wordt tijd,
dat de lederboom wordt gekend.
De lederboom behoort tot de familie van de
ruitachtigen (Rutaceae). De boom bloeit in hoofdzaak in mei - juni met
tamelijk platte schijnschermen vol witte bloemen. De bladen zijn ovaal
en hebben een gave rand. Het blad doet bij een vluchtige beschouwing
denken aan dat van sering.
Ptelea is in 1704 in Engeland ingevoerd uit het herkomstgebied
Noordoost-Amerika. Daar groeit de boom in gebieden met een koel klimaat.
De boom groeit langzaam en wordt tot ongeveer acht meter hoog.
De lederboom is familie van Poncirus.
Het blad bezit oliehoudende klieren, die bij kneuzing een tamelijk
onaangename geur verspreiden. Zoals de tweede naam aangeeft, staan de
bladen met z'n drieën bij elkaar.
 |
| Ptelea trifoliata bloeit met geelgroene schermen |
De stengels zijn sterk vertakt, waardoor
de boom in de zomer door het vele blad een bossig karakter heeft. In het
najaar verkleuren de bladen naar goudgeel. Een lederboom groeit met name op
rijke humusgrond. In ieder geval moet de bovenlaag vocht goed kunnen
vasthouden. Een dikke laag met bijna verteerd blad kan in een wijde cirkel
rondom de stam worden gelegd. Hierdoor ben je verzekerd van goede regulatie
van vocht, waar de boom beslist niet zonder kan. In natuurlijke
omstandigheid groeit de boom vrijwel altijd in de halfschaduw van hogere
bomen, maar het is niet beslist noodzakelijk deze biotoop na te bootsen.
Een andere bijzonderheid van deze boom is de mooie, diepbruine bast. De
bast is op oudere leeftijd vrijwel glad en vertoont dan nerven, die voor
doorleefd leer ook zo karakteristiek zijn.
Snoeien
Een lederboom heeft geen begeleidende vormsnoei nodig. De snoeischaar kan in
de kast blijven liggen. Wie een lederboom als struik koopt, kan een scheut
opleiden tot stam/hoofdspil. In dat geval worden alle overige scheuten
verwijderd. Deze hoofdspil moet worden aangebonden aan een stevige stok
of paal om steun te geven en een rechte stam te vormen. Scheuten van de
lederboom zijn in jonge toestand nogal slap. De zijscheuten van de spil
worden ongemoeid gelaten. In principe verdraagt een lederboom sterke snoei.
Als er al gesnoeid moet worden, is de periode einde winter - begin voorjaar
daarvoor het aangewezen tijdstip.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|