 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Morus, moerbei |
|
|
|
De moerbei is al sinds de oudheid in cultuur. Het beste kennen we de boom
als gastheer van de zijderups. Minder bekend zijn de heerlijk sappige vruchten.
't Is wel oppassen geblazen met die vruchten; vlekken zijn bijna niet te verwijderen.
De moerbei is op oudere leeftijd een heel karakteristieke boom met een mooie,
knoestige stam.
 |
Morus nigra in dak- of parasolvorm geleid (Amstelpark - Amsterdam) |
In de Gouden Eeuw werden moerbeibomen geplant op buitenplaatsen en bij voorname
boerderijen. 't Wordt tijd dat deze fraaie boom meer in de belangstelling komt.
De moerbei is als struik, half- of hoogstam en als leiboom te gebruiken. In feite zou je de
boom moeten rangschikken onder de fruitbomen. Als sierboom vind je de moerbei zelden in een
tuin. Maar met behulp van een hoepelframe is de boom ook goed in toom te houden in een
middelgrote tuin. Wie een zonnige muur wil bedekken en heerlijk fruit wil oogsten, kan
beter z'n toevlucht nemen tot een lei- of struikvorm.
Soorten
Van de moerbei is een aantal soorten in cultuur: Morus alba (witte moerbei),
Morus nigra (zwarte moerbei), Morus rubra (ruwbladige moerbei) en hybriden
(Morus hybr.). Morus alba 'Macrophylla' en Morus alba 'Pendula' worden
met name voor de sier gehouden. Het opvallendste verschil tussen de witte en zwarte moerbei is
dat van de witte moerbei de twijgen grijsgroen en behaard zijn, de twijgen van de zwarte
moerbei zijn geelgroen en onbehaard. De moerbei loopt laat uit en ook de bloei is laat.
Dat is een groot voordeel. De bloemen lijden niet van een late nachtvorst, zodat vruchtzetting
goed is gewaarborgd.
Vrucht
De moerbei bloeit eind mei. De boom is zelf fertiel.
 |
Vruchten van de moerbei zijn buitengewoon smakelijk |
Er zitten zowel mannelijke als vrouwelijke
bloemen aan de boom (eenhuizig). De manlijke bloem lijkt op de bloeivorm van een hazelaar
(katje): ze zijn alleenstaand. De vrouwelijke bloemen staan steeds bij elkaar en groeien na
bevruchting uit tot een vlezige, op bramen lijkende vruchten.
Wie de moerbei om z'n vruchten wil houden, doet er goed aan de boom in het gazon te planten.
Rijpe vruchten zijn kwetsbaar. Ze spatten uiteen als ze op verharding vallen en laten
onuitwisbare vlekken achter. Moerbeivruchten zijn niet in één keer rijp. Vanaf
half augustus tot ver in september rijpen de vruchten. Er moet in die periode dus geregeld
worden geplukt. Bescherm de met vruchten overladen boom tegen vogelvraat. Voor je het weet,
hebben spreeuwen en lijsters de boom leeggehaald. In de periode dat de vruchten rijpen, is
veel regen funest. De vruchten rotten snel. Pluk ze als ze paarsrood zijn. Vruchten kunnen
als dessert worden gegeten of tot jam worden verwerkt.
Boom-, struik- en leivormen
Meestal wordt de moerbei als half- of hoogstam aangeboden. De harttak
wordt in dat geval niet gesnoeid. Die moet als hoofdspil (stam) dienstdoen.
De scheuten die op de stam groeien worden in de winter genepen:
snoei ze terug tot op zes bladeren. Alle kortere dan zes bladeren tellende
zijscheuten worden gehandhaafd. De stam zal zich hierdoor verdikken.
Scheuten in de kroon worden teruggeknipt tot op zes bladeren. In het
voorjaar vertakken (vergaffelen) de scheuten zich met vier nieuwe uitlopers.
Het jaar daarop wordt de vergaffeling teruggezet op zes bladeren, het jaar
daarop dezelfde snoeiwijze toepassen etc., etc. Is de stam eenmaal op de
gewenste hoogte, dan kunnen alle onder de kroon aanwezige zijscheuten
(saptrekkers) glad op de stam worden afgesnoeid.
Als struikvorm: koop een eenjarige moerbei. De eenjarige scheut wordt teruggesnoeid tot
op zes bladeren. Uit de scheut groeien vier nieuwe zijscheuten. De vier zijscheuten worden pas
in de vroege winter op hun beurt gesnoeid tot op zes bladeren. Na uitlopen heeft de struik
circa acht scheuten op de hoofscheut staan. Deze scheuten worden ieder jaar weer teruggesnoeid,
waarbij een maximumlengte van zestig centimeter nieuw schot wordt aangehouden. De struik moet
hierna op de gewenste hoogte (lengte) worden gehouden.
Voor een leivorm is de werkwijze en het snoeien niet anders dan voor een struik. Met dien
verstande, dat er vier scheuten aan de (basis)stam worden aangehouden. Deze vier scheuten worden
waaiervormig uitgebonden (vastbinden). Laat de scheuten op een hoogte van circa één
meter vergaffelen.
 |
| Bladeren van de moerbei hebben een markante vorm |
Als leiboom vormen we eerst een stam van voldoende hoogte (= > twee meter). Is
de boom eenmaal op hoogte, dan worden de zijscheuten in de kroon waaiervormig, liggend
uitgespreid en aangebonden aan bijvoorbeeld een hoepelvormige constructie, die zelfstandig
kan staan. De zijscheuten worden ingesnoeid op één meter lengte vanaf de spil.
Een eventuele harttak wordt consequent weggesnoeid. (Voor verdere onderhoudssnoei:
half- en hoogstam.)
Planten en onderhouden
Een moerbei groeit het beste op een vruchtbare, lichte zandgrond. De moerbei is kalkminnend.
Een regelmatige bemesting met stalmest voldoet het beste om de kalk- en organische voorraad
aan te vullen en op peil te houden. Oudere bomen worden om het jaat bemest. Een moerbei plant
je in het najaar op een plaats die veel zon krijgt. Een moerbei, in welke vorm geleid dan ook,
wordt tussen de zes en acht meter hoog. Bevestig de moerbei op stam de eerste jaren aan een
boompaal of als het een boom in leivorm moet worden, aan de stellage. Wortels van de boom
zijn heel kwetsbaar; snoei er niet aan. Maak een ruim plantgat en vul dit op de bodem eerst
met verteerd organisch materiaal (bladaarde, oude verteerde stalmest). Dek de wortels toe
met verteerd, organisch materiaal.
In de jeugdfase is de groei van de moerbei sterk. Op oudere leeftijd neemt deze meer en meer
af. Om de groei er wel in te houden worden alle nieuwe scheuten in de winter getopt: de
uiterste groeipunt wordt afgesnoeid. Aan de blijvende scheut worden in het voorjaar kortloten
gevormd, waaraan bloei en vruchtzetting komen. De kortloten temperen sterke groei en voorkomen
dat er weinig bloem- en vruchtzetting zal zijn. Vruchten groeien aan de moerbei nu eenmaal
aan eenjarig lot. Op tweejarig lot is de vruchtzetting beduidend minder. Driejarig lot blijft
zelfs kaal; er komt geen bloem en vrucht meer aan. Het is dus zaak door te snoeien
zoveel mogelijk eenjarig lot aan de moerbei te krijgen.
Snoei een moerbei uitsluitend vanaf het begin tot midden winter. De bomen verkeren dan in
rust. Later snoeien betekent bloeden van de boom. Oudere bomen bloeden vaak ook nog in de
rustperiode als er wordt gesnoeid. Het enige wat er dan op zit, is de wonden dicht te
branden met een gloeiend stuk metaal.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|