 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Cryptomeria, Japanse ceder |
|
|
|
In de bossen van Japan groeien enorm hoge Japanse ceders,
vooral geteeld om het goede hout dat de boom voortbrengt.
Cultuurvormen van de Japanse ceder, zoals die in ons land te koop
zijn, bereiken bij lange na niet een grote hoogte.
 |
| Japanse ceder (Cryptomeria japonica) |
Bij uitzondering kun je in een botanische tuin wel eens op een
groot exemplaar stuiten. Een Japanse ceder is een uitstekend
alternatief voor wie een groenblijvende haag met coniferen
wenst. Wie een bijzondere groenblijvende solitair zoekt, kiest
een dwerg- of kleinblijvende vorm.
Cryptomeria japonica, Japanse ceder, groeit ook in China.
Het loof van deze variëteit (Cryptomeria japonica
var. chinensis) is minder dik dan van de Japanse soort. Tot het
geslacht Cryptomeria wordt maar één soort
gerekend: japonica. De Japanse ceder is eenhuizig; manlijke en
vrouwelijke bloeiwijzen staan op een en dezelfde boom. In het
voorjaar laten de manlijke bloeiwijzen wolken met stuifmeel los.
 |
| Het loof heeft sikkelvormige naalden |
De vrouwelijke zaadkegels zijn eirond en maar twee tot drie centimeter in omvang.
De orginele Japanse ceder heeft een kegelvormige groeiwijze.
De stamdoorsnede kan tot meer dan een meter worden. De
bruinrode bast is sterk in de lengterichting gegroefd. De naalden
zijn sikkelvormig (op de nagels van een kat lijkend),
een halve tot één centimeter lang. De naalden
staan spiraalsgewijze in vijf spiralen rondom de twijgen
gerangschikt. De twijgen zijn dan ook dicht bezet met deze
mooie naaldvorm. Een Japanse ceder heeft een mooie vorm en groeit
heel uniform, hetgeen hem geschikt maakt om als haag te
gebruiken, een laan mee te beplanten of als solitaire boom te
planten. Voor de tuin zijn er vele, meestal laagblijvende
variëteiten.
| Variëteit |
Hoogte |
Bijzonderheden |
| 'Araucarioides' |
ca 3 m |
Jeugdvorm. Met rattenstaartachtige twijgen. Opvallende struik. |
| 'Compacta' |
ca 10 m |
Sterk groeiend, opgaande vorm. Zeer winterhard. |
| 'Cristata' |
ca 6 m |
Sterk groeiend, opgaande vorm. Met hanenkamvormig vergroeide twijgen. |
| 'Dacrydioides' |
ca 10 m |
Losgroeiend met weinig takken. Twijgen afhangend. |
| 'Elegans' |
ca 10 m |
Jeugdvorm. Met lange, zachte naalden. Breed uitgroeiend. In de winter naalden matbrons. |
| 'Globosa Nana' |
ca 3 m |
De populairste variëteit. Bol-, kegelvormig groeiend. Draadvormige twijgen. |
| 'Jindai' |
ca 2 m |
Dwergvorm. Groeit breed kegelvormig. Donkergroene naalden. |
| 'Jindai-Sugi' |
ca 3 m |
Langzaam groeiend. Afgeplatte top. Naalden vervormd. Goed winterhard. |
| 'Vilmoriniana' |
ca 0.30 m |
Geschikt voor rotstuin. Bolvormige groeiwijze. Zeer winterhard. |
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|