 |
|
|
|
Zoeken
|
Broussonetia papyrifera, papiermoerbei |
|
|
|
Dat papier gemaakt wordt van onder andere hout, is geen nieuws. Ook in landen buiten
Europa worden houtsoorten daarvoor gebruikt.
Van de papiermoerbei werd van oudsher in Japan papier gemaakt. In Polynesië
worden van de vezels, die onder de schors liggen, weefsels gemaakt, die bekend
staan als tapa.
 |
Broussonetia papyrifera heeft een ijle, open kroon |
De papiermoerbei is een aardige, kleinblijvende boom. Je moet hem wel een beschutte plaats geven.
De papiermoerbei, Broussonetia papyrifera, voelt zich meer thuis in gebieden met een
gematigd klimaat. Bij ons kan in de winter een schrale wind er wel eens voor zorgen, dat
de boom gedeeltelijk invriest. Daarom is een tegen wind beschutte plaats nodig. Verder
is een vochthoudende grond een vereiste. De papiermoerbei is niet kieskeurig wat grondsoort
betreft. Op vrijwel alle gronden groeit de boom, maar hij prefereert het liefst kalkrijke grond.
De papiermoerbei behoort tot de familie van Moraceae (moerbeiachtigen). Een familie, waartoe
ook de echte moerbei behoort. Van oorsprong komt
de papiermoerbei uit China en Japan en is in 1751 via Engeland in Europa verbreid.
Een papiermoerbei wordt bij ons zes tot vijftien meter hoog en krijgt een breed ovale, open
kroon. De takken zijn in jonge toestand licht viltig behaard, later zijn ze kaal. De bladen
zijn grijsgroen, ongelobd tot vijflobbig en acht tot twintig centimeter lang. Het blad
is eirond en toegespitst en soms diep ingesneden, zoals bij jonge bomen of gesnoeide
exemplaren voorkomt. Vooral de onderkant is zacht behaard.
De papiermoerbei bloeit in mei - juni met onopvallende, kogelvormige bloemen. De boom is
tweehuizig. De kogelvormige vrucht is een schijnvrucht.
De vrucht is rondom de vruchtwand omgeven met bruinrode pluizen. De vruchten zijn niet eetbaar.
 |
|
 |
|
 |
| Een papiermoerbei bloeit al op jonge leeftijd met bruinrode, pluizige bloemen
te midden van de grijsgroen behaarde bladen |
Snoeien
Snoeien van de papiermoerbei is alleen van belang in de jonge fase van de boom. Als er al moet
worden gesnoeid, moet dit beslist in de periode gebeuren wanneer de boom volledig in rust is.
Deze periode ligt globaal tussen halverwege de herfst tot aan het begin van de winter.
Snoeien buiten deze periode veroorzaakt bloeden van de boom met kans op afsterven.
De boom moet geleid worden als kroon op een stam. Een (kale) stamhoogte van anderhalve meter
moet worden nagestreefd. Verwijder enkele zijscheuten gedurende de hoogtegroei van de stam,
maar laat de harttak ongemoeid. Als de stam op hoogte is, wordt er niet meer gesnoeid. Wanneer
de boom naar uw menig hoog genoeg is, kan de harttak worden verwijderd. Maar nodig is dit niet.
Andere variëteit
Van Broussonetia papyrifera bestaat een variëteit 'Laciniata'. Deze groeit
langzamer dan de soort en heeft een meer afgeplatte, bolvormige kroon. Door enten is de stam
meestal laag. Hoger dan twee tot vier meter wordt de boom dan meestal niet. De bladen van
deze boom zijn heel sierlijk en zeer diep ingesneden. Verlangt een zonrijke plaats en absolute
beschutting tegen wind.
Schijnvrucht
Aan de vorming van een schijnvrucht hebben behalve het vruchtbeginsel ook andere delen, zoals
de bloembodem, meegewerkt. Het is een op een vrucht gelijkend orgaan. Bij een appel bijvoorbeeld
is het klokhuis de eigenlijke vrucht en het omhulsel, dat we opeten, de vlezig geworden bloembodem.
Ook steenvruchten zijn schijnvruchten. |
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|