Aangepast zoeken
Perzische slaapboom, Albizia julibrissin



 

  Eigenlijk is er geen boom, die zo uitblinkt door zijn wonderschone bloemen als Albizia. In ons land is deze boom nog maar zelden te zien. Het is een boom voor een beschutte en warme plaats. Nu (2003) het klimaat aan het opwarmen is en de zomers warmer zijn dan ooit tevoren,
kan Albizia een plaats veroveren in de tuin van elke liefhebber, die wel in is voor een experiment.

Albizia behoort tot de familie van de Fabaceae, subfamilie Mimosaceae, waartoe onder andere ook acacia en mimosa behoren. Een Nederlandse naam voor de boom is Perzische slaapboom of Konstantinopel acacia. Het verspreidingsgebied van deze kleine boom of grote struik reikt van China tot in de uithoeken van het Verre Oosten. In landen langs de Middellandse Zee is de boom als sierboom aan te treffen. In Californië is de boom op grote schaal aangeplant in tuinen en langs straten.

Albizia is in ons land zeker nog niet op grote schaal te koop.
Albizia julibrissin in volle bloei
De bloem van Albizia lijkt op een fraai poederkwastje
Er wordt nog geëxperimenteerd met de winterhardheid van de boom. De resultaten zien er veelbelovend uit. Er zijn klonen, die ons klimaat redelijk goed trotseren. Als alles goed gaat, is Albizia zeker een grote aanwinst voor het sortiment bloeiende bomen.

Bloem en peul
In ons land bloeit Albizia in de periode juli - augustus. De bloem valt op door de grote, ronde bundels met lange meeldraden, die aanmerkelijk langer zijn dan de kroonbladen. Na de bloei verschijnen lange, afgeplatte peulen met daarin de zaden. In de peul zitten meestal zes zaden. Alleen in een warme kas kan zaad van Albizia ontkiemen.

Blad en boom
Albizia is omstreeks 1745 voor het eerst in Engeland geïmporteerd. De boom is door de Italiaan Durazzini beschreven. De boom heeft dubbelgeveerde, sikkelvormige bladen. De bladen staan in jukken van tien tot vijftien stuks aan een steel. Alleen al door de buitengewoon fraaie stand van de weelderige bladen langs de steel zou je Albizia willen hebben. In ons klimaat verliest de boom in het najaar zijn blad. De boom wordt zes tot acht meter hoog of wordt een flinke struik. De kroonvorm is afgeplat bolvormig. Plant de boom in een goed heumeuze grond, die vocht redelijk goed kan vasthouden. Naast de gewone soort Albizia julibrissin is er de variëteit Albizia julibrissin var. rosea.
De bloem van de tropische Albizia lophanta is groenachtig wit
Die bloeit met een iets lichtere bloemkleur dan de soort. Albizia iophanta is een soort voor in een tropische kas.

Snoeien
In warme zomers rijpen de jonge scheuten goed, zodat ze beter bestand zijn tegen vrieskou. In warme zomers bloeit Albizia ook aanmerkelijk beter dan in natte, koele zomers. Snoei zo weinig mogelijk. Verwijder alleen bevroren of dode takken/scheuten. Om een kroon op stam te krijgen worden in het verloop van de groei takken op de stam verwijderd. Als er eenmaal voldoende ruimte onder de kroon is om er onderdoor te lopen, wordt er verder niet meer gesnoeid. Snoeien mag alleen in het voorjaar gebeuren, bij het begin van het uitlopen van scheuten en bladen. Als de boom te breed wordt, kunnen scheuten van het voorgaande jaar beperkt worden ingekort.

Klonen:
Een kloon is de gehele nakomelingschap van één plant; de moederplant. Door middel van stekken, enten of oculeren ontstaan identieke nakomelingen met overeenkomstige kenmerken.



 

Artikelen en illustraties
in NEÊRLANDs Tuin
zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag daarom geheel, gedeeltelijk
of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming.