 |
|
|
|
Aangepast zoeken
|
Ailanthus altissima, hemelboom |
|
|
|
'Tot in de hemel reiken' en 'the sky is the limit', zou dit op de hemelboom kunnen slaan?
Als dat zo is, dan is de hemel niet zo ver af. Een hemelboom wordt niet zo hoog, maar wel
heel breed. Bomen groeien niet tot in de hemel.
 |
| Ailanthus altissima heeft echt ruimte nodig om
uit te groeien en domineert dan de ruimte |
Een hemelboom is een prachtige, solitaire
boom voor een fiks grote tuin. In een park is het echt een boom, waaronder
je met snikheet weer verkoeling zoekt. De lange stengels met geveerde bladen zijn
karakteristiek voor de hemelboom.
De hemelboom (Ailanthus altissima) behoort tot de familie van de hemelboomachtigen
(Simaroubaceae), een onderfamilie van de Rutiflorae. Altissima betekent zeer
hoog of de hoogste. De beschrijver van de boom, de Engelsman Ph. Miller (1691 - 1771),
is zeker zo verbijsterd geweest bij het aanschouwen van deze boom, dat hij buiten alles
wat hij eerder had gezien de hemelboom toch wel de allergrootste vond. Om u uit de droom
te helpen: de boom wordt niet hoger dan twintig meter. In Nederland hebben we bomen, die
deze hoogte ver te boven gaan. De hemelboom komt uit China en is omstreeks 1750 in
Frankrijk voor het eerst ingevoerd. Vandaaruit is de boom over Europa verspreid en
komt zelfs verwilderd voor.
Een hemelboom heeft op oude leeftijd grillige takken in de kroon.
 |
| De hemelboom heeft een omvangrijke kroon |
De kroon is koepelvormig en kan een omvang van dertig meter bereiken. De stam is glad
en grijs. Van de hemelboom zijn er manlijke en vrouwelijke bomen. De boom is dus tweehuizig.
De vrouwelijke bomen dragen in juni - juli oranjekleurige pluimen, die in de nazomer
tot rossigbruine, gevleugelde vruchten uitgroeien. Zowel de manlijke als de vrouwelijke
bloemen zijn weinig opvallend en staan meestal aan de hoogste scheuten van de boom.
Een hemelboom komt laat in het blad. Half of eind mei is geen zeldzaamheid.
De stengels zijn zacht behaard en hebben van binnen oranje merg. Bladen staan
symmetrisch langs de stengel en zijn zestig tot honderd centimeter lang.
Aan de stengel zitten dertien tot vijfentwintig bladen. Bij kneuzing van de
bladen verspreidt zich een onaangename geur.
 |
| De geveerde bladeren zijn vaak tot een meter lang |
De geur is het sterkste als een
van de twee grote en goed zichtbare klieren aan de bladvoet worden gekneusd.
Een hemelboom is geschikt als solitair op een groot gazon. In verharding vormt
de boom veel wortelopslag. Ook zaait de boom zich gemakkelijk spontaan uit.
De boom is buitengewoon goed bestand tegen luchtvervuiling. Een hemelboom houdt
ervan om z'n hoofd in de zon te hebben en de voet in de halfschaduw.
Plant een hemelboom in een voedselrijke grond in een ruim plantgat (2 x 2 x 1 meter).
Zaden kunnen in de herfst worden gezaaid en in de winter kan wortelstek worden
genomen of kunnen de uitlopers worden verzelfstandigd.
Snoeien
De hemelboom verdraagt snoeien goed. Een sterke, jaarlijkse of tweejaarlijkse snoei
zorgt ervoor, dat alle voedingssappen worden geïnvesteerd in stengels en bladen.
De bladen worden er extra lang door en stengels van twee of meer meters lang
zijn dan geen zeldzaamheid. Hoewel het misschien aantrekkelijk lijkt om
gigastengels en -bladen te krijgen, kan een hemelboom beter met rust worden gelaten.
De karakteristieke verschijningsvorm wordt er alleen maar beter door.
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|