|
|
|
De mooiste planten, die het echter net niet in uw tuin doen...
Als je als tuinliefhebber boeken en tijdschriften openslaat, dan ben je niet
zelden aan de goden overgeleverd. Altijd weer die prachtige plaatjes -
inclusief alle mogelijke kunstgrepen - in combinatie met wollig geschreven
artikelen.
Ik weet er alles van, want ik bezondig mij als publicist hier ook regelmatig
aan. En altijd weer vragen de lezers, die een poging doen om al dat fraais uit
tijdschriften en boeken zelf te realiseren, zich vertwijfeld af: waarom lukt
 |
| Abutilon vitifolium is een snelle groeier, die aan het begin van de zomer bloeit |
het mij niet? Wat doe ik fout? Waarom kan ik die plant niet in leven
houden?
Dikwijls, te vaak eigenlijk, overschaduwen de teleurstellingen de
positievere resultaten. Daarom is het heel verstandig ook eens inhoudelijk
op bepaalde zaken in de tuin in te gaan. Het tuinleven houdt tenslotte niet
op bij alleen maar aantrekkelijke foto's. Juiste informatie over de
mogelijkheden, expliciet in Nederland, kan veel teleurstellingen voorkomen.
Triomf en teleurstelling
Hieronder een poging om een van de mogelijke oorzaken van het uitblijven
van succes te ontrafelen. Zie het ook als een poging om eerlijk te zijn. Het
gegeven, dat veel planten het in uw tuin niet redden, kan te maken hebben
met een complex van factoren. Een van die factoren kan een foute
interpretatie van het begrip winterhardheid zijn. Veel boeken en
tijdschriften zijn immers vertalingen en bewerkingen van artikelen,
bestemd voor de Engelse tuinliefhebber. Dat wil dus zeggen, dat ze al
eerder in Engeland zijn gepubliceerd. Tuinieren in Engeland is echter een
zaak, die terdege van Nederland en België verschilt. Niet alleen een
andere mentaliteit, maar ook een andere grondsoort en - vooral - een sterk
afwijkend klimaat. De Warme Golfstroom koestert een groot gedeelte van
dit eiland met alle gevolgen voor de te houden beplanting.
Subtropische beplanting in Schotland tot en met echte, tropische beplanting
in Cornwall: hier is veel mogelijk. De gemiddelde vertaler houdt echter
nauwelijks rekening met de verschillende klimaten van Engeland en
bijvoorbeeld Nederland. Een vertaler beheerst meestal de Engelse taal
dermate goed, dat er in de vertalingen geen storende fouten sluipen. Dat
betekent, dat ook de graden, in Engeland dikwijls gemeten in Fahrenheit,
keurig worden omgerekend in de ons meer bekende Celsiusaanduidingen,
maar daar houdt het dan bij op. Toch is er ook dan nog een flink verschil
tussen de Engelse en de Nederlandse 15 °Celsius. Het is het grote
verschil tussen een eilandklimaat inclusief de Warme Golfstroom en een
overgangsklimaat naar een veel kouder landklimaat, zoals dit in grote delen
van Nederland heerst. De vertaler, die meestal niet geschoold is in het
groene vak, zal dit echter een zorg zijn: zijn of haar werk zit erop met het
afleveren van een foutloze, goed leesbare vertaling.
 |
|
 |
Phygelius rectus 'Devil's Tears'
Phygelius-soorten zijn halfwinterhard en kunnen daarom het beste als kuipplant worden gebruikt |
Phygelius capensis 'Yellow Trum'
Phygelius in de volle grond: tijdens strenge vorst kan de bovengrondse groei afsterven om in het
voorjaar meestal weer terug te komen |
Toch weet de tuineigenaar, gewapend met een uit het Engels vertaalde
plantenencyclopedie, altijd weer moeiteloos die planten als gewenst aan te
wijzen, die uiteindelijk in Nederland gewoon niet winterhard blijken te zijn.
De beschrijving in zo'n gemiddelde plantenencyclopedie geeft een
winterhardheid aan van minstens -10 °Celsius. Dit blijkt echter niet de
Nederlandse realiteit. Stelt u zich voor: een stenige, droge grond in
Engeland in vergelijking met een zompige, venige grond met een uiterst
hoge grondwaterstand in Nederland. Een vaste plant als Euphorbia
houdt bijvoorbeeld van een droge, zonnige standplaats. Fijn grind rond de
wortelhals wordt zeer op prijs gesteld. Nu planten we een dergelijke plant
aan op een wat vochtigere standplaats. In de zomer zijn er weinig
problemen, de plant groeit voorspoedig dankzij het overvloedige water
inclusief alle groeistoffen. Nederlandse winters zijn echter dikwijls
uitermate nat.
Dit kan voor veel planten fataal zijn, zeker in combinatie met enkele
vorstperioden en een hoge grondwaterstand. Zelfs planten als
Lavendel hebben het dikwijls met dergelijke omstandigheden te kwaad
en gaan zienderogen achteruit. Dus deze halfheesters kunnen op vochtige
gronden met een hoge grondwaterstand dan ook beter niet worden
aangeplant.
Conclusie: het is bij het planten dus verstandig altijd goed de aanwezige
groeiomstandigheden te vergelijken met die omstandigheden, die de aan te
planten nieuweling prefereert. Om eindelijk eens de bekende
teleurstellingen te voorkomen.
Verkennen van grenzen
Het ligt echter in de aard van vele tuinliefhebbers om altijd de uitersten
van de mogelijkheden te verkennen. De meest exotische verschijningen, de
meest bijzondere planten, ja, die willen we hebben. Denk echter niet, dat
dit verschijnsel zich tot Nederland beperkt. Dit geldt gewoon voor alle
liefhebbers. Zo onderzoekt men in Ierland, een land gezegend met een
uitermate mild klimaat, welke roodbloeiende Eucalyptus het
winterhardst is. Witbloeiende Eucalyptus-bomen doen het prima, maar
juist die roodbloeiende wil men daar hebben. Die hebben echter beduidend
meer moeite om de vorst van enkele graden, die een enkele keer Ierland
treft, te overleven. Het is daarom overal hetzelfde: tropische planten,
zoals Protea (het Zuid-Afrikaanse suykerbossie) worden in Tresco
Abbey (Cornwall) succesvol gehouden, maar een enkele gure voorjaarswind
die de temperatuur in één klap met 10 °C laat zakken,
 |
| Clematis armandii 'Appleblossom' |
kan hier forse schade aanrichten. Daar recht men echter daarna weer de
rug, plukt wat speciaal hiervoor gereserveerd reservemateriaal uit de kas
en begint weer opnieuw.
Wat is winterhardheid?
Hieronder wordt de weerbaarheid van beplanting tegen vorst verstaan. Elke
plant beschikt in meer of mindere mate over de mogelijkheid de vorst het
hoofd te bieden. Sommige beschikken over veel antistoffen om zich tegen
vorst te wapenen, andere nauwelijks. Dit is geheel afhankelijk van de
afkomst van de betreffende plant. Komt die uit een tropisch land - lees: een
sterk afwijkende klimaatzone - dan zijn deze antistoffen in vele gevallen
vrijwel afwezig en bevriezen de plantencellen al bij een enkele graad vorst.
Is deze plant van nature al uitgerust met meer mogelijkheden om de vorst
het hoofd te bieden, dan is de kans op overleven veel groter. Planten, die uit
andere klimaatzones afkomstig zijn, kunnen hier trouwens zeer afwijkend
reageren. Zo bloeit Hamamelis mollis in West-Europa in januari.
Diezelfde Hamamelis, afkomstig uit Japan, laat daar echter nooit zijn
bloemen zien, voordat het echt lente is. Zelfs een plant die uitermate
winterhard is in Canada met z'n strenge winters, hoeft daarentegen weer
niet tegen onze West-Europese winters bestand te zijn.
Winterhardheid in Nederland
Zelfs of juist in ons kleine land zijn extreme verschillen in temperatuur en
klimaat te meten. Is er in Zeeland bijna sprake van een eilandklimaat, het
noorden kent net als het oosten geheel andere groeiomstandigheden. We
zouden in deze gedeelten van Nederland beter kunnen spreken van een
overgang naar een landklimaat. Tuinliefhebbers in het oosten van Nederland
zijn soms terecht jaloers op degenen, die in het westen en zuiden
wonen.
Dit is te danken aan de klimaatverschillen, die zelfs in zo'n klein land als
het onze kunnen optreden: verschillen, die bijna niemand voor mogelijk
houdt. Om in extremen te denken: in Terschelling kan er nog ijs op het
strand liggen, terwijl in het zuidwesten het merendeel van de bomen al in
blad staat. Kenners menen dan ook, dat er op de noordelijkste
Waddeneilanden eerder een arctisch klimaat heerst, vergelijkbaar met dat
van Noorwegen, Zweden en Finland. Toch is ook daar weer het nodige
mogelijk. Zo zag ik ooit op het kerkhof van het Terschellinger dorpje
Midsland op een graf Phygelius capensis (Kaapse fuchsia, afkomstig uit
Zuid-Afrika) rijkelijk bloeien. Natuurlijk vermoedde ik, dat het om een
eenmalige zomeraanplant ging, die bij de eerste de beste winter onder de
daar heersende, gure omstandigheden zou bezwijken. Toch kwam deze
vaste plant echter elk jaar trouw weer op: zeker zes jaar verscheen hij op
hetzelfde graf. Toen ik dit eindelijk op de foto wilde vastleggen, bleek het
graf net geopend. Nu maar hopen, dat de plant na de teraardebestelling
weer is teruggezet...
Onzichtbare grens
Omdat ik tuinontwerpen en beplantingsplannen
door heel Nederland en ook daarbuiten maak, kan ik wel op enige ervaring bogen
met uiterst grote verschillen per locatie. Ik heb dan ook wel eens de indruk,
 |
|
Cytisus battandieri is niet geheel winterhard, verlangt daarom
beschutting tegen kou en uitdrogende wind |
dat er een soort onzichtbare grens door Nederland loopt. Die bevindt zich voor
mij ter hoogte van Utrecht (stad). De beplanting daarboven kan veel minder vorst
verdragen dan een in een tuin onder die grens. Natuurlijk moet u deze grens
niet al te letterlijk nemen: het is slechts mijn ervaring. Elke situatie is
immers weer verschillend en niet vergelijkbaar met welke andere dan
ook.
Onbekend maakt onbemind
Vooral in het noorden en oosten van Nederland moet er dus terdege meer
rekening worden gehouden met het klimaat. Oude rozen moeten daar voor
het invallen van de winter worden aangeaard en ook de veredeling van de
stamrozen moet worden beschermd, zaken die in het westen nauwelijks
nodig zijn. Bomen als Morus en Gleditsia hebben het daar in het
open veld moeilijk en kunnen veel beter op een beschutte standplaats
worden aangeplant. Wat in het westen kan - Cytisus battenderi,
Tracheliospermum jasminoides, Fremontodendron californicum, Jasminum
officinale en Clematis armandii staan al vele jaren gewoon buiten in
mijn tuin in het zuidwesten (zij worden in de winter niet afgedekt, noch op
enige andere wijze tegen vorst beschermd)- behoort in het oosten en noorden van
Nederland tot een onmogelijkheid. Daar staat tegenover, dat we ons soms
goed kunnen vergissen in de winterhardheid van een plant.
Nog niet zolang geleden was het ondenkbaar, dat Viburnum tinus en
Photinia fraseri 'Red Robin'het in de Nederlandse winters zouden
kunnen uithouden. Nu (2005) trotseerden ze moeiteloos de laatste zes,
zeven winters. Ook hoorde ik van een kweker, dat hij een uitgebreid
sortiment Cistus - voor mij
 |
Photinia x fraseri 'Red Robin' past mooi in een heesterborder of plant hem als solitair |
 |
| Photinia x fraseri 'Red Robin' heeft in de zomer trosjes kleine, witte bloemen |
toch ook zeer mediterrane planten - buiten, nota bene in potten opkweekt. Huiverig
zijn we ook van planten, die we in Nederland niet kennen. Cornabutilon vitifolium
bijvoorbeeld, een soort Abutilon, die in een beschutte stadstuin op een zonnige
plaats de Hollandse winter moeiteloos trotseert en in de voorzomer uitbundig bloeit.
Net als alle Malvacea en bijvoorbeeld ook Lavatera leeft deze
plant maar kort. Na enkele jaren moet je hem daarom weer uitzaaien of
stekken, zodat deze snelgroeier weer kan worden vervangen door een jong
en vitaal exemplaar. Cornabutilon groeit binnen twee
groeiseizoenen rustig uit tot een polsdikke boom. Toch zal een echt strenge
winter - een Elfstedentochtwinter - de nodige slachtoffers opleveren. Dat
risico moet dan maar door de liefhebbers worden ingecalculeerd.
Conclusie
Winterhardheid is dus een zeer rekbaar begrip. We moeten dit aspect
daarom op een juiste wijze inschatten. Dat kan voor een ieder verschillend
zijn en iafhankelijk, waar een tuin zich in Nederland bevindt. Lees de fraai
uitgevoerde tuinboeken kritisch en houd terdege rekening met het gegeven,
dat dit dikwijls een letterlijke vertaling uit het Engels betreft. Het slagen
van een aanplant heeft echter ook te maken met de voor de plant
uitgekozen plaats. Als die niet geschikt is, zal de plant het snel opgeven.
Deze uitval hoeft dus niet alttijd alleen maar aan de winterhardheid te
liggen, maar is vaak het eindresultaat van meer
factoren, waar de winterhardheid er
één van is.
Planten die meer winterhard zijn dan tot nu (2005) gedacht:
Photinia fraseri: wintergroen, met witte bloemen en rood, nieuw
blad
Viburnum tinus: inmiddels bekende verschijning met winterse bundels,
witte bloemen, die uit rode knoppen komen
Jasminum officinale: de echte jasmijn, een enkel bloemetje aan deze
klimplant en de hele tuin ruikt ernaar
Cytisus battenderi: ananasbrem, lijkt op ananas, ruikt naar ananas en
heeft trouwens schitterend zilvergrijs blad
Magnolia grandiflora: wintergroen en met crèmewitte, zoet
ruikende bloemen in de zomer
Butea, de meest winterharde palm
Cornabutilon vitifolium: neefje van de bekende kamerplant
Abutilon
Cistus: een geslacht van rijkbloeiende planten
Clematis armandii: groenblijvende, in het vroege voorjaar witbloeiende
Clematis, de bloemen geuren sterk
|
|
|