|
|
|
Aan dit zeer belangrijke aspect van een beplantingsplan wordt dikwijls
veel te weinig aandacht geschonken. Toch gebeurt het maar al te vaak,
dat planten in de tuin binnen een seizoen na aanplant al zijn verdwenen,
louter omdat ze gewoon op de verkeerde plaats zijn aangeplant.
Het slagen van een tuin hangt samen met een zorgvuldig uitgekozen
beplanting. Hierbij komen zowel beperkingen als mogelijkheden om de
hoek kijken. Uw afweging kan bepalend zijn voor het succes van de
uitgekozen planten. Maar hoe weet u waar u allemaal op moet letten?
Hieronder volgen enkele zaken, die normaliter niet of nauwelijks worden
aangekaart, maar waarmee u wel terdege rekening moet houden.
Winterhardheid
Allereerst is het belangrijk waar uw tuin zich bevindt. Is dat in het oosten
van Nederland, waar eerder een sprake is van een overgang naar een
landklimaat, of is dat in het westen, waar de tuinliefhebber nog profiteert
van de invloed van de Warme Golfstroom? Verschillen, die in ons kleine
land zelfs zeer groot kunnen zijn. Winterhardheid
is een van de factoren, die bepalend zijn voor het succes van uw aanplant.
Standplaats
Los van het gegeven, waar uw tuin zich in Nederland bevindt, kunt u ook
 |
| Plant Actinidia sinensis het liefst tegen een muur op het westen |
rekening houden met het kiezen van de juiste standplaats in uw tuin zelf.
Muren worden bijvoorbeeld vaak gebruikt om de aan te planten exoot
een beschutte standplaats te geven. Daarbij denkt iedereen aan een muur
op het zuiden, omdat dit nu eenmaal de warmste plek is. Toch verdient
een westmuur de voorkeur. Een plant neergezet tegen een muur op het
zuiden, ontvangt inderdaad de meeste, maar ook de eerste zonnewarmte.
Dat betekent, dat een vroege voorjaarszon een plant kan aanzetten tot
uitlopen, terwijl dat voor een plant bij latere nachtvorsten desastreus kan
zijn met afsterven tot gevolg. Dit proces komt in principe veel minder
voor bij de aanplant op een muur, gericht op het westen. Simpelweg,
omdat de zon in het voorjaar te laag staat om deze planten te vroeg te
'ontdooien'. Een ridderspoor in de schaduw, een lavendel op te natte
grond: voorbeelden te over van planten, die niet uit de voeten kunnen als
ze op een verkeerde plaats staan aangeplant. Ook in de tuin zelf kunt u
dus ook rekening houden met een voor de aanplant zo gunstig mogelijke
standplaats door een plant zo te plaatsen, dat hij zo min mogelijk last
heeft van gure winden of een teveel aan zon en schaduw - afhankelijk
van de soort. Hierbij is het belangrijk, dat het gunstigste microklimaat om
uw huis wordt uitgezocht. Dit kan per plant en per plaats, zelfs per meter
verschillen.
Frost draining
Engelsen hebben een interessante theorie over het reguleren, lees
afvoeren van vorst. Hier ziet men de vorst als een soort stroom, die zeker
op een geaccidenteerd terrein gemakkelijk via glooiende paden kan
worden afgevoerd. Denk hierbij aan een waterstroom, die naar het
diepste punt van het terrein wegvloeit. Zelf heb ik deze theorie in de
praktijk kunnen toetsen. In een prachtige woodland garden liet de
eigenaar aan deze ongelovige Hollandse Thomas een bloeiende zien, die
langs een pad stond en niet was aangetast door de vorst. Op het punt waar
het pad abrupt een scherpe bocht nam, stond een identieke
Rhododendron, die echter wel vorstschade had opgelopen. De
vorst, die werd afgevoerd via het pad, was als het ware tegen de
Rhododendron, opgebotst en had zijn sporen maar al te duidelijk nagelaten.
Invloed in de Lage Landen
Al zijn in het merendeel van de tuinen in de Lage Landen deze genoemde
 |
Hydrangea quercifolia bloeit midden zomer met witte bloemen in een pluimvorm |
hoogteverschillen niet te vinden, toch kunnen we deze kennis ook hier
aanwenden. Een plant, die in de tuin niet floreert, kan al baat hebben bij
een simpele verplaatsing met soms maar een meter of wat. Soms betekent
het veranderen van een standplaats met maar een enkele meters al een
fikse groeiverbetering. Op de nieuwe plek heeft de plant bijvoorbeeld net
geen last van die vervelende wind, die rond het huis wervelt, of van een
vorstvlaag, die op de plaats waar de plant minder beschut staat, nu
eenmaal extra hard kan toeslaan. Dat betekent, dat er ook om het huis
sprake is van allerlei verschillende omstandigheden, die de groei van een
plant kunnen beïnvloeden. Koude of juist droge winden, vriezen of
slagregens inclusief drup van een dakrand, meer of minder zon: al deze
verschillende microklimaten hebben telkens weer andere invloeden. Stel
daarom geen Hydrangea's bloot aan gure oostenwinden. Wellicht de
cultivars Hydrangea paniculata en arborescens
uitgezonderd, want van deze soorten zullen de bloeiknoppen tijdens een
gure, winterse periode gemakkelijk bevriezen.
Raad & advies
Hoe kun je een tuinliefhebber hierover adviseren? Het is enorm moeilijk
om hier een leidraad voor te geven. Als ik voor een gemiddelde
opdrachtgever een tuin ontwerp, houd ik met het maken van een
beplantingsplan wel degelijk rekening met het ter plaatse heersende
klimaat. Dit gegeven, in combinatie met de grondsoort en standplaats,
geeft mij een aardige indicatie voor wat al dan niet mogelijk is. Hierbij
neem ik nauwelijks risico. Aanplant van Photinia kan nog net,
verdere experimenten zijn voor de hobbyist(e) zelf weggelegd. Die krijgt
een beplanting, die tegen een stootje kan. Zie het als een stevig geraamte
van de tuin.
Toch is het voor elke liefhebber een uitdaging om die uiterste grenzen te
verkennen. Waar moet je bij het bepalen van die grenzen dan allemaal
aan denken? Allereerst de omstandigheden ter plaatse. Hoe is de tuin
gesitueerd, in welk gedeelte van Nederland bevindt de tuin zich? Welke
standplaats krijgt de gewenste plant? Daarna moet de beschrijving van de
plant kritisch worden bekeken en bepaald of de aanplant het risico waard
is. Ten slotte, heel belangrijk: wees niet teleurgesteld als het misgaat.
Bedenk, dat u dit risico nu eenmaal loopt en dat elk jaar, dat de plant
floreert, is meegenomen. Het zijn tenslotte exoten en nog eens extra
kwetsbaar, omdat ze nu eenmaal niet voor ons klimaat zijn geschapen.
Nog een laatste voorbeeld: tot nu heb ik in Nederland nog nooit een echt
grote Eucalyptus gezien. Enkele jaren gaat het goed en dan
plotseling... Toch is de teleurstelling begrijpelijk als de bewuste plant in
het voorjaar geen enkel teken van leven meer geeft. De verwensingen
zijn hartgrondig en je neemt je voor om deze plant nooit meer in je tuin
aan te planten. Gelukkig is het geheugen van elke tuinliefhebber op dit
gebied zeer kortstondig. Later in het jaar, als we de plant weer ergens in
volle bloei zien staan, slaat de twijfel toe. Toch nog maar eens een keertje
proberen en dan op die andere plaats. Daar zal het wel beter gaan.. En vol
verwachting wordt er weer een nieuw exemplaar aangeplant...
Tips
- probeer altijd voor wintergevoelige planten de juiste standplaats te
kiezen; bemest de grond, voordat er wordt geplant,
- probeer een voorstelling te maken van de plaats, waar de bewuste
plant moet komen: hoeveel zon krijgt hij daar en wat doet de wind?
- houd rekening met de situering van de tuin: Oost- of Noord-Nederland,
dan oppassen; de Randstad, daar kan veel.
|
|
|