 |
|
|
|
Zoeken
|
Erfscheidingen |
|
|
|
Juridische aspecten rond heggen, hagen, bomen en struiken
op of nabij erfscheidingen
Bomen, heesters en heggen op of nabij de erfgrens kunnen een bron van
geschil vormen tussen buren. Het burenrecht regelt de bevoegdheden en
verplichtingen van de eigenaren van naburige erven. Handhaven en herstellen
van vrede tussen eigenaren van en naburige erven is de belangrijkste
doelstelling van het burenrecht (Art. 5:37 t/m 59 Burgerlijk Wetboek).
Rond 'wat is' een heg, haag of boom bestaat veel begripsverwarring. Wanneer
is er sprake van een boom en wanneer is een heg een op rij geplant aantal bomen?
Zowel juridisch als taalkundig zijn er verschillen in definiëring te
ontdekken.
1. Taalkundige definitie van boom en haag
Taalkundig gezien verstaan we onder een boom een houtachtig gewas op een
(enkele) stam die zich op enige hoogte van de grond vertakt. Een heg of
haag bestaat eveneens uit een levend, houtachtig gewas, dat al naar gelang
de standplaats of verzorging te verstaan is als omheining en dat al dan
niet in een regelmatige cyclus in een gewenste vorm wordt geschoren.
In de Model Bomenverordening (in een uitgave van de Vereniging Stadswerk
en de Bomenstichting) wordt in art. 1 onder a een juridische definitie
gegeven.
2. Juridische definitie van boom en haag
Een boom is een overblijvend houtig gewas met een dwarsdoorsnede van de
stam van minimaal 10 cm op een hoogte van 1,30 m boven het maaiveld. In
het geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.
 |
|
 |
|
 |
| Een boom is een boom, indien de stam op een hoogte van 1,30 m boven het
maaiveld een dikte heeft van 10 cm. |
De hoogte van een heg of haag mag maximaal 2 m boven het maaiveld bedragen. |
Een heg of haag kan ook gevormd worden door op rij staande bomen die
een toelaatbare heg vormen. |
In principe kent de Nederlandse wet geen definitie van het begrip
boom. De omschrijving in de Model Bomenverordening is in zijn
algemeenheid wel opgenomen in de meeste gemeentelijke verordeningen. In
rechtspraak over Art. 5:42 BW (oud BW Art. 714) blijkt het feit of een
boom hoog kan worden belangrijker te zijn dan dat
deze hoogopschietend is. Vanaf een hoogte van ca 3 m blijkt dat er sprake
is van een boom, aldus het oordeel van rechters. Andere rechtspraak
duidt erop dat een coniferenhaag tot 2,25 m hoogte een rij bomen is met
een zodanige hoogte dat zij een toelaatbare heg vormen in de zin van
Art. 5:42 BW. Uit lid 3 van Art. 5:42 BW is af te leiden dat
in beginsel een heg tot 2 m hoogte toelaatbaar wordt geacht.
3. Burenrecht en kettingbeding
Aangezien het burenrecht een zogenaamd regelend recht is, is het
belangrijk na te gaan of (ook in het verre verleden) een overeenkomst met
betrekking tot beperkt zakelijk recht is gevestigd. In de praktijk blijken
op schrift gestelde overeenkomsten belangrijker te zijn dan de wettelijke
regels met betrekking tot burenrecht! Notariële akten, mits ingeschreven
in de openbare registers, kunnen overeengekomen afspraken afdwingen en -
mits niet herroepen - deze afspraken zijn ook afdwingbaar tegenover
bijvoorbeeld nieuwe buren; het kettingbeding.
4. Verboden zone
Op grond van Art. 5:42 BW is bepaald dat het niet
geoorloofd is binnen bepaalde afstanden van eens anders erf bomen,
heesters of heggen te hebben. Voor bomen is deze afstand in beginsel
2 m, voor heesters en heggen 50 cm. Dit geldt echter niet
voor en op openbaar gebied! De wet formuleert hiermee de zo genoemde
'verboden zone'.
Hierop zijn tal van uitzonderingen. Om er een paar te noemen zonder volledig
te kunnen zijn:
* een daarop betrekking zijnde notariële akte.
* een door buren onderling en afzonderlijk ondertekend briefje.
* een mondeling overeengekomen toestemming welke in het bijzijn van (een)
getuige(-n) is uitgesproken.
Langdurig gedogen en niet protesteren tegen een bepaalde beplanting vormt
echter geen argument voor de rechter.
5. Gemeentelijke en lokale (bouw)verordening
De wetgever heeft 'bewust' ruimte gelaten voor lagere overheden om afwijkingen
te formuleren ten aanzien van de verboden zone
in bijvoorbeeld een gemeentelijke of plaatselijke verordening. Dit kan inhouden
 |
Een heg of haag geplant op het midden van de erfscheiding.
Er is sprake van 'mandeligheid'. |
 |
De afstand van de erfgrens ten opzichte van het hart van een (boom)stam
moet in beginsel minimaal 2 m bedragen.
Een heg of haag moet in beginsel minimaal op 50 cm afstand van een erfgrens staan. |
 |
Uitgaande van Art. 5:44 BW wordt verticaal gemeten op de erfgrens.
In Art. 5:42 BW wordt uitgegaan van een horizontale meting vanaf de
erfgrens tot het hart van de (boom)stam.
De roodgele baan vormt de verboden zone, zoals deze in de wet is
geformuleerd. De wettelijk minimale afstand van boom en/of haag is
gelijk aan wat bij de tekening in het midden is vermeld. |
dat de in Art. 5:42 BW genoemde afstanden voor heggen, hagen en heesters
nihil kunnen zijn!
Uitgaande van Art. 5:42 BW wordt horizontaal gemeten over een zone van
2 m vanaf de erfgrens op het erf van de ander.
6. Verwijdering vorderen
Een buur kan verwijdering vorderen van bomen, heesters of heggen die hoger
zijn dan een scheidsmuur, indien lucht, licht (geen zonlicht) of uitzicht wordt
ontnomen. Meestal is in een lokale (bouw-)verordening of door plaatselijk gebruik
de maximaal toegestane hoogte van een scheidsmuur bepaald. Op grond van Art. 5:49 BW
is die hoogte bepaald op 2 m bij afwezigheid van een verordening of plaatselijke
gewoonte. In beginsel betekent een en ander dat een haag slechts 2 m hoog mag zijn.
Echter... afstanden tussen gevels, indien deze ruim zijn, kunnen een
hogere haaghoogte aannemelijk maken.
7. Aanwijzen van een bemiddelaar
Om een burengeschil over een boom of heghoogte niet te laten escaleren en om te
voorkomen dat men moet procederen, kan een voor beide partijen acceptabele derde
persoon als bemiddelaar in het geschil worden aangesteld. Een (boom- of groen-)
verzorgingsdeskundige kan men bijvoorbeeld vragen voor het geven van een
bemiddelend snoei-advies. Voor adressen
voor advies en hulp: zie onder 12.
8. Snoeien van overhangende takken en
het kappen van wortels
Art.5:44 BW geeft iemand het recht om na schriftelijke aanmaning met
termijnstelling aan zijn nabuur zelf de over de erfgrens
overhangende takken die buiten de 2 m zone staan te kappen of te snoeien.
De rechten op grond van Art.5:44 BW worden recht omhoog gemeten op de erfgrens.
Hetzelfde is van toepassing op buurman's wortels die doorschieten op het eigen
erf. De verplichting tot schriftelijke aanmaning is hiervoor
niet nodig. Dit laatste is uiteraard sterk aanvechtbaar.
9. Misbruik van bevoegdheid
Art. 3:13 BW handelt over misbruik van bevoegdheid. Het kan hierbij gaan over
het kennelijk willen dwarsbomen van de nabuur.
Dat moet dan wel bewezen kunnen worden! Het bijvoorbeeld in eigen hand rigoureus
terugzetten van wortels of een boomkroon op een zodanige wijze behandelen dat
schade wordt toegebracht aan het voortbestaan van een boom of ook dat een boom
uit esthetisch oogpunt 'onwenselijk' is behandeld,
is strafbaar!
10. Mandeligheid in verband met
erfscheiding door middel van een heg of haag
In het voorgaande is steeds uitgegaan van het feit dat het onomstotelijk duidelijk
was, wie de eigenaar van een boom of heg is.
Een bijzonder soort gemeenschappelijk eigendom is ontstaan, wanneer de erfgrens
ergens door de voet van een stam loopt of ook wanneer de grens van twee erven, die aan
verschillende eigenaren toebehoren, er in de lengterichting onderdoor loopt. In dit
geval is er sprake van 'mandeligheid' hetgeen in de artikelen 5:60 tot en met 5:68
BW is geregeld. Bepaald is dat in geval van gemeenschappelijk eigendom of
mede-eigendom geen der beide eigenaren iets aan dit eigendom (boom of heg) mag
veranderen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de ander. Als een heg dus een
erfscheiding van twee erven vormt, wordt vermoed dat het midden van de heg de
erfgrens is (Art. 5:36 BW). Tenzij ander bewijs van erfloop wordt dit vermoeden
ook gerekend tot mandeligheid i.c. quasi-mandeligheid.
11. Schikking meestal verkieslijk!
Het geheel overziend is het raadzaam bij het planten van een boom, heester of een
haag zorgvuldig te werk te gaan en goed na te denken over de eventuele consequenties
en juridische gevolgen van zo'n daad:
* inachtneming van het geregelde recht op dit gebied voorkomt problemen op termijn.
* zijn er problemen, dan is het raadzaam tot een wederzijdse, aantrekkelijke
schikking te komen. Dit voorkomt moeilijke en dure juridische procedures.
* inschakelen van een onafhankelijk deskundige kan voor de juiste bemiddeling en
bovendien voor een praktisch advies zorgen.
12a. Voor deskundige hulp en advies:
- Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur
NVTL,
Oudebrugsteeg 11-2, 1012 JN Amsterdam,
tel. 020 4275590 - fax 020 4217172.
Bij deze vereniging kunt u het adres krijgen van een onafhankelijke adviseur in
uw omgeving.
- Bomenstichting
Met informatie over bomen op de erfgrens. Ook is in de site het boekje Bomen met
je Buren te bestellen.
12b. Voor juridische vragen naar aanleiding van dit artikel, uitsluitend:
|
|
|
Artikelen en illustraties in NEÊRLANDs Tuin zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets mag
daarom geheel, gedeeltelijk of in gewijzigde vorm (persoonlijkheidsrecht) op welke wijze
dan ook worden verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming. |
|