|
|
|
Over de bloemenrand, het boordbed en het bloembed. Ofte wel de border.
Een tuin zonder border is als een woonkamer zonder interieur. Het
Engelse woord border heeft de Nederlandse benamingen als
bloemenrand, boordbed en bloembed zo langzamerhand helemaal
verdrongen. Omstreeks 1880 heeft Gertrude Jekyll, die als geestelijk
moeder van de border gezien mag worden, nieuwe impulsen geven aan
de tuinkunst. Met een fabelachtige plantenkennis gecombineerd met
artistiek gevoel en gegrepen door bont bloeiende groepen planten in
wegbermen en langs bosranden, kwam ze ertoe vaste planten in groepen
van één soort en kleur bij elkaar te zetten. Zo werd de
bloeiende wegberm of bosrand binnen de beperkte ruimte van de tuin
gehaald. Van voren naar achteren oplopend in hoogte met als een rustige
achtergrond een rechte haag, heesterbeplanting of een schutting. Zo werd
de border een belangrijk onderdeel van de tuin.
Ook de Nederlandse tuinarchitect
Mien Ruys (1904-1999)
heeft veel betekend voor de hedendaagse tuin. Zoekend naar wezenlijke
mogelijkheden ging ze uit van eenvoud en functionaliteit voor een
indeling met natuurlijke beplanting. Dit onderscheidde haar van haar
collega's. Zij zochten weliswaar ook naar eenvoud en helderheid, maar
vonden vasteplantenborders een onnodige versiering. De moderne border
is inmiddels een harmonieuze samenstelling naar vorm en kleur volgens
diverse plantengroepen; afgewisseld of opgevuld met heesters, struiken
en bomen. Belangrijk is het dan, dat groepen planten, die bij elkaar staan,
van nature ongeveer dezelfde eisen stellen, zoals bodem, vochtigheid,
zon en schaduw.
Waar en hoe?
In een al bestaande tuin moet een nieuwe border worden aangepast
volgens de al aanwezige tuinaanleg. De border kan paden aan
één of twee kanten begrenzen of een gazon omzomen. Is
de opbouw van de tuin rechtlijnig, dan zal de border dat ook moeten zijn.
Een lange, smalle tuin krijgt betere verhoudingen door een border in de
breedte. De mooiste ligging in een kleine tuin is daar waar men vanuit
het huis langs of vanaf het terrras schuin langs de border kan kijken. In
grote tuinen kiest men voor een achtergrond van coniferen en heesters, in
een kleine tuin een haag of rustgevende hekwerk. De beste plaats voor
een border met bloeiende planten is op het zuiden of het
zuidoosten.
Aanleg
Zorg eerst voor een goede grondbewerking en voorraadbemesting (in het
voorjaar) en overbemesting (in de zomermaanden) van de border.
Gebruik voor zandgrond oude, verteerde koemest en voor kleigrond
paardenmest. Voor bijvoorbeeld rododendrons, azalea's en coniferen
turfmolm of bosgrond. Vermeng schrale grond met een veertig cm dikke
laag goede tuinaarde of compost.
 |
| Acanthus |
Maak voor de gewenste aanleg van een
border tevoren een plattegrond met hierop aangegeven de gewenste
planten met hun hoogten en bloeitijd om de bloeiperiode te kunnen
spreiden.
Maak altijd groepjes van minstens 3 tot 6 planten van één
soort. Aantallen, die voor grote borders natuurlijk sterk moeten worden
uitgebreid. Plant voor een mooi kleureffect hier en daar ook eens een
decoratievie of ijle bloeier. Door afwisseling in bloem- en bladvorm
wordt een border alleen maar fraaier.
Zogenaamde solitairen, zoals Acanthus
(akant) met zijn decoratief getand blad, zijn planten die op de een of andere manier zo
opvallend zijn, dat ze wel bijna alleen 'moeten' staan. En geurplanten
mogen in een border natuurlijk niet ontbreken.
Kies voor het goed uitkomen van de bloemen- en plantenweelde zoveel
mogelijk voor een rustige achtergrond van bijvoorbeeld een rek met
klimplanten, een strakke haag of schutting.
Opbouw
Een border wordt opgebouwd van laag naar hoog. Plant direct aan de
rand kleine planten met een groeihoogte tot zo'n 30 cm. Gebruik hier bij
voorkeur polvormige, vaste planten voor. Een paar voorbeelden:
Acaena (stekelnootje),
Duchesnea indica (Indische aardbei) en Viola (viooltjes).
Hierachter komen randplanten met een groeihoogte tot plm. 50 cm:
Gypsophila (gipskruid),
Campanula (klokjesbloem),
Dicentra spectabilis (gebroken
hartje). Verstandig is het te kiezen voor planten, die niet woekeren of sterke
uitlopers maken.
Na de randplanten komt de middengroep, waarvan de hoogte kan of mag
oplopen tot 70 cm: Euphorbia
(wolfsmelk), Aster ericoides (aster), Lupinus (lupine),
Astilbe (pluimspiraea) en
Physostegia virginiana (scharnierbloem) zijn
een paar uit die enorme groep middelgrote planten. Houd de beplanting
dicht bij het terras of de zithoek wel laag. Anders gaat de rest van de
 |
| Delphinium |
border c.q. tuin verscholen achter een te hoge borderbeplanting. Als dicht
bij het terras toch wordt gekozen voor wat hogere beplanting, gebruik
dan 'luchtige' planten. Planten waar je doorheen kunt kijken, zoals
Molinia arundinacea 'Transparant'
(pijpenstrootje). Hiervoor zijn ook enkele
grassoorten, zoals Stipa splendens
(vedergras) en Verbena (ijzerhard),
goed geschikt.
De achterste plantengroep in de border bestaat uit soorten, die 1 meter of
hoger kunnen worden. Bijvoorbeeld Lythrum salicaria (kattenstaart),
Macleaya (pluimpapaver) en
Delphinium (ridderspoor).
Diverse struiken en heesters, zoals
Rhododendron, azalea's,
Skimmia,
Andromeda enzo mogen natuurlijk niet
ontbreken. Zo zijn er voor de winter groenblijvende heesters, zoals Sarcococca
met heel lekker ruikende witte bloemen of een 's winters bloeiende
struikkamperfoelie.
Zorg bij dit alles voor een harmonieus geheel door op regelmatige
afstanden sterke punten qua vorm en kleur te herhalen. Hierdoor ontstaat
 |
| Hosta 'Patriot' |
samenhang, een rode draad, in de border. Belangrijk is het ook om hier
en daar wat rustpunten in een rijk met bloeiende planten gevulde border
aan te brengen. Sierlijke bladplanten zoals
varens,
hosta's,
Potentilla (ganzerik) zijn daarvoor uitermate geschikt.
Een ander punt om rekening mee te houden (zie ook hierboven onder
algemeen) is de grondsoort. Zo gaan planten met een voorkeur voor
zandgrond dood op zware klei. En...
Kijk eens rond in de buurt. Welke planten doen het goed doen in andere
tuinen? Dit kan een indicatie zijn voor het soort grond, dat u hebt. Of
koop eerst een grondtestkit in een tuincentrum.
Soorten
Een andere mogelijkheid om een border te vullen is een
éénkleurige plantenborder. Dus uitsluitend planten met
bloemen in één bepaalde kleur. Of een tweekleurige
plantenborder met uitsluitend planten met bloemen in een bepaalde
kleurencombinatie. Bijvoorbeeld
Erynchium planum (kruisdistel),
Veronica spicata (ereprijs),
Salvia officinalis (salie), Platycodon grandiflorum (ballonklokje),
Yucca flaccida (palmlelie),
 |
| Fuchsia magellanica 'Gracilis' |
Centaurea montana 'Alba' (witte
korenbloem) en Anaphalis triplinervis
(Siberische edelweiss) geven een verrassend effect. Natuurlijk kunnen borders ook
worden gevuld met één soort plant. Zo krijg je dan een
Fuchsia-, Lupine-,
ridderspoor- of
Phlox-border.
In de gemengde border - favoriet in kleine tuinen - kunnen vaste planten
worden aangevuld met een- en tweejarige planten en bol- en
knolgewassen om zo de verschillende bloeitijden van de
vasteplantengroepen te overbruggen. Hierdoor wordt de totale bloeitijd
van de border verlengd. Het verwerken van dwergheestertjes en kleine
corniferen in een gemengde border geeft warmte en sfeer in de
winter.
Een border met eenjarige planten, die ongeveer gelijk bloeien tussen eind
juni en begin september voor een optimaal kleureffect, noemt men ook
wel een seizoenborder.
Geschikter voor een grote tuin met verschillende soorten borders is de
bloembollenborder. Zo'n border heeft veel kleur van maart tot half mei,
maar geeft een wat troosteloze aanblik als de bollen afsterven. De
uitgebloeide bollen kunnen - als ze niet worden bewaard voor herplanten
- kunnen direct na de bloei worden vervangen door eenjarige
planten.
Zonnig
In de volle zon kunnen geurende kruidenplanten en een enorme
hoeveelheid bloeiende planten groeien. Natuurlijk mogen nectarplanten
daarbij niet ontbreken. Nectarplanten, zoals
Salvia nemorosa
(vlinderplant), Eupatorium
cannabinum L. (koninginnenkruid of leverkruid),
 |
| Buddleia |
Verbena (ijzerhard) en de
meeste keukenkruiden lokken heel wat vlinders en bijen. Planten gemengd
met een enkele struik, zoals Buddleja
davidii (vlinderstruik) en
Viburnum plicatum (sneeuwbal),
zorgen voor structuur en variatie in de border.
Schaduwrijk
Een plaats in de schaduw, waar nooit een zonnestraaltje doordringt, is
niet eenvoudig te beplanten. Er zijn schaduwminnende vaste planten en
heesters en schaduwverdragende bomen. Eenjarige planten voor een
schaduwrijke border bestaan eigenlijk niet.
Planten die een voorkeur hebben voor schaduw of er ten minste goed in
groeien, zijn onder andere de bodembedekkers
Vinca minor (maagdenpalm),
Alchemilla mollis (vrouwenmantel)
en Lamium galeobdolon (dovenetel).
Planten voor echte schaduw zijn Pachysandra
terminalis en Asarum euroaeum (mansoor).
Een aantal vaste planten dat in het voorjaar bloeit als de bomen en
struiken nog geen blad hebben - ze verdragen welliswaar geen volledige
schaduw - zijn onder meer Anemone
nemorosa (bosanemoon), Asperula odorata (lievevrouwebedstro),
Astilbe, Waldsteinia
ternata, Primula (sleutelbloem), Pulmonaria (longkruid) en
Viola odorata (maarts viooltje).
Ook zijn er diverse varensoorten, zoals
 |
| Varens in combinatie |
Thelypteris palustris (moerasvaren), Matteuccia struthiopteris
(struisvaren), Osmunda regalis (koningsvaren), Onoclea sensibilis
(bolletjesvaren) voor in de zon tot halfschaduw. Voor halfschaduw tot
volle schaduw is er te kiezen uit Athyrium filix-femina
(wijfjesvaren), Blechnum-soorten (dubbelloofvaren),
Dryopteris filix-mas (gekroesde mannetjesvaren),
Gymnocarpum dryopteris 'Plumosum' (eikvaren),
Polystichum-soorten (naaldvaren) en Pteridium aquilinum
(adelaarsvaren).
Hydrangea petiolaris
(klimhortensia), Clematis montana,
Hedera helix (klimop) en
Aristolochia (Duitse pijp)
met een heel opvallend, hartvormig blad zijn klimmers, die niet in de volle zon
hoeven te staan.
Vaste planten
De keuze in vaste planten is enorm.
In het voorjaar en de zomer is de keuze in bloeiende, vaste planten bijna
eindeloos.
Vaste planten kunnen in principe het hele jaar door geplant worden. Zet
uitgedroogde planten in plasticcontainers of potjes voor het planten enkele
uren in een waterbad. Ze kunnen zich dan volzuigen met water, waardoor de
overlevingskans groter is.
In het najaar sterven de meeste soorten boven de grond af om in het
voorjaar weer uit te lopen met prachtig, frisgroen blad. Vaak zijn de
pollen groter en sterker dan het jaar ervoor. Overigens leveren asters,
monnikskappen en siergrassen in november vaak toch nog een spannend
beeld op. Maar de kerstroos
(Helleborus orientale) is de
bloeitopper in de wintertuin.
Eenjarigen
Eenjarigen zijn goed te gebruiken in borders. Het zijn bovendien
makkelijke bloeiers, die kunnen worden gebruikt als snijbloem in
boeketten. Sommige zaaien zichzelf makkelijk uit. Het zaad ontkiemt in
het voorjaar en geeft datzelfde jaar alweer bloemen.
De zaaitijd ligt zo tussen maart en juli. Sterke soorten kunnen in april
meteen al buiten worden gezaaid, maar de vorstgevoelige kunnen het
beste binnen worden voorgezaaid. Die kunnen na het verspenen
(uitdunnen) pas vanaf half mei naar buiten. Ook zijn er soorten, die
buiten kunnen overwinteren en pas in de nazomer worden gezaaid. Het
voordeel van eenjarigen is, dat lege plekken in de border er snel mee
kunnen worden opgevuld.
Geen tijd of zin om zelf te zaaien, te verspenen enz?
Eenjarigen zijn te
kust en te keur te koop in tuincentra en kunnen bij diverse bedrijven ook
als kleine plantjes worden besteld.
 |
| Eenjarigen... |
Onderhoud
Geef borderplanten bij aanhoudende droogte (zo nodig) water. Doe dat
het liefste 's ochtends, zodat ze niet te lang nat blijven, waardoor
schimmels kunnen ontstaan. Controleer ze regelmatig hierop en op
ongewenste insecten om op tijd te kunnen reageren.
Sommige hoge planten, zoals Digitalis (vingerhoedskruid) en
Delphinium (ridderspoor) hebben steun nodig. Geef ze bijtijds
een steuntje, want een eenmaal omgewaaid of omgevallen of een plant
die is gaan hangen, richt zijn topdelen vanaf de bodem snel weer op. Het
is dan moeilijk ze weer in de goede stand terug te krijgen en is opbinden
eigenlijk te laat. Voor het opbinden zijn handige plantensteunen te koop:
- bamboestokken met zacht touw, het zogenaamde tomatentouw, of
raffia voor enkele bloemstengels (ridderspoor)
- rijshout (snoeihout) voor bossig groeiende planten (Salvia
verticillate)
- hele of halve hoepels om de hele plant te steunen; dit voorkomt dat
planten als Paeonia-soorten (pioenroos) en Delphinium
stuk waaien of dat stelen door te zware bloemknoppen
afknappen
Naast potentiële 'omvallers' kunnen ook wat steviger staande
planten worden gezet, bijvoorbeeld Lavatera, Monarda
(bergamotplant) en Phlox.
Knip planten die zijn uitgebloeid of die door regen en wind zijn
beschadigd onverbiddelijk terug. Knip of snoei bruine en/of afgestorven
plantendelen altijd weg. Neem zieke of rottende planten direct weg, zij
kunnen gezonde planten besmetten.
Vaste planten zijn onderhevig aan veroudering. De plant bloeit minder
goed, groeit alleen nog aan de buitenkant van het hart en sterft meer en
meer af. Afhankelijk van de soort zullen vaste planten ongeveer om de
vier of vijf jaar moeten worden gescheurd of gedeeld, het zogenaamde
'verjongen'. In de border, waar planten dicht bij elkaar staan, zal het
verjongen eerder noodzakelijk zijn dan bij alleenstaande planten. Het
najaar (september t/m november) en het voorjaar (april t/m mei) zijn bij
uitstek momenten om vaste, sterk uitgebreide of te grote planten te
scheuren of te delen. Te laat in het seizoen scheuren of delen betekent
vaak, dat de wortels zich niet meer in de bodem kunnen verankeren. Een
plant die niet voldoende met zijn wortels in de bodem is vastgegroeid, zal
minder winterhard zijn. De 'nieuwe' plantjes zullen sneller aanslaan als er
goede, voedzame potgrond wordt gebruikt. Geef ze na het uitzetten
voldoende water om de wortels vochtig te houden. Vochtige wortels
zullen beter en sneller nieuwe haarworteltjes vormen voor de gewenste
groei. Want (te) droge wortels kunnen geen haarwortels vormen,
waardoor een plant geen water meer kan opnemen en dus uitdroogt en
afsterft.
In den regel worden vaste planten voor de winter niet gesnoeid of
afgesneden. Afgestorven plantdelen en uitgebloeid materiaal biedt een
natuurlijk 'winterdek', dat de reeds gevormde knoppen - die in het
volgend voorjaar zullen uitlopen - beschermt. Ook dennen- en
sparrentakken zijn een ideale bescherming voor vorstgevoelige planten,
maar zorg er wel voor dat ze niet volledig van de lucht worden
afgesloten.
Het najaar is overigens ook bij uitstek de tijd om al het onkruid, dat rond
en in de zomer onterecht aan het groeien is geslagen, te verwijderen.
|
|
|